Inspectie SZW controleert in distributiecentra

De Inspectie SZW controleert momenteel  in distributiecentra. Aanleiding is het grote risico op arbeidsongevallen met onder meer heftrucks en pallettrucks in deze bedrijven.

 

Het aantal ongevallen in distributiecentra laat de laatste jaren een stijging zien. Het gaat hier om ernstige ongevallen waarbij werknemers, veelal uitzendkrachten, aangereden worden door heftrucks, elektrische pallettrucks of andere transportmiddelen. Vooral in gangen, bij het laaddock, looppaden en bij kruisingen vinden de aanrijdingen plaats. Deze arbeidsongevallen worden meestal veroorzaakt door onachtzaamheid of het niet opvolgen van veiligheidsinstructies.

Reden voor de Inspectie SZW om de komende tijd te controleren in deze branche. De primaire insteek van de controle is de veiligheid op de werkplaats. Daarbij wordt onder meer gekeken of er een toereikende risico-inventarisatie en evaluatie is en een plan van aanpak om de risico's adequaat te beheersen. Inspecteurs bekijken ook of werknemers wel eerlijk betaald krijgen en of bedrijven zich houden aan regels over arbeidstijden. De controle zal eind dit jaar afgerond worden


Nieuwe initiatieven versterken positie Rotterdam in chemielogistiek

Bij de een is de verf nog nauwelijks droog en de ander heeft een groot internationaal verfconcern als launching customer. Met Rotterdam Polymer Hub en Rotterdam Blending & Filling is de Maasvlakte in een half jaar tijd twee nieuwe bedrijven uit de chemielogistiek rijker.

 

De voortvarende start van Rotterdam Blending & Filling en de Polymer Hub staat niet op zichzelf. In zowel de bulk- als containersector is momenteel een groeiende vraag. Door de bereikbaarheid van de Maasvlakte voor de grootste containerschepen en de uitbreiding van de dienstverlening van de chemielogistiek (tankcleaning en opslag) in dat gebied wordt verwacht dat de groei de komende jaren zal doorzetten.

 

Download
20200610 Chemielogistiek.PDF
Adobe Acrobat document 6.7 MB

Gezamenlijke regie voor toekomstbestendige zeehavens

De Nederlandse zeehavens bevinden zich in een goede uitgangspositie, maar door de fundamentele uitdagingen die op de havens afkomen is dat niet langer vanzelfsprekend. Meer samenwerking is noodzakelijk om de vooraanstaande positie van de Nederlandse havens in Europa en de wereld te behouden.

 

Dat schrijft minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) bij de aanbieding van de Havennota 2020. Alleen door intensief samen te werken kunnen de havenbedrijven "een systeemsprong naar een duurzame en digitale haveneconomie" maken, aldus de minister.

De Nederlandse zeehavens met het logistieke netwerk van binnenhavens en hun achterlandverbindingen over weg, water en spoor zijn belangrijk voor de economie en werkgelegenheid. Door de opkomst van vooral Chinese havens is Rotterdam niet meer de grootste haven ter wereld, maar met een overslag van bijna 605 miljoen ton in 2018 zijn de Nederlandse zeehavens gezamenlijk nog steeds een factor van belang. Dankzij de gunstige ligging van Nederland, een omvangrijk Europees achterland en een zeer goede infrastructuur is de uitgangspositie goed. Toch komt er veel op de havens af.

Niet vanzelfsprekend

De klimaat- en energietransitie is fundamenteel voor de toekomst van de havens en zal ervoor zorgen dat goederenstromen in ieder geval veranderen en mogelijk minder worden. Ook de zeespiegelstijging kan op termijn een grote impact hebben op het functioneren van de zeehavens en het achterlandnetwerk. Verder zijn er ontwikkelingen die leiden tot een nieuwe manier van werken, zoals de circulaire economie, schaalvergroting en verdere integratie in de achterlandketen, met mogelijk behoefte aan andere kennis en vaardigheden.

