Prijs veiligste magazijn na twee jaar weer uitgereikt

Timberland, DSM Protective Materials en Bressers Metaal vallen in de prijzen

 

Brons voor de bedrijven Timberland Europe (Almelo) en DSM Protective Materials (Heerlen) plus een aanmoedigingsprijs voor Bressers Metaal (Tilburg). Dat is de uitkomst van de Prijs Veiligste Magazijn dit jaar. Vanwege de coronapandemie werd de 15e editie van de prijs voor het eerst in twee jaar weer uitgereikt tijdens de Dag van het Veilige Magazijn, afgelopen woensdag in Zoetermeer.

De jury, onder leiding van prof.dr.ir. René de Koster van de Erasmus Universiteit Rotterdam, bezocht de bedrijven vorig jaar. Timberland en Bressers Metaal waren genomineerd in de categorie grote magazijnen met meer dan 25 medewerkers. DSM Protective Materials was genomineerd in de categorie kleine magazijnen. “Ondanks de pandemie is de aandacht voor veiligheid hoog gebleven”, constateerde de juryvoorzitter. “Veiligheid is nooit af.” Bressers won de aanmoedigingsprijs in de categorie groot. Volgens De Koster is het een bedrijf een voorbeeld voor zijn branchegenoten. Toch zijn er wel wat verbeterpunten, zoals het registreren van (bijna) ongevallen en de opvolging hiervan. Ook Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en het verkeersplan verdienen nog aandacht. Het bedrijf beloofde met de opmerkingen aan de slag te gaan en liet weten weer mee te doen in de toekomst.

 

Timberland

“Als het aankomt op de factor mens en de aandacht die de medewerkers krijgen bij Timberland verdient het bedrijf goud met een griffel”, aldus De Koster over bronzen winnaar Timberland, “Het is bijzonder te zien hoeveel aandacht er is voor de mens. Zo kan men vrijaf krijgen om betaald vrijwilligerswerk te doen.” Maar op het gebied van veiligheid valt er nog wel wat te verbeteren, constateerde de jury. Met name de registratie van (bijna) ongelukken en de opvolging daarvan kan beter.

 

DSM

Brons was er ook voor DSM Protected Materials in Heerlen. De jury was onder de indruk van de teamspirit en hoe veiligheid onderdeel uitmaakt van het proces. Als aandachtspunten noteerden zij het verkeersplan en vinden zij dat de intrinsieke motivatie qua veiligheid onder personeel beter kan. Zo mogen medewerkers elkaar sneller aanspreken op onveilig gedrag of onveilige situaties.


Onderzoek verduurzaming bouwlogistiek door gemeenten

In ons land wordt er de komende jaren fors gebouwd. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur, de aanleg van kantoren, bedrijventerreinen, winkels en scholen. In steden begint dit steeds meer te knellen.

 

Het transport van materiaal, materieel en personeel van/naar de bouwplaats legt extra druk op het binnenstedelijk wegennet (bouwlogistiek maakt nu al 30% uit van stadslogistiek), zorgt voor extra emissies en er ontstaan grote knelpunten rond verkeersveiligheid en omgevingshinder. Vanuit het Klimaatakkoord en de Stikstofaanpak is er tegelijkertijd een grote urgentie om bouwlogistiek anders en duurzamer te organiseren en zo de uitstoot van CO2 en stikstof fors te verminderen.

De cruciale vraag is echter hoe ervoor gezorgd kan worden dat het niet bij pilotprojecten blijft, maar dat er bij bouwprojecten standaard aandacht is voor een efficiënte en duurzame bouwlogistiek. Om die reden is er vanuit de Topsector Logistiek veel aandacht voor bouwlogistiek waarbij onder andere gekeken wordt naar de rol die gemeenten kunnen spelen. In het achterliggende anderhalf jaar hebben gemeenten gebruik kunnen maken van ondersteuning van de Topsector Logistiek, uitgevoerd door Buck Consultants, bij het invullen van hun rol als het gaat om het stimuleren, faciliteren en verplichten van duurzame bouwlogistiek. De rapportage die u hieronder vindt geeft antwoord op bovenstaande vragen.

 

In de rapportage wordt kort ingegaan op de verschillende instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben. Daarnaast wordt een concreet plan geboden waarmee gemeenten stappen kunnen zetten in het daadwerkelijk verduurzamen van de bouwlogistiek, uiteraard altijd in nauwe samenwerking met de (bouw)sector zelf.

Download
20220420 Onderzoek verduurzaming bouwlog
Adobe Acrobat document 4.5 MB

Circulariteit inpassen binnen de supply chain

In het logistieke proces binnen de supply chain, zijn volop mogelijkheden voor circulaire toepassingen. Vooral op punten waar goederen opgeslagen en klaargemaakt worden voor distributie kan de circulaire economie probleemloos haar plek vinden.

 

Opslag- en transportmiddelen, zoals stapelracks, gaascontainers en rolcontainers, zijn vrijwel op alle locaties aanwezig en spelen een belangrijke rol in het proces. Wanneer je iets weggooit of ‘laat staan’ onttrek je het aan de circulaire economie waarin grondstoffen en bedrijfsmiddelen kunnen worden hergebruikt. Kapotte producten kunnen meestal gerepareerd worden, materialen kunnen worden gerecycled en producten kunnen voor hergebruik terug in de markt gezet worden. De vraag naar gebruikte opslag- en transportmiddelen neemt de laatste jaren aanzienlijk toe. Dat betekent dat ze geld waard zijn. Gooi dus niets zomaar weg, want wat voor de één overbodige en verouderde materialen zijn biedt voor andere ondernemers de kans om tegen een lagere investering de logistieke processen te verbeteren of uit te breiden. Tegelijkertijd kan de verkopende partij met de opbrengst opnieuw investeren in andere noodzakelijke middelen. Bij veel bedrijven staan gebruikte middelen vaak enkel ruimte in te nemen, terwijl ze een volgend leven kunnen krijgen bij een andere ondernemers of kostbare grondstoffen op kunnen leveren.

Circulair inkoopproces

Verder kunnen ondernemers nadenken over de wijze waarop ze inkopen. Op het gebied van circulair inkopen is er een wereld te winnen. Traditioneel komen tijdens de aanschaf van nieuwe materialen vele verschillende aspecten zoals prijs, levertijd en productspecificaties naar voren. Denk eerst na over de levensduur, de repareerbaarheid, restwaarden en de toepassing van het product binnen een circulaire supply chain.

 

Gebruikte middelen en producten

Het aanschaffen van gebruikte middelen en producten is een eenvoudige manier om circulair in te kopen. Deze middelen zijn vaak de helft goedkoper en net zo functioneel als nieuwe producten. Hierdoor hoeven bedrijven minder grote investeringen te doen en kunnen zij hetzelfde resultaat behalen zonder daarvoor nieuwe grondstoffen te benutten. Een minder bekende, maar steeds populairder wordende circulaire optie is het huren van producten en middelen, bijvoorbeeld wanneer er tijdelijke capaciteitsuitbreiding nodig is van opslag- en transportmiddelen. De gehuurde producten worden na gebruik weer teruggenomen door de verhuurder die ze vervolgens weer opnieuw verhuurt.

 

In de afgelopen jaar is het aantal bedrijven die verhuur als bedrijfsmodel heeft significant toegenomen. Daarnaast wint het huren van producten langzaam maar zeker een voorkeurspositie bij consumenten en andere bedrijven. Veel bedrijven kiezen steeds vaker voor het huren van bedrijfsmiddelen. Mede omdat het naast een circulaire impact ook extra flexibiliteit geeft en in veel gevallen een kostenreductie met zich meebrengt.


Digitaal platform traceert onderdelen in de keten

Het onderzoeksconsortium van het project Improved Traceability of Parts and Products (IToPP) heeft een prototype digitaal platform opgeleverd. In dit innovatieve, op Blockchain technologie gebaseerde platform, kunnen onderdelen zowel upstream als downstream gevolgd worden in de keten. Tevens facilliteert het platform ketenpartners bij betalingen en disputen, terwijl het interoperable is met hun conventionele bedrijfssystemen.

Het traceren van onderdelen en producten in de keten heeft veel voordelen en toepassingen. In gereguleerde industrieën zoals luchtvaart, automotive en healthcare is het zelfs verplicht dat configuratie-, test- en onderhoudsinformatie kan worden getraceerd. Maar minder gereguleerde industrieën profiteren ook van betere informatievoorziening. Het traceren van onderdelen van leveranciers maakt het voor klanten mogelijk eenvoudig te verifiëren dat onderdelen van voldoende kwaliteit en goed onderhouden zijn. Helaas ontbreekt deze mogelijkheid vaak. Zeker als informatie bij andere ketenpartijen zit. Het gevolg is een arbeidsintensief en handmatig proces voor het verzamelen en analyseren van de benodigde informatie.

 

Het platform is ontwikkeld voor de medische, hightech en andere producerende sectoren. De toepassing van blockchain technologie levert zowel duurzaamheids- als economische voordelen op. Lees meer over het onderzoek in de publieke eindrapportagevan dit project.

 Met dank aan Dinalog


Container vol gereedschappen en machines op transport naar Oeganda!