 

Ook de economische en geopolitieke situatie zorgt voor uitdagingen die overheid en havens samen moeten omzetten in kansen, schrijft de minister. Voorbeelden hiervan zijn de Brexit, het toenemend protectionisme in de wereld of de invloed van China op logistieke ketens en goederenstromen. Digitalisering en automatisering dragen bij aan de efficiëntie, kwaliteit en betrouwbaarheid van havenprocessen en daarmee aan concurrentiekracht en groei van de handel. De keerzijde is een mogelijke afname van traditionele werkgelegenheid en de dreiging van cyberrisico's.

"Gelet op de forse uitdagingen is de vanzelfsprekendheid van de krachtige positie van de Nederlandse zeehavens voorbij. Voor het behoud en het versterken van de economische waarde van de havens is het van belang om adequaat op de veranderingen in te spelen", aldus de minister.

 

Verdienvermogen versterken

De ontwerp Havennota 2020-2030 kijkt meer dan voorheen naar het gehele logistieke systeem van zee- en binnenhavens en goederenvervoercorridors. "Nederland heeft immers de grootste binnenvaartvloot van Europa en een sterk netwerk van kanalen en rivieren dat we tot in de haarvaten moeten blijven benutten, daarin zijn we onderscheidend ten opzichte van andere landen. Bovendien is er op het water nog voldoende capaciteit en kan meer vervoer per binnenvaart helpen om de wegen te ontlasten", aldus de minister die met maatregelen komt om vervoer over water te stimuleren.

 

Ook een goede infrastructuur blijft belangrijk. Met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) investeert het kabinet zowel in de maritieme toegang tot de havens als in multimodale achterlandverbindingen en goederenvervoercorridors. De Havennota onderscheidt vijf zeehavens van nationaal belang: Rotterdam, Moerdijk, Amsterdam inclusief Noordzeekanaalgebied, Groningen (Eemshaven en Delfzijl) en North Sea Port (in Nederland Vlissingen en Terneuzen). De voorrangspositie van mainport Rotterdam zal meer dan voorheen in samenhang met de Brain- en Greenports en het logistieke systeem van zee- en binnenhavens worden bezien.

 

Duurzame en digitale haveneconomie

Het is aan de havenbeheerders en het  havenbedrijfsleven om de omslag te maken van fossiele grond- en brandstoffen naar een duurzaam, circulair en koolstofarm energiesysteem. De havens zullen nieuwe goederenstromen en andere inkomstenbronnen aan moeten boren om het verdienvermogen op peil te houden om te kunnen blijven investeren in de haven van de toekomst en om maatschappelijk waarde en een duurzame ‘license to operate’ te behouden. Een publiek/private aanpak kan de transitie beter haalbaar, betaalbaar en schaalbaar maken.

 

Gezamenlijke havenregie

De Brancheorganisatie Zeehavens (BOZ) onderschrijft de noodzaak om de onderlinge samenwerking te versterken. Havensamenwerking is vanuit een maatschappelijk perspectief aantrekkelijk omdat het tot betere marktprestaties en meer efficiëntie kan leiden. Voor een gezamenlijke havenregie is het van belang dat het aandeelhouderschap van de Nederlandse havenbedrijven in publieke handen blijft. In de toekomst kunnen de zeehavens volgens IenW en de havenbeheerders toegroeien naar een geïntegreerd systeem van samenwerkende havenbedrijven. In een dialoog tussen overheid, wetenschap en havens kan volgens de minister een innovatie- en/of transitieregeling voor zeehavens in beeld komen, om net als in Duitsland innovatieve haventechnologie te stimuleren in de omslag naar een digitale en duurzame haveneconomie.

 

De Nederlandse Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens en de Europese Green Deal stimuleren de zee- en binnenvaart om verder te verduurzamen. Met walstroomvoorzieningen, gunstige haventarieven voor schone zeeschepen en de inzet op een modal shift naar water en spoor, spelen havens hierop in. Hiermee kunnen ze ook 'milieugebruiksruimte' creëren voor activiteiten die al dan niet tijdelijk ‘op slot’ zitten, zoals de stikstof problematiek of met PFAS verontreinigd bagger illustreren. Het kabinet werkt aan een structurele aanpak voor de stikstofproblematiek. De inzet is om op basis van lopende onderzoeken te komen tot een definitief handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Niet onbelangrijk, want de huidige onzekerheid leidt tot uitstel of afstel van investeringen in vernieuwing.

 

Toegevoegde waarde en werkgelegenheid

Overheid, havens en (haven)bedrijfsleven zullen in de jaren twintig volgens minister Van Nieuwenhuizen samen de weg vooruit moeten bewandelen om te komen tot een toekomstbestendig, duurzaam en digitaal havensysteem. "Hierin zit uiteindelijk de toegevoegde waarde en werkgelegenheid voor ons land."

 

Met dank aan Maritiem Nederland


Het ontwerp van een Kunstmest Mengerij

Voor het ontwerp en de bouw van kunstmest-mengerijen houdt European Machine Trading (EMT) in ’t Zand rekening met alle mogelijke factoren.

 

Het gaat dan niet alleen om de vereiste productie- en opslagcapaciteiten, maar ook om de plaatselijke aanvoerlogistiek en uiteraard de inrichting van het mengproces en de verpakkingslijnen.

 

Daarover verscheen een interessant artikel in Bulk. Je leest het HIER

Download
20200302 Kunstmest Mengerij.pdf
Adobe Acrobat document 2.2 MB

Tools voor grip op processen

Kiekens Almelo heeft meer inzicht in de eigen productie- en logistieke processen gekregen, en dus ook meer grip op die processen, dankzij de Smart Production Suite en shopfloor-app van Smart Production Solutions. Het bedrijf voor industriële ontstoffing kreeg dankzij de implementatie een extra schil om het ERP-systeem. “Hiermee kunnen we de productiecapaciteit beter in de gaten houden en hebben we meer zicht op orders in de pijplijn”, aldus Kiekens-directeur Menno Meijer.

 

De producent van stofafzuiging, filtratie, ventilatie en ontstoffingssystemen,onderscheidt zich van de concurrentie door een eigen productie in Nederland. Maar de steeds grotere focus op maatwerk en engineer-to-order-processen leidde tot meer druk op de planning. “Onze ERP-software was onvoldoende in staat om ons zicht te geven op de planning, de productiecapaciteit voor de orders in de pijplijn”, zegt Menno Meijer.

“Vanaf het moment dat we zijn gaan zoeken naar tools die ons wel het gewenste inzicht en grip konden geven, kwam Smart Production Solutions direct in beeld. Zelf kende ik de oprichters en ik wist dat ze konden leveren waaraan wij behoefte hadden.”

 

API’s gekoppeld aan ERP

De Smart Production Solution Suite en shopfloor app zijn met behulp van API’s (application programming interfaces) verbonden met het ERP. “Deze naadloze koppeling zorgt ervoor dat Kiekens bij de ontvangst van een order direct kan aangeven wanneer het deze kan uitleveren”, aldus Smart Production Solutions. “Voor de implementatie deden we dat op basis van een veilige marge en kennis van onze mensen”, vertelt Meijer. “Nu geeft het systeem aan over welke capaciteit  we kunnen beschikken en houdt daarbij zelfs rekening met zaken als ziekteverzuim en machines die buiten bedrijf zijn. Klanten krijgen nu van ons een datum op basis van feiten, niet op basis van gevoel.”

 

Geen scanners meer

Als er een wijziging plaatsvindt in de planning kan de werkvloer deze met behulp van de shopfloor app direct opvolgen. Daarmee is fysiek naar de fabrieksvloer lopen niet langer nodig, evenmin als het doorstrepen van de papieren planning. De slimme software geeft de werkvloer als het ware een stuur in handen, waarmee ze direct kunnen anticiperen op wijzigingen.

 

Meijer: “De shopfloor app is overzichtelijk en makkelijk in gebruik. Dat is belangrijk, want de mensen op de werkvloer zijn geen IT’ers. Met de ingebruikname van de shopfloor app hebben we ook afscheid van de scanners kunnen nemen. Deze werkten niet altijd naar wens.” Betere forecast

 

De nieuwe softwaretools ondersteunen de transformatie die Kiekens doormaakt. “We gaan van een productiebedrijf naar een onderneming die sterk klantgericht werkt. Dat moeten we ook goed managen en deze applicaties kunnen daarbij helpen.”