Goed nieuws vanuit het logistiek centrum in Gouda. Daar vertrok onlangs een container vol gereedschappen en machines naar Oeganda! Aan boord materialen bestemd voor het verder professionaliseren van 2 vakgebieden (Metaalbewerking en Houtbewerking) op twee scholen in de regio Jinja: Prime Vocational Institute en Pioneer Vocational Institute.

Deze ondersteuning maakt deel uit van een bredere samenwerking met beide scholen waarin, naast het leveren van gereedschappen en machines, meer bouwstenen van de programma’s worden ingezet om het vakonderwijs in de regio Jinja te versterken. Zo worden de leraren in hun didactische en technische vaardigheden getraind, wordt met studiebeurzen gezorgd dat kansarme jongeren naar school kunnen en wordt het curriculum aan voor betere aansluiting op de lokale arbeidsmarkt aangescherpt. Ook zorgt Gered Gereedschap met het opzetten van stageplekken en starterssets gereedschappen voor een betere toetreding tot de arbeidsmarkt na afloop van de opleiding.

 

Gered Gereedschap bedankt iedereen die hier op een of andere manier aan bijgedragen heeft. Speciale vermelding daarbij voor Stichting CCHO, Stichting Bon Coeur en Ultimo Software Solutions bv. 


Invertek investeert miljoenen in productie frequentieregelaars in Wales

Invertek kondigt een aanzienlijke investering van £ 10 miljoen aan om uit te breiden en 85 nieuwe banen te creëren. Dit komt slechts drie jaar nadat het zijn nieuwe wereldwijde productie- en distributiecentrum in Welshpool, Powys, heeft geopend. Door de uitbreiding wordt de productie van frequentieregelaars verhoogd van 350.000 units per jaar naar 600.000 regelaars.

 

De frequentieregelaars leveren ook een bijdrage aan het creëren van energiebesparingen en het verminderen van de bijbehorende CO2-emissies in processen door elektromotoren efficiënter te maken, waarbij het energieverbruik in veel gevallen kan worden verlaagd met 30 tot 50%.

Uitbreiding

De uitbreiding van de bestaande productiefaciliteit van 5.500 vierkante meter komt slechts drie jaar nadat het zijn nieuwe wereldwijde productie- en distributiecentrum in Welshpool, Powys, heeft geopend. Het Application Center zal worden gebruikt om de producten van Invertek aan potentiële en bestaande klanten te presenteren en zal worden gebruikt voor het opleiden van verkoop-, technisch en onderhoudspersoneel.

 

Er zal ook worden geïnvesteerd in de zich uitbreidende innovatie- en onderzoeks- en ontwikkelingsfaciliteiten. Nieuwe R&D-laboratoria, waaronder een speciale motorruimte, test- en validatiecentrum, zijn de afgelopen twee jaar al voltooid.

 

Met dank aan AT Aandrijftechniek


Einde aan XXL-distributiecentra? Brabant wil de 'verdozing' tegengaan

De provincie Brabant maakt een einde aan de wildgroei van megadistributiecentra. ‘’De lat voor een groot distributiecentrum is fors hoger komen te liggen, voor sommige types logistiek zelfs onmogelijk’’, vertelt CDA-gedeputeerde Erik Ronnes. Hij wil de ‘verdozing’ van het landschap tegengaan en alleen kiezen voor distributiecentra die goed zijn voor de Brabantse economie.

 

Wie langs Waalwijk rijdt, ziet in één oogopslag wat verdozing is. Enorme opslagloodsen zonder ramen waar goederen opgeslagen, verdeeld en vervoerd.

 

''De ruimte die we hebben in Brabant is schaars, dus we moeten kritisch kijken wat we wel en niet willen.’’ Gemeentes in Brabant zitten niet meer te wachten op dit soort grote gebouwen. Dat merkt ook Erik Ronnes. ‘’Je ziet echt veel hallen verschijnen die grote impact hebben op het landelijk gebied. En zo’n XXL-locatie trekt ook nog eens enorm veel verkeer aan. De ruimte die we hebben in Brabant is schaars, dus we moeten kritisch kijken wat we wel en niet willen.’’

Daarom heeft de provincie bepaald wat voor soort distributiecentra er wel en niet welkom zijn. Het belangrijkste: een logistiekbedrijf moet iets toevoegen aan de Brabantse economie. ‘’Bestaande bedrijven, zoals ASML en Vanderlande, hebben grote distributiecentra nodig, dus daar moet je ze gewoon voor realiseren. Maar we willen hier geen bedrijven die het alleen als 'doorschuiflocatie' gebruiken om de rest van Europa van spullen te voorzien", verduidelijkt Ronnes.

 

‘’Dat is een slecht voorbeeld.’’ Toch lijkt zoiets in Nuenen te gaan gebeuren. Daar staat een distributiecentrum van maar liefst 300.000 vierkante meter gepland. Wie erin komt? Geen idee. De gemeente zit ermee in haar maag, maar kan niet terug. Omwonenden zijn woedend en bang voor een groot aantal vrachtwagens die straks door hun straten rijden. ‘’Dat is een slecht voorbeeld’’, begint Erik Ronnes. "Een projectontwikkelaar heeft daar een vergunning gekregen, zonder dat bekend was wie ze ging gebruiken.’’

 

De gemeente en provincie kijken voortaan eerst wie een distributiecentrum wil beginnen en wat gaan ze daar gaan doen. Als het niet bijdraagt aan onze economie, dan komt er geen vergunning en kan er dus niet gebouwd worden. ‘’De gemeente is niet van plan om opnieuw een bedrijventerrein te gaan ontwikkelen.''

 

Om zelf de regie te houden zijn er acht plekken in Brabant aangewezen waar XXL-logistiek mag komen:

  • Moerdijk,
  • Waalwijk,
  • Wijkevoort in Tilburg,
  • Heesch-West,
  • Foodpark Veghel,
  • Laarakker in Haps,
  • GDC Acht in Eindhoven,
  • Westfields bij Oirschot. 

De gemeente Meierijstad, waar Veghel onder valt, laat weten dat er geen plek meer is voor een megadistributiecentrum. Met de komst van onder andere FrieslandCampina, een vloerenbedrijf, de opslag en distributie van medicijnen en de uitbreidingen van BAS Trucks is het Foodpark vol. "De gemeente is niet van plan om opnieuw een bedrijventerrein te gaan ontwikkelen en uit te gaan geven. In onze bedrijventerreinenvisie is uitbreiding gekoppeld aan uitbreiding van bestaande lokale bedrijven of nieuwe bedrijven die passen in het ecosysteem van Meierijstad", vertelt wethouder Jan Goijaarts.

 

In Waalwijk zijn ze trots op hun logistieke imago, maar uitbreiding van de logistieke bedrijven is op dit moment niet mogelijk. De infrastructuur moet eerst verbeterd worden. Dat moet volgens de gemeente snel gebeuren want er zijn veel banen mee gemoeid. "Voor mensen uit de regio, maar ook voor internationale medewerkers. Maar denk ook aan omzet voor de lokale middenstand, schoonmaakdiensten en beveiliging."

 

De gemeente wil dan ook niet spreken van verdozing of verwoesten van natuur. "Kaal grasland wordt een industrieterrein. In esthetisch opzicht zullen daar de meningen over verschillen. Er wordt hier geen natuur aangetast."

 

Met dank aan Omroep Brabant


Wildeman S&L gaat Europa in met Container Scanning

De proef van J.Wildeman Storage & Logistics, waarbij de gegevens op containers door een camera worden afgelezen en in een computersysteem worden weergegeven, is succesvol afgerond.

 

“We hebben de kleine foutmarge naar 0% weten te brengen”, vertelt directeur Jos Wildeman. Hij geeft aan dat het Container Scanning-concept nu wordt vermarkt in Nederland en Europa. “Het systeem is zodanig ontwikkeld dat er op verschillende aspecten kan worden gecontroleerd. Als er iets niet klopt gaat er een alarm af of er wordt nog een extra check gedaan.”

Uniek nummer

Elke container heeft een uniek nummer en een nummer voor gevaarlijke stoffen. De camera leest die gegevens af, terwijl de vrachtwagen er langs rijdt. Het is een extra controle op het menselijk handelen waardoor de veiligheid verbeterd wordt. De camera ziet ook of er schade aan een tank is, of het mangat open of dicht is en het kan afsluiters herkennen. Er is een automatische koppeling met het Warehouse Management Systeem.

 

Belangrijk

“Met het nieuwe, zelf ontwikkelde systeem kunnen we ook precies zien waar een container is. Wij kunnen onze klanten binnen een uur aangeven dat een container wordt geleverd.” Volgens hem is het voor klanten het belangrijk om te weten wanneer containers binnenkomen. “Ze kunnen de productie zo beter afstemmen en ‘just in time’ produceren. Wij spelen een grote rol in het aanleveren van de grondstoffen en kunnen daarnaast de geproduceerde voorraden opslaan.”

 

Vernieuwend

Tegelijkertijd kan hiermee de veiligheid worden verhoogd. “In explosiegevaarlijke gebieden is dit systeem een uitkomst. “De camera kan wellicht op een risicovolle plek staan, maar de software bevindt zich op een veilige plek. We doen meer dan simpele logistiek, dit is een stukje innovatie.”