 

Van wennen is nauwelijks sprake, stelt de Kiekens-directeur. “Er is meer transparantie, meer grip, we kunnen de benodigde capaciteit beter forecasten.” Dat laatste heeft ook een positief effect op de voorraad, omdat de voorraadbehoefte beter te voorspellen is.

 

Soepele implementatie

De nieuwe applicaties zorgen voor de gewenste administratie en planmatige ondersteuning. “De keuze om met deze tools te gaan werken heeft goed uitgepakt, de implementatie verliep goed en we hebben de transparantie gekregen waar we naar zochten. Hiermee kunnen we onze klanten betrouwbaardere informatie geven en verder groeien”, aldus Meijer.

 

Met dank aan Metaalmagazine


De grootste waterstoftruck ter wereld komt eraan

Een gigantisch voertuig, bedoeld om materialen van en naar een mijn te transporteren, rijdt binnenkort op waterstof. Met een elektrische motor van 1000 kilowatt en een brandstofcel moet deze truck de vervuilende mijnindustrie verduurzamen.

 

Ingenieursbureau Williams Advanced Engineering zal een bestaande kieswagen van het mijnbedrijf Anglo American ombouwen tot waterstofvoertuig. Daarvoor krijgt het een brandstofcel en een enorme batterij met een megawattuur aan energie. Die batterij wordt opgeladen met de stroom uit de brandstofcel en vervolgens gebruikt om de truck aan te drijven. Dit jaar starten de eerste tests.

 

Batterijen uit de Formule E

Williams Advanced Engineering is een expert op het gebied van autobatterijen. Het levert bijvoorbeeld de accu's voor de Formula E-auto's. De kennis over batterijen helpt om het reusachtige batterijpakket te installeren in de mijntruck. Als waterstoftank, brandstofcel en accupakket eenmaal geïnstalleerd zijn beginnen de eerste tests bij een mijn in Zuid-Afrika.

 

Om de range van de truck te vergroten zal hij veel gebruik maken van regeneratief remmen. Als het voertuig de mijnkuil in rijdt, moet hij veel remmen. De remenergie wordt omgezet in elektrische lading waardoor de vrachtwagen het langer volhoudt.

 

Net zo krachtig als diesel

Anglo American heeft het voornemen om in 2030 30 procent minder CO2 uit te stoten. De truck past in die ambitie, hoewel het nu nog zuiver experimenteel is. Of Anglo American het hele wagenpark kosteneffectief aan kan passen wordt pas duidelijk na uitgebreide tests. Eerst moet Williams Advanced Engineering aantonen dat de waterstoftruck net zo robuust en krachtig is als de dieselwagens die nu rondrijden.


Rien Voets uitgeroepen tot recycling hero 2020

Zwerfafvalpakker Rien Voets uit Berlicum is uitgeroepen tot Recycling Hero 2020. De prijs is een initiatief van de Vereniging Afvalbedrijven en de winnaar werd vandaag, op Global Recycling Day, bekendgemaakt. Er waren in totaal vijf genomineerden die zich inzetten voor recycling. Het Nederlandse publiek mocht de afgelopen weken stemmen en koos Rien Voets. Vanwege het coronaviris kon de geplande uitreiking door minister Stientje van Veldhoven helaas niet doorgaan. Dit zal in het najaar alsnog plaatshebben.

 

De heldenverkiezing is gekoppeld aan de Global Recycling Day. Het thema van dit jaar was ‘Recycling Heroes’. Wereldwijd worden deze dag helden geëerd, groot of klein, die zich bezighouden met recycling. De Vereniging Afvalbedrijven, de brancheorganisatie van afvalrecyclers en -verwerkers, heeft ervoor gekozen om individuele Nederlandse helden en burgerinitiatieven die bijdragen aan meer recycling in het zonnetje zetten.