Samenwerking Stork en BouWatch

Vanuit het Chemie Park Delfzijl organiseert Stork de voorbereiding, uitvoering en afwikkeling van onderhoudstops voor vele fabrieken. “We sturen dan, namens onze opdrachtgevers, veel verschillende partijen aan. Zo’n stop leidt tot ontzettend veel bewegingen van medewerkers. Dit vergde heel veel tijd en energie van onze voormannen, terwijl wij die juist zo min mogelijk willen belasten met administratieve werkzaamheden. Met het gebruik van de aan- en afmeldzuilen van BouWatch krijgen we exact inzicht in deze bewegingen. Zo weten we altijd wie wanneer op de werklocatie aanwezig is en was. Erg waardevolle data voor ons”, aldus Peter Wassing, Asset Delivery Manager van Stork. Recent werd dit bij de stops van de chloorfabriek van Nobian en de monochloorazijnzuurfabriek van Nouryon gebruikt. “Dat werkte prima. Wij gaan dit evalueren, waar mogelijk verbeteren en dit komend jaar weer toepassen.”

Situatiespecifiek

Jelle Anema, Key-Accountmanager van BouWatch: “We helpen Stork met het inzichtelijk maken van de bewegingen tijdens een onderhoudsstop. Dat doen we middels een situatiespecifieke aanpak. We kijken samen met de klant naar de exacte behoefte, regelen het voor de klant goed in en zorgen dat dit bruikbare en gewenste output oplevert. In een complexe onderhoudsstop bij een chemische fabriek, met soms wel honderden extra mensen in korte tijd aanwezig zijn, wil je immers geen tijd verspillen!”

 

Inzichtelijk

De aan- en afmeldzuil van BouWatch kan worden ingezet voor aanwezigheidsregistratie, maar kan tegelijkertijd een transparante databron voor verrekeningen met leveranciers en subcontractors. Zo is een bedrijf ‘in control’ inzake arbeidstijdenregistratie, maar geeft het ook inzicht in de werkelijk gemaakte uren, de voortgang en de kosten. Naast deze aan- en afmeldzuilen beschikt BouWatch ook over een meer uitgebreide check-in optie.

 

Voor meer info kunt u contact opnemen met Peter Wassing van Stork: peter.wassing@stork.com


CCR gaat autonoom varende schepen Rijnvaart regelen

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) gaat ontheffing verlenen aan proefprojecten met autonoom varende schepen. De commissie wil zo automatisering in de binnenvaart bevorderen.

De bestaande regelgeving staat geen autonoom varende schepen toe, laat staan onbemande scheepvaart, maar de CCR signaleert wel een trend in die richting en wil met het oog op de toekomst proefprojecten de ruimte geven.

 

Verder wil de CCR op korte termijn minimumeisen vaststellen voor zogenoemde track control assistants (TCA) in de binnenvaart die op termijn semi-autonome vaart mogelijk maken. Ook hiervoor bestaan nog geen regels, terwijl TCA’s steeds vaker worden toegepast in de binnenvaart. Wel werd al een kladversie van mogelijke regels gepresenteerd aan het bedrijfsleven, de gebruikers van TCA’s en brancheorganisaties.

 

De CCR meldt dat de veiligheid voorop staat. ‘Autonoom varen vormt een grote uitdaging aangezien geautomatiseerde schepen en gewone schepen samen veilig moeten kunnen varen.’ Dat de regelgeving achterloopt op de ontwikkelingen is volgens Koninklijke BLN-Schuttevaer niet gek. ‘Techniek ontwikkelt zich nu eenmaal razendsnel en het opstellen van voorschriften is een traag en taai proces.’ 

In Antwerpen wordt ook al druk getest met autonoom varende binnenschepen. Seafar Remote Shipmanagement begon enkele jaren geleden met het aansturen van één schip vanuit de eigen bediencentrale in het centrum van Antwerpen. Nu zijn er al tien schepen, waaronder een 110-meter containerschip, een schip voor de estuaire vaart (‘Deseo’), meerdere Watertrucks en een patrouilleboot.

 

De schepen worden aangestuurd vanaf drie bedieningsposten die doen denken aan de lessenaars in een moderne stuurhut. Achter elke lessenaar zit een schipper met groot vaarbewijs om het aan hem toegewezen schip veilig van A naar B te sturen. De schipper ziet via zes grote beeldschermen camerabeelden die vanaf het schip naar de wal worden gestuurd. Een traffic controller achter hen kijkt mee op een tweede rij monitoren. Hij zorgt ervoor dat de overname van het schip goed verloopt en kan de schippers bijstaan bij onvoorziene gebeurtenissen. Op dezelfde vloer, gescheiden door een glazen wand, zit de ontwikkelafdeling waar vijf softwareontwikkelaars permanent aan verbetering van de systemen werken. Aan boord zijn een stuurman en twee matrozen om in te grijpen als er iets misgaat. Verder doen zij het normale werk aan boord, zoals schilderen en het smeren van de motoren.

 

Ook in Noorwegen wordt inmiddels druk gewerkt aan autonoom varen. Het zelfvarende elektrische containerschip ‘Yara Birkeland’ heeft onlangs zijn eerste ‘ceremoniële’ reis gemaakt met een tochtje door het Oslofjord in Noorwegen.


MKB op weg naar geautomatiseerde ketencommunicatie

De daadwerkelijke toepassing van het Smart Connected Supplier Network (SCSN), een datastandaard voor het uitwisselen van berichten binnen de toeleverketen van de maakindustrie, is nog sterk in ontwikkeling. Het ERP-systeem is een sterk bepalende factor in de keuze van een passende provider. Ook zijn er duidelijke verschillen in de door de providers aangeboden diensten, soorten berichten en gehanteerde kostenstructuur. Het aantal bedrijven dat zich aansluit bij het SCSN-platform groeit gestaag, waardoor de markt voor berichtenproviders naar verwachting steeds groter wordt.

Dit zijn de resultaten van een marktverkenning naar providers van geautomatiseerd berichtenverkeer die IPL Advies voor Draline bv, Brans Metaalbewerking bv en Geton Roestvrijstaalindustrie bv heeft uitgevoerd. De marktverkenning had tot doel inzicht te krijgen in de praktische bereikbaarheid voor de genoemde bedrijven en om uit te laten zoeken hoe bereikbaar SCSN voor het MKB is. De resultaten van dit onderzoek, gecombineerd met de ervaringen van de betrokken ondernemers zijn tijdens een door Koninklijke Metaalunie/Teqnow i.s.m. het Data Value Center – Smart Industry georganiseerde bijeenkomst afgelopen woensdag 24 november gepresenteerd aan collega-ondernemers.

 

Lagere kosten, minder fouten

Geautomatiseerde berichten naar klant en leverancier dragen bij aan efficiëntere digitalisering en snellere productieprocessen, lagere kosten en minder fouten. SCSN biedt een datastandaard voor het uitwisselen van berichten binnen de toeleverketen van de maakindustrie om berichtenverkeer tussen klanten en toeleveranciers te automatiseren. Om effectief en foutloos te kunnen werken bestaat bij veel ondernemers de behoefte aan vergaande automatisering van deze communicatie. Ondernemers vragen zich echter af waar ze, om van de mogelijkheden van SCSN gebruik te kunnen maken, rekening mee moeten houden en of de investering zich zal terugverdienen.


Zelfvoorzienend distributiecentrum bij Schiphol Trade Park

Bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp verrijst een distributiecentrum dat geheel zelfvoorzienend wordt in zijn eigen energiebehoefte. De energieproductie wordt er hoger dan het verbruik. Het DC wordt gerealiseerd door logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace en de energie-infrastructuurspecialist Joulz.

 

Het pand, nu nog bekend als locatie AMS05, gaat zo’n 55.000 vierkante meter aan opslagruimte beslaan, met nog eens ruim 6.500 vierkante meter aan tussenvloer. Daarnaast komt er zo’n 5.300 vierkante meter kantoorruimte en 64 loading docks voor vrachtwagens en busjes.

De eerste palen zijn eind juni de grond in gegaan. De oplevering staat gepland in begin april komend jaar. Het gebouw moet gaan voldoen aan de hoogste duurzaamheidseisen met een BREEAM-certificaat in de klasse ‘outstanding’.

 

Door de fors gestegen energievraag is het elektriciteitsnet in Nederland in de afgelopen jaren als het ware dichtgeslibd. Vanwege deze zogeheten netcongestie kan de netbeheerder geen stroom leveren aan een nieuw distributiecentrum en dus hebben Intospace en Joulz een off-grid systeem ontworpen.

 

De oplossing wordt mogelijk gemaakt door bestaande technologie te combineren met een innovatief energiebeheersysteem dat productie en consumptie nauwkeurig op elkaar afstemt. Zonnepanelen zorgen voor de eigen duurzame stroomvoorziening en batterijopslag zorgt voor energiezekerheid. De jaarproductie van het gebouw met zo’n 22.000 zonnepanelen wordt ongeveer 7,6 megawattuur.


Prime Vision en VDL Groep brengen 750 sorteerrobots de Verenigde Staten

Prime Vision en VDL Groep  produceren samen robots voor de Amerikaanse markt. Het Delftse Prime Vision heeft het Robotic Sorting concept ontwikkeld, het sorteren van zendingen door zogenaamde Autonomous Mobile Robots (AMRs). VDL Industrial Modules uit Helmond heeft de verantwoordelijkheid voor de productie van de AMR’s op zich genomen. Meer dan 750 robots zullen op verschillende locaties in de Verenigde Staten worden ingezet om pakketten sneller en efficiënter te sorteren. Deze order is enkele miljoenen euro’s waard.

 

De samenwerking tussen Prime Vision en VDL Groep gaat verder dan de productieactiviteiten van VDL Industrial Modules. VDL Industries Gainesville, gevestigd in de Amerikaanse staat Georgia, heeft de productie van de acculaadstations op zich genomen en VDL TBP Electronics in Dirksland (Zuid-Holland) produceert PCBA’s: printplaatassemblages met elektronische componenten.

Prime Vision is gespecialiseerd in computer vision integratie en robotica en werkt met de nieuwste technieken, waaronder kunstmatige intelligentie.

Het bedrijf begon 30 jaar geleden met het herkennen en sorteren van post en breidde hun assortiment in de loop der jaren uit naar pakketherkenningstechnologie, aanvankelijk voor postbedrijven. Het afgelopen jaar zijn de diensten uitgebreid naar de e-commerce industrie.

 

Essentiële partner

“VDL is een onmisbare partner in de productie van de robots en vult onze competenties op het gebied van computer vision en robotica oplossingen naadloos aan”, zegt directeur Eddy Thans van Prime Vision. Prime Vision heeft met zijn Amerikaanse klant afgesproken dat er dit jaar honderden robots worden geleverd. Daarom heeft het bedrijf samenwerking gezocht met VDL Groep. Bij het Helmondse werkbedrijf VDL Industrial Modules worden onderdelen voor de autonome mobiele robots geproduceerd, geassembleerd en klaargemaakt voor verzending.

 

Samenwerking

“De productie van deze robots past perfect in de kernactiviteiten van VDL Industrial Modules”, zegt directeur Peter van der Horst van VDL Industrial Moduls. “De samenwerking met Prime Vision verloopt heel goed. Prime Vision heeft ons de ruimte gegeven om het ontwerp van de robots voor assemblage verder te optimaliseren. Daarnaast zijn we er zelfs in deze uitdagende periode, gekenmerkt door materiaaltekorten, in geslaagd om samen een supply chain op te zetten.” Prime Vision is een wereldleider op het gebied van computer vision integratie en robotica voor logistiek en e-commerce. Als bekroond bedrijf ontwerpt en integreert Prime Vision oplossingen met behulp van de nieuwste herkennings-, identificatie- en roboticatechnieken om de automatisering van sorteerprocessen te optimaliseren.

 

Kracht door samenwerking. Dat is de basis van VDL Groep, het internationale industriële familiebedrijf met hoofdkantoor in Eindhoven. Dit bedrijf is in 1953 opgericht door Pieter van der Leegte. Aanvankelijk specialiseerde VDL Groep zich in metaalbewerking. Toen Pieters zoon Wim van der Leegte het bedrijf in 1966 overnam, waren er onder meer specialiteiten in hightech benodigdheden voor de halfgeleiderindustrie en werd het portfolio aangevuld met kunststofverwerking en de ontwikkeling, productie en verkoop van bussen. VDL Groep is groot in benodigdheden en halffabricaten, maakt eigen eindproducten, zoals ophangsystemen, de geautomatiseerde indeling van autofabrieken, warmtewisselaars en container handling systemen, en heeft met VDL Nedcar in Born de enige personenautofabriek in Nederland waar seriematige montage voor derden plaatsvindt.

 

VDL Groep innoveert door een combinatie van vakmanschap, ondernemerschap en hoogwaardige machines. De groep bedrijven combineert de kracht van een multinational met de platte organisatie en de open, informele werksfeer van een familiebedrijf waar carrièremogelijkheden en continuïteit voorop staan. Sinds 2016 staat de derde generatie van de familie Van der Leegte aan het roer van het bedrijf. VDL Groep is actief in 20 landen met meer dan 15.000 medewerkers. De groep bestaat uit 105 werkmaatschappijen, elk met een eigen specialisme, die nauw samenwerken. De gezamenlijke jaaromzet bedroeg in 2020 4,686 miljard euro.

 

Met dank aan Link Magazine


VDL: Aanpassingen uittesten in Twin

Ook in de industrie raken digital twins steeds meer ingeburgerd. Was de term eerst vooral een modekreet, die in één adem werd genoemd met industrie 4.0, inmiddels werkt VDL Groep al met drie verschillende typen, zegt Menno Kleingeld, directeur digitalisering van de Eindhovense multinational.

 

‘Ten eerste van het product zelf, zoals een bus. Die bus is verbonden met internet en geeft voortdurend gegevens door over zijn status. Daarmee voeden we een digitaal model. Met dat model kunnen we vervolgens eindeloos simulaties uitvoeren, alsof de nieuwe bus daadwerkelijk hier in Eindhoven of elders rondrijdt.’

Zo hoeft er veel minder te worden getest met echte bussen, maar er is nóg een groot voordeel, zegt Kleingeld. ‘We kunnen nu veel eenvoudiger aanpassingen uittesten. Stel dat we de bus van een andere batterij voorzien: wat zijn dan de gevolgen? Met een digital twin kunnen we dat makkelijk simuleren en we kunnen in het model ook de tijd versnellen, zodat we snel veel gegevens verzamelen.’

 

Productielijn

Inmiddels heeft VDL ook digital twins van volledige productielijnen ontwikkeld. Bij VDL Nedcar in Born, waar BMW’en Mini’s van de band rollen, wordt nu getest met een twin waarin alle logistieke stappen zijn opgenomen. ‘We kunnen zo live meekijken wat er gebeurt en of bijvoorbeeld alle robots goed functioneren. Stelt dat in een van de robots een trilling optreedt, dan kunnen we uit de data aflezen of dat kan leiden tot een storing en tijdig ingrijpen’, zegt Kleingeld. ‘En als we de productie willen verhogen, kunnen we in de digital twin zien waar precies de knelpunten kunnen ontstaan.’

 

Bij VDL Steelweld in Breda, dat gerobotiseerde automatiseringssystemen voor de autoassemblage levert, draait een derde type digital twin. ‘Hier is de productielijn ons product en steeds vaker kunnen we die op afstand laten draaien. Door dat eerst op een digitale twin te doen, kunnen we de instellingen in één keer optimaal instellen voor de fysieke productielijn. Daarmee winnen we een hoop tijd en het voorkomt dat we steeds collega’s ernaar toe moeten sturen. Zeker afgelopen jaar, met alle reisbeperkingen, heeft die digital twin zijn waarde wel bewezen.’

 

Met dank aan De Ingenieur


Brunssum gaat mensen in bijstand opleiden voor baan in logistiek

De gemeente Brunssum gaat in de komende 2 jaar 130 mensen in de bijstand opleiden voor een baan in de logistiek. Hiervoor wordt bij Betere Buren een leer-/werktraject opgezet. De tweejarige pilot gaat eind 2021 van start. In Limburg zijn, vanwege de centrale ligging, veel bedrijven in de logistieke branche gevestigd. 11,6 procent van de Limburgse beroepsbevolking is werkzaam in de logistiek. De Provincie Limburg heeft (medische) logistiek dan ook benoemd tot speerpunt in het regionale economische beleid.

 

Krapte op de arbeidsmarkt

Het grote aantal logistieke bedrijven, ook in de regio Parkstad Limburg, zorgt voor een continue vraag naar medewerkers die voldoende opgeleid en competent zijn. Vóór de coronacrisis bleek dat bedrijven al moeite hadden om voldoende geschikt personeel te vinden. Nu de economie weer aantrekt, is er sprake van een snel toenemende krapte in het aanbod van geschoold logistiek personeel.

Met een eigen leer-/werktraject wil de gemeente Brunssum hierop inspringen, zegt wethouder Hugo Janssen (Sociale Zaken). “Hiermee versterken we niet alleen de regionale arbeidsmarkt, maar bieden we ook onze eigen bijstandscliënten een beter perspectief op werk”. Voor de uitvoering van dit nieuwe leer-/werktraject heeft de gemeenteraad van Brunssum extra geld beschikbaar gesteld.

 

Pilot in Brunssum

Het leer-/werktraject voor een baan in de logistiek is vooralsnog een pilot met een duur van twee jaar. Gedurende deze periode is er capaciteit voor de opleiding van circa 130 personen. De eerste deelnemers starten eind 2021. Op basis van ervaringen bij eerdere leer-/werktrajecten is de verwachting dat uiteindelijk circa 60 procent van de deelnemers daadwerkelijk uitstroomt naar een betaalde baan. Dat betekent dat 78 mensen dankzij dit traject onafhankelijk worden van een bijstandsuitkering. Op basis van de ervaringen van de pilot wordt in de loop van 2023 besloten of het leer-/werktraject voor de logistiek structureel deel zal gaan uitmaken van het aanbod aan ontwikkelingstrajecten van Betere Buren. Hugo Janssen: “De terreinen waarop Betere Buren actief is, willen we steeds verder uitbreiden. Daarmee groeien ook de kansen voor onze cliënten om betaald werk te vinden”.