Symbool voor heel andere helden in het land

Afvalverwerkingsbedrijf Attero, actief in heel Nederland, nomineerde Rien Voets omdat hij symbool staat voor heel veel mensen die iedere dag vrijwillig bijdragen aan een schone leefomgeving. De gepassioneerde Brabander is sinds zijn pensioen elke dag op pad om zwerfvuil op te ruimen. Als zwerfafvalpakker rijdt hij met zijn fiets met aanhanger dagelijks door zijn dorp.

 

Filmpjes van de winnaar en alle andere genomineerden

De andere genomineerden zijn Bas Timmer van Sheltersuit uit Enschede, een stichting die jassen maakt voor mensen die op straat leven, Ekko Vermeulen van Stichting Zaanse Pakhuizen in Koog aan de Zaan die Zaans erfgoed compleet recyclet, Nikkie Elfers die vrijwillig afvalcoach is in Haarlemmermeer en Elif Algu van Recycle Sint, een burgerinitiatief op vrijwillige basis ruilmarkten opzet om speelgoed te ruilen. Van winnaar Rien Voets en ook van alle andere genomineerden zijn filmpjes gemaakt. Deze zijn te bekijken op www.recyclingheroes.nl


VVD stelt Kamervragen over wegtrekken logistieke bedrijven uit Nederlandse havens

VVD-Kamerlid Helma Lodders heeft aan de staatssecretaris van Financiën (Toeslagen en Douane) Alexandra van Huffelen vragen gesteld over signalen dat logistieke bedrijven wegtrekken uit Nederlandse (zee- en lucht)havens vanwege de afhandeling van goederen door de douane.

Lodders ontvangt van verschillende kanten zorgelijke signalen over de goederenafhandeling van de Nederlandse douane in vergelijking met de douane in andere Europese landen. ‘De Nederlandse douane voert de controle zo secuur uit dat er grote wachttijden kunnen ontstaan bij de goederencontrole. Dit kost tijd en de eigenaar van de goederen geld.’

Gelijke speelveld
Lodders heeft de staatssecretaris gevraagd naar het Europese gelijke speelveld. Lodders: ‘De goederencontroles zijn in België minder streng en gaat daardoor sneller. De eerste logistieke dienstverleners zijn al verhuisd van Nederland naar België. Dit is om twee reden zorgelijk. Allereerst verliest Nederland hiermee werkgelegenheid en daarnaast kunnen de in België goedgekeurde goederen direct over de weg naar Nederland gebracht worden terwijl de goederen niet zijn gecontroleerd op basis van de Nederlandse standaarden.’

Eenduidig beleid
Er is geen eenduidig beleid wat betreft de controles door de douane. De Nederlandse havens hanteren verschillende scanprocessen om goederen te controleren. Een scanproces houdt in dat containers in eerste instantie in hun totaliteit, van buitenaf, gescand worden. De douane kan op basis van de resultaten van zo’n scan besluiten de goederen in de container fysiek te controleren. Lodders vraagt zich af waarom er geen eenduidig beleid is en wil dat de verschillen tussen de Nederlandse havens in beeld worden gebracht. Ze wil dat de staatssecretaris nadrukkelijk ingaat op het scanproces en uitlegt waarom de ene haven een bepaalde scanwijze hanteert, die afwijkt van een andere haven.


Corona zorgt voor verdaging

In verband met het coronavirus, schudt de NVDO in Houten geen handen. Daarom zijn we echter niet minder gastvrij. Wij volgen de RIVM-instructies.

 

Wij moeten u helaas informeren dat SAP, NVDO en Ideo de beslissing hebben genomen het Asset Management event op 26 maart aanstaande uit te stellen vanwege zorgen over het coronavirus (COVID-19). De gezondheid en veiligheid van deelnemers zijn onze belangrijkste prioriteit. Wij volgen daarmee de richtlijnen van SAP. Wereldwijd heeft SAP besloten alle fysieke evenementen in maart te annuleren. Ondanks dat wij betreuren dat deze beslissing u eventueel ongemak geeft, blijven wij streven naar het beperken van de verspreiding van het virus. Wij monitoren de situatie rondom het coronavirus, en hopen u zo spoedig mogelijk een nieuwe datum aan te bieden, waarop het event alsnog kan plaatsvinden.