 

Betere Buren

Het leer-/werktraject wordt georganiseerd door Betere Buren, het mensontwikkelbedrijf van de gemeente Brunssum. Doel van Betere Buren is het bevorderen van uitstroom van mensen uit de Participatiewet (bijstand). Het gaat om mensen die er niet in slagen om op eigen kracht een baan te vinden. Betere Buren biedt begeleiding, coaching en scholing. Op dit moment doorlopen circa 150 Brunssumse cliënten een traject bij Betere Buren.


Marco van Dongen is Tendermanager van het jaar 2021

Marco van Dongen, Tendermanager bij HEYDAY Facility Management, is vorige week verkozen tot Tendermanager van het jaar. Hij won zowel de vakjuryprijs als publieksjuryprijs en liet medefinalisten Stephen Pittau (Strukton) en Erwin Matthijsse (Dura Vermeer) achter zich.

De jury noemt Van Dongen een ‘owner van de deal’. Hij gaat volgens hen altijd op zoek naar het win-gevoel en heeft een duidelijke visie op de toekomst van het vak van Tendermanager. Zo vindt Van Dongen dat er meer ruimte moet zijn voor ‘flirten’ tussen aanbestedende dienst en aanbieder, omdat volgens hem de beste resultaten volgen uit verbinding. Met zijn best practise – succesvol binnenhalen van het één van grootste facility deals in Nederland – liet hij zien in de huid van de klant te kunnen kruipen om de beste passende oplossing te creëren.

 

Aandacht voor het vak

De verkiezing voor Tendermanager van het jaar wordt sinds drie jaar georganiseerd. De verkiezing moet leiden tot meer zichtbaarheid van het vak van tendermanager. Vorig jaar won Leontien Navest, Tendermanager bij Capgemini. Zij maakte dit jaar ook deel uit van de vakjury.


Human Capital Topsectoren lanceert ontwikkelkaart en vernieuwde actiescan

Op haar website lanceert de HCA Topsectoren de ontwikkelkaart en de vernieuwde actiescan. Dit zijn instrumenten om de samenwerking binnen Learning Communities en binnen (Top)sectoren in een volgende versnelling te helpen krijgen. Beide instrumenten staan samenwerkingsverbanden binnen leren-werken-innoveren vrij ter beschikking ter ondersteuning aan de verdere ontwikkeling van de samenwerking.

 

Human Capital Agenda (HCA) Topsectoren lanceert op haar website de ontwikkelkaart en een vernieuwde versie van de actiescan, dit zijn twee instrumenten die een Learning Community helpen om een volgende stap te zetten binnen het samenwerkingsverband. Beide instrumenten zijn (verder) ontwikkeld door Denkhuijzen innovatiemanagement uit Zwolle. Zowel de actiescan als de ontwikkelkaart staan samenwerkingsverbanden binnen leren-werken-innoveren vrij ter beschikking en zijn te vinden op de website van de HCA Topsectoren.

Actiescan

De actiescan is specifiek bedoeld voor vertegenwoordigers van het samenwerkingsverband, bijvoorbeeld vanuit onderwijs, het werkveld en onderzoek, om te reflecteren op de staat van het samenwerkingsverband en op waar kansen voor verdere ontwikkeling liggen. Bij de actiescan wordt een lijst met vragen geleverd om het gesprek op gang te helpen en richting te geven. Het gesprek met de actiescan erbij vindt plaats onder begeleiding van een moderator en aanwezigheid van een notulist. Download de actiescan. Bekijk ook de vragen voor moderators

 

Ontwikkelkaart

Tegelijkertijd met de actiescan lanceert de HCA Topsectoren de ontwikkelkaart – een online invulbaar instrument – die je hier kunt vinden. Dit instrument is te gebruiken door vertegenwoordigers binnen een (Top)sector die inzicht willen in de huidige status van samenwerkingsverbanden binnen de sector en waar kansen voor verdere ontwikkeling liggen. Met input van doelstellingen, bouwblokken voor deze doelstellingen en beïnvloedingsomgevingen van deze doelstellingen maak je met dit instrument zelf een grafisch mooi en inzichtelijk overzicht.

 

Learning communities

Learning Communities zijn duurzame samenwerkingsbanden waarin werken, leren en innoveren dicht tegen elkaar aan worden georganiseerd. Op deze manier kan kennis sneller circuleren, is scholing effectiever, aantrekkelijker en laagdrempeliger voor een grote groep leerlingen, studenten en werknemers. 


Heineken verduurzaamt: Elektrische tankbiertruck brengt bier naar binnenstad

Bierbrouwer Heineken bevoorraadt voortaan de Amsterdamse cafés in de binnenstad met de allereerste elektrisch aangedreven mini tankbiertruck ter wereld. Het gaat daarbij om horecagelegenheden met Heineken, Amstel of Brand bier op de tap. Het is een primeur voor Amsterdam.

 

Als het aan de brouwer ligt zijn dieseldampen in het historische hart verleden tijd. “Heineken heeft een sterke groene ambitie en hierbij kijken we naar de hele keten. Dat gaat uiteraard ook over schoon transport. Ik ben blij dat we een groot gewicht zoals tankbier nu duurzaam kunnen vervoeren”, aldus algemeen directeur Hans Böhm. Het gaat niet alleen om uitstoot en roetdeeltjes, ook de decibellen worden flink teruggedrongen want de nieuwe elektrische truck is fluisterstil.

 

Klein en wendbaar

De tankbiertruck is kleiner dan zijn voorganger en daardoor veel wendbaarder. Dat is fijn voor de chauffeur. Daarnaast is het ook voordelig voor de verkeersveiligheid. De tankbiertruck voedt zich met groene stroom en hiermee doet Heineken de ‘huiskleur’ nog meer eer aan dan het al deed.

 

100% groen gebrouwen

Vorig jaar augustus werd bekend dat al het Heineken bier voor de Nederlandse markt 100% groen wordt gebrouwen. Dat daar nu ook verduurzaming van het transport aan wordt toegevoegd is een mooie mijlpaal en een opmaat naar meer schone kilometers.

 

Logistiek

De logistiek gebeurt als volgt: Vanuit de brouwerij rijdt een grote vrachtwagen met 200 hectoliter vers bier naar de rand van de stad. Daar wordt 30 hectoliter overgepompt naar de kleinere en 100% elektrische tankbiertruck die fluisterstil en zonder uitstoot circa vijf cafés van vers bier voorziet. Eenmaal leeg, zal de truck aan de rand van de stad weer stroom en bier tanken om z’n weg naar het historische hart van de stad te vervolgen. De nieuwe trucks zijn veel lichter dan hun voorgangers en voldoen aan de norm van maximaal 7.5 ton om kades en bruggen te beschermen. In deze eerste fase zullen er in Amsterdam twee elektrische tankbiertrucks rijden. Heineken is voornemens om komende jaren het wagenpark voor stadsdistributie schoner en geluidsarmer te maken.

 

Groen transport in stroomversnelling

Omdat elektrisch tankbiertransport relatief nieuw is, was het in het begin nog even zoeken naar de spelregels. Ook dat hoort bij pionieren. Voordat je als brouwer kan investeren in elektrisch biertransport moet duidelijk zijn welke do’s en dont’s er in de binnenstad van kracht zijn. Op welke tijden mag er eigenlijk gereden geworden? Want vaker heen en weer om stroom en bier bij te tanken betekent ook andere rijtijden. Hoe zit het met de infrastructuur voor laadpalen en de parkeergelegenheid? Mede dankzij de inspanningen van Wethouder Egbert de Vries hebben Gemeente Amsterdam en Heineken elkaar helemaal gevonden in de gezamenlijke ambitie om de stad schoner en stiller te krijgen.

Duurzaam opgewekte stroom

De nieuwe wijze van vervoeren past binnen de duurzaamheidsstrategie van Heineken. De brouwerij wil vanaf 2030 volledig draaien op hernieuwbare energie. Daarvoor gaat het onder meer een samenwerking aan met energiepartner Eneco. Vanaf januari 2022 ontvangt Heineken volledig duurzaam opgewekte stroom voor haar bedrijfsprocessen in Nederland. Het bedrijf maakte al gebruik van windenergie. Daarnaast liggen er meer dan 26.000 zonnepanelen op de daken van de brouwerijen. Dit wordt aangevuld met groene stroom van twee nieuwe windparken; waaronder Windpark Fryslân. Eneco gaat vanaf januari 2022 vanuit dit park jaarlijks 66.000 MWh aan stroom leveren aan Heineken.

 

Vergroening thermische energie

Naast stroom, speelt ook de vergroening van thermische energie (gas) een belangrijke rol om klimaatneutraal te worden. De brouwer draait al gedeeltelijk op biogas. Samen met Eneco wordt nu gewerkt aan de installatie van een omvangrijke e-boiler in Zoeterwoude. Deze zal een volgend deel van het thermisch energieverbruik elektrificeren. Voor het vergroenen van de laatste delen thermische energie, onderzoeken Eneco en Heineken welke mogelijkheden het beste passen om zo volledig klimaatneutrale brouwerijen te bereiken.