De Hannover Messe, de grootste industriebeurs ter wereld zal niet langer plaatsvinden van 20 tot 24 april maar van 13 tot en met 17 juli 2020. De Deutsche Messe heeft de beslissing genomen in nauwe samenwerking met de Gezondheidsautoriteit van de Hannover-regio, de Hannover Messe-exposantenraad en de partnerverenigingen VDMA (Duitse federatie van ingenieurs) en ZVEI (Duitse federatie van elektrische en elektronische fabrikanten).

 

TechniShow en ESEF Maakindustrie 2020 worden verplaatst naar 1 t/m 4 september 2020. De organisatie van het tweejaarlijkse evenement in de Utrechtse Jaarbeurs had te maken met annuleringen vanwege Covid-19 en heeft besloten het evenement uit te stellen

 

Meer weten? Lees dan HIER verder


100% zero-emissie bevoorrading

Minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opende samen met Liesbeth van Tongeren, wethouder Duurzaamheid en Energietransitie, en diverse Haagse bedrijven feestelijk een nieuwe logistieke hub in Den Haag.

 

Vanuit deze stadshub worden zakelijke goederen gebundeld én met 100% zero-emissie voertuigen afgeleverd bij diverse kantoorpanden in de stad. Daarnaast worden ook afvalstromen efficiënter afgevoerd. Het aantal verkeersbewegingen neemt daardoor af, wat de veiligheid en de bereikbaarheid van de binnenstad vergroot. Ook sociale doelen worden ondersteund: bij de hub werken mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Groene stadsdistributie in Den Haag

De bevoorrading van kantoorpanden geeft dagelijks veel verkeersbewegingen en luchtvervuiling in Den Haag. Om dit probleem aan te pakken, hebben de Rijksoverheid en gemeente Den Haag samen met o.a. TNO en de logistieke sector gewerkt aan een innovatieve oplossing om de stadsdistributie te verduurzamen. Door inzet van de KPI Carbon Footprint zal gemonitord worden in de energie- en verkeersprestatie van de logistieke hub. In 2018 leidde dit tot een aanbesteding, en in augustus 2019 is de opdracht gegund aan SimplyMile Den Haag. SimplyMile is een samenwerkingsverband tussen Djinny, Post NL en Suez. In januari 2020 is het zero-emissie vervoer van aan- en afvoerstromen gestart vanuit de stadshub voor meerdere ministeries, de gemeente Den Haag en organisaties als Shell, TNO, VNO-NCW MKB-Nederland en het CAK. In totaal zo’n 70 locaties met 43.000 werkplekken.

 

Minister Raymond Knops (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties): “Dit is hét voorbeeld van innovatieve samenwerking tussen publiek en privaat. Iedereen levert een bijdrage om de doelen uit het klimaatakkoord te halen.”

 

Een emissievrije binnenstad in 2025

De Rijksoverheid, gemeente Den Haag en diverse Haagse bedrijven hebben de ambitie de uitstoot van CO2 en fijn- en stikstof in de binnenstad te verlagen. De gemeente Den Haag heeft deze ambities ook uitgesproken door het ondertekenen van de Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek.

 

Stadshubs bieden de mogelijkheid om zendingen die de stad in- én uitgaan te combineren. Goederen uit heel Nederland worden aan de rand van de stad op de hub van SimplyMile ontvangen en vervolgens gebundeld door Djinny. PostNL vervoert deze goederen emissievrij naar de eindgebruikers. SUEZ neemt de logistiek rondom de afvalstromen voor z’n rekening en voert samen met PostNL onder andere verpakkingsmaterialen, citrusschillen, koffiedik en –bekers af naar de stadshub. Het toevoegen van de retourlogistiek voor afvalstromen maakt deze hub in Den Haag uniek. Door inzet van de zogenoemde KPI ‘carbon footprint’ wordt bijgehouden wat de prestaties van de logistieke hub zijn in termen van minder uitstoot, beladingsgraad en aantal vervoersbewegingen.