Met dank aan Maakindustrie


Hoe duizenden robots boodschappen doen voor jou

In deze video van YouTuber Tom Scott gaat hij op bezoek bij een locatie van de Ocada Group, een bedrijf dat net als Picnic boodschappen doen in een modern jasje giet en deze technologie ook aan andere supermarkten levert. In de zogeheten “Hive” werken er 2.300 robots aan het verzamelen en bundelen van bestelde boodschappen. Met behulp van kunstmatige intelligentie wordt ervoor gezorgd dat de robots razendsnel hun werk kunnen doen:


Sitech Services en ERIKS sluiten meerjarig VMI-contract

Vendor Managed Inventory (VMI) is een methode om grijpvoorraden van spare parts op een efficiënte manier te beheren op fabrieksterreinen. Onderdelen voor onderhoud aan installaties zijn dicht bij de monteurs beschikbaar en in de juiste hoeveelheid voorradig.

 

Sitech Services heeft ERIKS als partner verkozen om in de komende jaren 10 VMI-locaties op de Chemelot site in Geleen te gaan beheren. Deze samenwerking maakt onderdeel uit van een nieuw integraal logistiek concept van Sitech Services op het hele Chemelot terrein. ERIKS is verkozen op basis specialistische kennis en ervaring in de procesindustrie en haar custom made Supply Chain Solutions zoals VMI en turnaround support aangevuld met het probleemoplossend vermogen van het projectteam. ERIKS zet een eigen implementatieteam met diverse product- en logistiekspecialisten in om de inrichting van de grijpvoorraadmagazijnen met contractitems te realiseren.

“Het VMI-concept en de producten van ERIKS sluiten perfect aan op onze ambities om als integrator naar een next level in onze dienstverlening te groeien.” aldus Edgar Beers, Sourcing en Supply Chain Director bij Sitech Services.

 

“Voor ERIKS is het VMI-contract met Sitech een bekroning op de jarenlange intensieve samenwerking tussen beide bedrijven op het Chemelot terrein. Hiermee komt het totaal aantal VMI-locaties bij industriële afnemers voor ERIKS op 360 locaties in Nederland.” volgens Sofie Cammers, Managing Director ERIKS Nederland.


De nieuwe Boston Dynamics robot is gemaakt voor magazijnen

Na jaren te kunnen hebben spelen en R&D te kunnen uitvoeren met geld van investeerders, is het nu voor Boston Dynamics tijd geworden om daadwerkelijk geld te gaan verdienen. De onlangs geïntroduceerde Stretch robot lijkt daar een uitstekend middel voor te zijn: het is een apparaat dat specifiek ontwikkeld is voor de enorme hoeveelheden magazijnen die momenteel als paddenstoelen uit de grond schieten.

Alle producten die door webwinkels worden verkochten moeten immers worden binnengebracht, opgestapeld, ingepakt en verzonden. Stretch is zeer goed in het uitvoeren van dergelijke repetitieve taken, waar je als magazijnmedewerker op een gegeven moment helemaal klaar mee bent. Een prijs voor de robot is nog niet bekend gemaakt, maar je kunt natuurlijk altijd even contact opnemen met de sales-afdeling.


Hoe Artificiële Intelligentie de Supply Chain kan verbeteren

Artificiële intelligentie (AI) maakt het op termijn mogelijk om zelfsturende supply chains te creëren. Een dergelijke transitie kan alleen succesvol zijn als alle betrokkenen ook voldoende vertrouwen hebben in de gebruikte AI-modellen. Een andere conclusie is dat optimalisatie van de huidige supply chains niet voldoende is om de grote uitdagingen van de toekomst op te lossen. Daarvoor zijn radicale vernieuwingen nodig, zoals Disney en Transiticoalitie Voedsel laten zien.

 

In supply chains komt steeds meer data beschikbaar, maar in de praktijk wordt daarvan maar beperkt gebruik gemaakt. Hoe kunnen we AI en machine learning inzetten om op basis van data een effectievere en efficiëntere supply chain te realiseren? Daar gaan adviseurs Lennart Bootsman en Dennis Timmers van Mobiquity op in.

Machine learning

Wat er zo bijzonder is aan AI en machine learning, introduceert Bootsman met een eenvoudig voorbeeld: het berekenen van de oppervlakte van een figuur. Daarvoor is input nodig – de lengte en breedte van de figuur – en een algoritme, in dit geval een eenvoudige rekenformule. “Hiermee zouden we normaal gesproken een stukje software programmeren dat de output levert: de oppervlakte. Machine learning werkt totaal anders. Daarbij trainen we de computer (of liever gezegd het neurale netwerk) door heel veel combinaties van input en output in te voeren, zodat de computer ‘leert’ welke input tot welke output leidt.”

 

Het ‘rekenmodel’ dat op deze manier ontstaat, kan vervolgens worden gebruikt in nieuwe situaties. Op basis van nieuwe input-data kan het model met een grote mate van nauwkeurigheid de output voorspellen zonder dat de formule bekend hoeft te zijn. Dit heeft vooral nut in complexe situaties met heel veel factoren (parameters) waarvan de samenhang niet eenduidig vast te stellen is, waardoor formules tekortschieten. Kortom, in situaties die in heel veel supply chains voorkomen. “In zulke omstandigheden levert AI veel betere voorspellingen op met een grotere nauwkeurigheid dan bij toepassing van bestaande technieken. Op basis van die voorspellingen kunnen supply chain professionals betere beslissingen nemen”, vertelt Bootsman.

 

Explainable AI

Het gevaar is dat er AI-modellen ontstaan die niemand nog begrijpt; in dat geval ontstaat  een grote black box. Hoe kunnen we dan op die modellen vertrouwen? Hoe weten we dan of ze goed werken, ook als ze worden toegepast in een situatie die het model nog niet eerder heeft gezien? Om daar een antwoord op te geven, introduceert Mobiquity het begrip ‘explainable AI’. Door gebruik van datatechnieken kan je aan betrokkenen laten zien hoe het model tot zijn beslissingen komt. “Dat is noodzakelijk om vertrouwen te krijgen in het model, maar ook om de risico’s juist in te schatten. Als iets fout gaat, moeten we de oorzaak daarvan kunnen achterhalen om herhaling te voorkomen”, vertelt Timmers.

 

Hij illustreert dit met een voorbeeld van Google. Dit techbedrijf zet machine learning in voor beeldherkenning. Op basis van een groot aantal foto’s van kano’s leert het model kano’s herkennen. “Maar welke beeldelementen zorgen voor die herkenning? Dat blijkt vooral de peddel te zijn. Eigenlijk heeft Google geen kanodetector, maar een kanopeddeldetector gebouwd”, zegt Timmers. “De enige oplossing om deze fout te herstellen is het model heel veel foto’s laten zien van kano’s zonder peddel.”

 

Menselijke intelligentie

Mobiquity ziet grote mogelijkheden voor toepassing van AI in supply chain. Nu is het al mogelijk om planners en operators met AI te ondersteunen: het AI-model geeft suggesties en de planner beslist. Op langere termijn zou AI ook die rol over kunnen nemen. Dan ontstaan zelfsturende fabrieken en warehouses en mogelijk zelfsturende supply chains, aldus Timmers. “Maar we moeten kritisch blijven op de AI-modellen. Ook in een zelfsturende supply chain hebben we mensen nodig, onder andere om alle modellen te monitoren. Voordat het zover is, zijn we tien jaar verder.”

 

Backcasting

Bij het kijken naar digitalisering zijn er twee perspectieven, die beide verkend worden door de SCELP-werkgroep Digitalisering die bestaat uit Edwin van den Meerendonk (Disney), Marc Moerkerken, Marc Vogels (Enza Zaden), Irke-Marjen Wiersma (Samsung) en Maurice Keuch (Mustad). Het eerste perspectief betreft de blik vanuit het heden naar de toekomst oftewel forecasting. Dat gaat over optimaliseren: hetzelfde doen maar dan beter, bijvoorbeeld door inzet van AI.  De vraag is of we daarmee de grote problemen in de wereld kunnen oplossen, zoals het duurzaam voeden van meer dan 10 miljard mensen in 2050. Dat vraagt om backcasting: Wat is het einddoel dat we willen bereiken? Welke digitale technologieën kunnen we daarvoor inzetten? Dat is het tweede perspectief.

 

Volgens medeoprichter Willem Lageweg van de Transitiecoalitie Voedsel, uitgenodigd door SCELP, is forecasting ongeschikt om het voedselprobleem op te lossen. Sterker nog: optimaliseren werkt zelfs averechts. Nog meer inzetten op de huidige vorm van automatisering leidt tot nog meer schaalvergroting en schadelijke effecten voor maatschappij en milieu. Wat we nodig hebben is een ander perspectief. “We hebben met een groep van ruim honderd betrokkenen uit verschillende sectoren en disciplines allereerst de vraag proberen te beantwoorden hoe toekomstbestendige landbouw eruitziet. Alleen dat al leidde tot vijf verschillende toekomstbeelden. In de meeste daarvan speelt digitale technologie een belangrijke rol, maar niet in elk toekomstbeeld. Technologie kan bijvoorbeeld helpen om ieder mens een gepersonaliseerd dieet voor te schotelen, of om heel gericht met drones en robots elke individuele plant de optimale behandeling te geven.”

Streamingdienst

Edwin van den Meerendonk, vice president European supply chain bij de Walt Disney Company en SCELP-lid van het eerste uur, liet zien hoe zo’n toekomstvisie ook kan bijdragen aan het succes van een individueel bedrijf en wat dat betekent voor de organisatie. Hij vertelt hoe Walt Disney tot het besluit kwam om de concurrentie met Netflix aan te gaan en een eigen streamingsdienst op te zetten: Disney+. “Omdat steeds meer mensen het contract met kabelmaatschappijen opzeggen, dreigden we het contact met de consumenten kwijt te raken. Dat contact is belangrijk vanwege onze consumentenproducten en themaparken.”

 

Dit besluit heeft een enorme impact op de organisatie. “Met Disney+ veranderen we van een B2B- in een B2C-bedrijf. We deden alleen zaken met kabelmaatschappijen, bioscoopexploitanten en retailers, nu met miljoenen consumenten. Dat heeft gevolgen voor onze infrastructuur, voor onze organisatie, voor alles. We hadden een traditionele organisatiestructuur met silo’s, maar die hebben we omgegooid. Een organisatie die is opgedeeld in silo’s, staat een grootschalige transitie in de weg.”

 

Volgens Prof.dr. Jack van der Veen laat het voorbeeld van Disney zien dat we beide perspectieven moeten hanteren: forecasting én backcasting. “De huidige business van Disney verander je niet van de een op de andere dag. Die moet je blijven verbeteren. Tegelijkertijd zijn soms radicale veranderingen nodig om het gedroomde toekomstbeeld te realiseren. De kunst is om het nieuwe de ruimte te geven zonder dat te laten frustreren door de beperkingen van het oude. En om het oude te behouden zolang het nieuwe zich nog niet heeft bewezen.”


Smart tools voor onderhoud in de procestechnologie

Asset owners in de procesindustrie willen hun installaties zo betrouwbaar mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten draaiende houden. Inspectie en onderhoud zijn hierbij onvermijdelijk, maar de regels op het vlak van veiligheid en milieu worden steeds strenger. Om deze uitdagingen te tackelen, ging het Nederlandse KicMPi de voorbije vijf jaren binnen het 'Smart Tooling'-project op zoek naar innovatieve oplossingen met drones, robotica en smart glasses. Met het afronden van dit Vlaams-Nederlandse Interreg-project zijn nu ook de resultaten binnen de verschillende deelprojecten bekend.

Het Smart Tooling-project liep van begin 2016 tot eind 2020. Het was een Vlaams-Nederlands Interreg-project, met Europese subsidies om de ontwikkeling van innovaties te ondersteunen. Het Nederlandse KicMPi (Kennis- en innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie) trad hierbij op als projectverantwoordelijke, in nauwe samenwerking met kennisinstellingen, ontwikkelings-maatschappijen, branche-organisaties, asset owners en natuurlijk ook tal van technologiebedrijven uit beide regio's.

 

Er werden acht deelprojecten opgezet, onderverdeeld in vier clusters. 

-   Drones voor inspectie (wanddiktemeting met een drone in een besloten ruimte van     bijvoorbeeld een industriele tank)

-      Inspectierobots (volautomatische inspectie in leidingen)

-      Werkplaatsrobotica (ondersteuning op afstand met smart glasses)

-      Cleaningrobot (voor het te reinigen en inspecteren van besloten ruimten)

 

De algemene doelstelling van deze nieuwe of doorontwikkelde 'smart tools' is om onderhoudspersoneel in de procesindustrie in staat stellen om hun werkzaamheden veiliger en efficiënter, of dus 'slimmer' uit te voeren ten opzichte van de huidige werksituaties. De uiteindelijke projectresultaten varieerden van werkende prototypes tot innovatieve werkmethoden. Die werden op 19 november 2020 voorgesteld en becommentarieerd tijdens een online slotevent. Na de videodemonstraties van elk deelproject hielden Jan Mol (projectmanager Smart Tooling) en Pieter Raes (algemeen directeur KicMPi) telkens een diepte-interview met de betrokken projectpartners over het belang, de mogelijke toepassing en eventuele vervolgstappen van de voorgestelde innovaties.

Met dank aan collega vereniging NVSM


Geautomatiseerde material handling niet aan te slepen

Automatisering van warehouses groeit al jaren sterk en dat gaat voorlopig niet veranderen. De markt voor geautomatiseerde material handling systemen verdubbelt bijna de komende vijf jaar is de verwachting.

 

De material handling markt heeft al jaren geen klagen. Jaar op jaar nemen de omzetten toe. De komende vijf jaar wordt helemaal feest. De omzet gaat bijna verdubbelen de komend vijf jaar. Zo blijkt uit een rapport van het onderzoeksbureau Research and Markets. De wereldwijde Automated Material Handling (AMH) Equipment Market zal naar verwachting groeien van 43,6 miljard dollar in 2021 tot 76,8 miljard dollar in 2026. De groeiende vraag naar geautomatiseerde opslag- en retrieval systemen (ASRS) in de sterk gegroeide e-commerce business door corona is een belangrijk reden voor de toename. Stijgende arbeidskosten, personeelstekort en veiligheid zijn andere belangrijke krachten achter de voorspeld groei.

 

Robots rukken extra hard op

Robots zullen de grootste hap uitmaken van de investeringen de komende jaren, aldus het onderzoeksbureau. Het implementeren van robots verhoogt de efficiëntie en productiviteit van productiebedrijven en magazijnen aanzienlijk. Het gebruik van robots kan de arbeidskosten verlagen, werknemers beschermen tegen verwondingen en een hoog investeringsrendement opleveren.

 

Investeerders investeren fors in robots

Het is dan ook niet raar dat investeerders de laatste tijd fors geld stoppen in robotbedrijven. Berkshire Grey, dat onder meer pickrobots levert aan Amazon haalde afgelopen januari 263 miljoen dollar op. Volgens ceo Tom Wagner wordt het geld gebruikt om buiten de Verenigde Staten marktaandeel te veroveren, overnames te doen en het team uit te breiden.

 

Locus Robotics

Robotspecialist Locus Robotics haalde in februari van dit jaar 150 miljoen dollar aan investeringsgeld op. Het geld is onder meer afkomstig van bestaande investeerders, waaronder Scale Venture Partners en Prologis Ventures, de venture capital-tak van Prologis, een wereldleider in logistiek vastgoed. Locus gebruikt de financiering om mondiaal uit te breiden en om lopend onderzoek en ontwikkeling (R&D) te ondersteunen om zijn robotoplossing voor distributiecentra, genaamd Locus, te laten groeien en verbeteren. Ceva Logistics nam vorig jaar als eerste bedrijf in Europa de Amerikaanse robotoplossing Locus in gebruik. Een cobot die samen met de medewerkers de orders pickt en transporteert naar de expeditie.


EPZ Is Investing Energy In Improving Stock Control For Spare Parts

At the beginning of 2020, Gordian carried out a performance and maturity scan on behalf of EPZ. The aim was to identify possible improvements in the spare parts management of EPZ and the associated logistics processes. Based on this research, EPZ decided in July of that year to start a pilot for EPZ’s “fast” and “medium movers”. Using Gordian’s Spare Parts Management Studio, Gordian calculated the optimal stock parameters for this part of the stock. EPZ will assess the outcome of this intervention in 2021.

Obviously we are very curious about EPZ’s experience and hope that this will lead to a full implementation. Based on our scan, a significant improvement for EPZ in terms of stock value, operational costs and stock availability seems possible. If you don’t get energy from that?

 

The Electricity Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) is a Dutch electricity producer. EPZ owns the Borssele nuclear power plant and is therefore the largest electricity producer in Zeeland, the Netherlands.


Toegevoegde waarde logistiek vastgoed naar bijna 31 miljard euro

De toegevoegde waarde van de logistieke vastgoedsector is de afgelopen vijf jaar enorm gegroeid. De landschappelijke impact is daarentegen zeer beperkt. Zelfs in logistieke hotspots als Venlo bedraagt het grondgebruik van logistiek vastgoed maar 2,3 procent.

Tegenwicht in verdozingdiscussie

Met het onderzoek van Buck wil Prologis naar eigen zeggen ‘een op feiten gebaseerd debat als tegenwicht tegen de huidige op aannames en op emotie gestoelde discussie‘. Tot grote onvrede van de logistiek vastgoedsector bestempelden de drie Rijksadviseurs in het College van Rijksadviseurs in een adviesrapport logistiek vorig jaar als een niet-duurzame sector zonder toegevoegde waarde, waar dozenschuivers het landschap vervuilen, verkeerscongestie veroorzaken en laagopgeleide arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden moeten werken.