 

Paul de Krom (CEO TNO): “TNO is enthousiast partner van Logistieke HUB Den Haag. Minder verkeersbewegingen betekent minder uitstoot en een hogere verkeersveiligheid in de stad. Daar werken we graag aan mee.”

 

Doorgroei

Het concept ‘Logistieke Hub’ heeft de potentie om door te groeien naar meer en andere goederen en organisaties binnen het Haagse. De inkoopcategorie Logistiek van de Rijksoverheid zal naast het uitvoeren van het contractmanagement een aansporende rol hebben om ook andere steden in Nederland dit Haagse voorbeeld te laten volgen. Daardoor zal Nederland sneller de klimaatdoelstellingen halen. De Logistieke Hub Den Haag ziet zichzelf dan ook graag als een belangrijke stap richting een schoner en duurzamer Nederland.

 

Wethouder Liesbeth van Tongeren (Duurzaamheid en Energietransitie): “Schone lucht en daarmee de gezondheid van onze inwoners is een prioriteit voor ons college. Iedereen ergert zich aan alle diesel vrachtauto’s die zich door onze binnenstad wringen. Deze Hub zorgt voor een concrete stap naar schoon en efficiënt goederenvervoer voor 70 kantoorlocaties in onze stad. ”

 

Bron: Duurzaamondernemen


Amsterdam profileert zich als energiehaven

Vooral door de groei van de overslag in olieproducten (+ 5 procent) en kolen (+ 18 procent) heeft Port of Amsterdam zijn positie als grootste energiehaven van Europa versterkt in 2019. De haven als geheel boekte een recordoverslag van 86,3 miljoen ton. Zo meld Maritiem Nederland.

 

De stijging in de kolenoverslag is toe te schrijven aan marktomstandigheden die zorgden voor een sterke groei in export naar niet-traditionele regio’s zoals Azië en het Zwarte Zee-gebied. Naar verwachting is deze groei niet structureel. Door de sluiting van de Hemwegcentrale in december 2019 is een groot kolenpakket komen te vervallen.

Echte energiehaven

"De Amsterdamse haven is een echte energiehaven waar nu nog groei plaatsvindt in fossiele brandstoffen, maar waar we voorsorteren op de overgang naar duurzame energie zoals waterstof en biobrandstoffen. In onze haven zitten op dat gebied al grote spelers zoals Argent Energy en Greenergy", zegt ceo Koen Overtoom.

 

"Onze toegevoegde waarde van 7 miljard euro geeft weer wat de haven voor stad en regio betekent op het gebied van onder meer werk en innovatie. De Amsterdamse haven levert energie voor de Metropool Regio Amsterdam en ondersteunt het stadsbestuur in zijn ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Ook in 2019 was sprake van uitbreiding van het circulaire cluster in de haven, met de komst van de eerste circulaire verwerkingsfabriek voor end-of-life kunstgras in Nederland. Dat zijn belangrijke ontwikkelingen voor de verduurzaming van onze economie", aldus Overtoom.

 

De overslag van droge bulk steeg met 6 procent tot 33,6 miljoen ton. De overslag van containers groeide met 12 procent en die van Ro/Ro-goederen met 17 procent. In de overslag van chemische producten en van bouwmaterialen stegen met 3,4 resp. 2,4 procent. De ladingstroom agri-producten daalde met 5 procent tot 7,9 miljoen ton en overige general cargo – waaronder projectlading – met 35 procent. De andere havens in het Noordzeekanaalgebied (IJmuiden, Beverwijk en Zaanstad) zagen hun overslag in 2019 met ruim 7 procent dalen.

 

Minder zeecruiseschepen

In 2019 ontving Amsterdam 117 zeecruiseschepen tegen 180 in 2018. Belangrijkste reden voor deze daling was de invoering van de toeristenbelasting in 2019. Dit jaar zal naar verwachting een zelfde aantal zeecruiseschepen Amsterdam aandoen, waarvan er twaalf voor de