 

Impact op het landschap

De feiten die René Buck in zijn marktonderzoek boven tafel kreeg, wijzen grotendeels anders uit. “Het klopt niet dat dc’s als paddenstoelen de grond uit schieten. Het aantal mega-dc’s is tussen 2015 en 2020 weliswaar verdubbeld van dertig naar zestig. Maar slechts één op de vier XXL-distributiecentra landt in Nederland, de rest komt in Duitsland en België terecht”, beweerde Buck vorige week tijdens de paneldiscussie waar ook Dirk Sosef, Vice President Research and Strategy, Sander Breugelmans, Regional Head Northern Europe van Prologis en Ronald Bakker, wethouder sociale en economische zaken van de gemeente Waalwijk.

 

Ruimtelijke impact beperkt

Volgens Buck bedraagt het grondgebruik van al het logistieke vastgoed bovendien slechts 0,13 procent van de totale oppervlakte van Nederland. “Zelfs in logistieke hotspots is de ruimtelijke impact beperkt met een ruimtelijk beslag van 2,3 procent in Venlo, 2,1 procent in Tilburg en 1 procent in Waalwijk en Rotterdam. Van de 32 XXL-distributiecentra heeft 62 procent geen of een beperkte landschappelijke impact.”

 

Dc’s steeds duurzamer

Negen mega-distributiecentra zijn stand-alone en drie zijn niet goed ingepast. De overige twintig, zo stelt Buck, zijn gebouwd op bestaande bedrijvenparken, langs snelwegen of op brownfield-locaties. Logistiek vastgoed wordt bovendien steeds duurzamer. Kreeg drie jaar geleden nog maar 20 procent van de nieuwbouw een Breeam-certificaat, dit jaar geldt dat voor 49 procent.” De economische baten van logistiek zijn ook niet mis, becijferde Buck. “De toegevoegde economische waarde van Nederlandse distributiecentra bedroeg vijf jaar geleden 21,2 miljard euro. Dit jaar komt dat uit op 30,8 miljard, een groei van 46 procent. Ook zijn voor het eerst meer dan 400.000 banen gerelateerd aan logistiek vastgoed.”

 

Groei in wo-afgestudeerden

Uit het onderzoek blijkt verder dat de hele logistieke sector werk biedt aan 886.000 mensen tegen 824.000 in 2015. “Het klopt niet dat de sector alleen maar werk biedt aan laagopgeleiden. Elke jaar studeren 4.000 studenten aan een hogeschool of universiteit af in een logistiek gerelateerde opleiding. Zo bedroeg het aantal wo-afgestudeerden in 2015 1.308 tegen 1.109 in 2009, een groei van 18 procent.”

 

‘Geen halleluja rapport’

Natuurlijk zijn er ook verbeterpunten volgens Buck zoals de overlast van het vrachtverkeer. “Dat probleem kan met een betere logistieke planning worden ingedamd. Ook is een betere huisvesting van arbeidsmigranten gewenst. Dit is geen halleluja-rapport voor de sector, maar zijn gewoon de feiten.”

 

Bron: Logistiek Nederland


Logistieke veranderingen vragen om Gemba Process Innovation

Veranderend koopgedrag en digitalisering vragen om Gemba Process Innovation in de logistieke sector, stelt Panasonic. Om die reden introduceert het bedrijf dit concept in Europa. Aspecten als Deap Learning en IoT-sensortechnologieën spelen er een belangrijke rol bij.

 

Gemba Process Innovation is volgens de leverancier bij uitstek geschikt voor de logistieke sector, de productiesector én de detailhandel. “De druk van buitenaf die het bedrijfsleven in heel Europa voelt, is nog nooit zo groot geweest”, aldus Hiroyuki Nishiuma. Nishiuma is de nieuwe directeur van Panasonic System Communications Company Europe (PSCEU). “Voorbeelden hiervan zijn veranderende koopgewoonten van consumenten, een toenemend milieu- en ethisch bewustzijn en een vergrijzende bevolking die het arbeidspotentieel vermindert.”

Transformeren

Hij stelt dat veel bedrijven bij hun aanpak van deze problemen vertrouwen op de nieuwe golf van technologische innovaties. “Panasonic wil deze bedrijven daarbij ondersteunen, bijvoorbeeld als full-service provider die zich richt op industriële oplossingen die de Gemba – de plaats waar waarde wordt gecreëerd – transformeren.”

 

B2B-concept

Het B2B-concept dat Panasonic heeft ontwikkeld combineert een diepgravend begrip van een organisatie met de nieuwste technologieën om de manier waarop de organisatie werkt te helpen veranderen. Volgens de leverancier combineert het concept kennis van de industrie, hardware, software-engineering en integratievaardigheden. Het doel is om bedrijven op maat gemaakte, geïntegreerde oplossingen te bieden waarmee ze hun organisaties kunnen veranderen. ‘Gemba’ is een Japanse uitdrukking die ‘de fysieke locatie waar waarde wordt gecreëerd’ betekent. In de supply chain is de gemba de plaats waar dingen worden gemaakt, verplaatst of verkocht.

 

Gemba Process Innovation in de logistiek

In Europa heeft Gemba Process Innovation toepassingen in diverse industrieën. In de productie kan het de automatisering versnellen met behulp van technologieën als robotica. In de logistiek kan het de mogelijkheid bieden om goederen te sorteren, te plannen, te volgen en te controleren met behulp van Deep Learning en IoT-sensortechnologieën. In de detailhandel is het bruikbaar om aan de hand van AI– en cameratechnologieën gepersonaliseerde digitale marketing aan te sturen. Daarnaast is het volgens Panasonic geschikt voor het optimaliseren van de productbeschikbaarheid door middel van geautomatiseerd voorraadbeheer. 

Bron: https://www.logistiek.nl


Senefelder Misset maakt automatiseringsslag

 

Ondanks de coronacrisis is Senefelder Misset momenteel volop aan het investeren in het automatiseren van processen in de Doetinchemse drukkerij. “Door slim te investeren besparen we operationele kosten en kunnen we met een nog beter rendement productie maken.”

 

Download
Automatiseringsslag.pdf
Adobe Acrobat document 868.3 KB

Quickscan bouwlogistiek laat zien hoe groot de materiaalstromen zijn

Lang niet iedereen heeft op zijn netvlies dat bouwlogistiek één van de grootste logistieke stromen is in Nederland. Bouwen gebeurt bovendien vaak midden in de stad, wat overlast en uitstoot veroorzaakt. Het op gang houden van de bouwproductie in Nederland is van het grootste belang, daar is iedereen het over eens. Slimme en uitstootarme bouwlogistiek is een van oplossingen om ondanks alle beperkingen door te gaan met de bouw.

Het is belangrijk om alle projecten op dat gebied te baseren op een goede analyse van de omvang van de stromen, de gebruikte modaliteiten, de uitstoot van die stromen, en de herkomst en bestemming van de materialen. In opdracht van de Topsector Logistiek heeft Buck Consultants International deze analyse uitgevoerd.

 

Veel bouwmaterialen over korte afstand over de weg

Bouwlogistiek vindt voornamelijk plaats over de weg. Circa 70% van de bouwlogistieke volumes gaan via wegverkeer, dit bedraagt 152 miljoen ton. Het vervoer van overige bouwmaterialen en -producten (o.a. prefab betonelementen en stortklaar beton) is in termen van afstand de grootste stroom en qua volume de tweede stroom. Dit vervoer is tevens verantwoordelijk voor 42% in de CO2-uitstoot bij wegverkeer. Verder wordt duidelijk dat een fors deel van deze ritten over de weg (40%) over korte afstand of zelfs binnen één gemeente plaatsvindt. 

 

Dit biedt mogelijkheden, bijvoorbeeld door het inzetten van bouwhubs. Inmiddels is ervaring opgedaan met de inzet van bouwhubs op strategische plekken, zoals aan de rand van steden. Met een bouwhub kunnen meerdere bouwmaterialen tegelijkertijd in één vrachtwagen aangevoerd en op een verzamelplaats (hub) gestald worden. Vanuit de bouwhub worden de bouwmaterialen die nodig zijn voor een specifiek project verder vervoerd met energiezuinigere wagens. In o.a. Utrecht, Amsterdam en Zwolle lopen dergelijke initiatieven. Onderzoek laat zien dat inzet van een bouwhub het aantal binnenstedelijke ritten van en naar de bouwplaats met 50 tot 80% terug kan brengen. 

 

Meerdere onderzoeken

Niet alleen de logistieke stromen in de bouw zorgen voor de uitstoot van CO2, maar mobiele werktuigen bijvoorbeeld ook. De uitstoot van deze mobiele werktuigen valt volgens het Klimaatakkoord eveneens onder de uitstoot van logistiek. Daarom is recent ook een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van elektrificatie van zware bouwmachines. Topsector Logistiek voert deze onderzoeken uit om inzicht te geven in de kansen om logistiek op verschillende fronten te optimaliseren.

 

De inzichten uit deze quickscan en andere onderzoeken kunnen lokale en regionale overheden helpen bij gefundeerde beleidsontwikkeling op het gebied van bouwlogistiek. Niet alleen overheden hebben baat bij deze inzichten, ook bedrijven in de bouw kunnen deze informatie gebruiken voor het optimaliseren van hun bedrijfsvoering.

 

QUICKSCAN


Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB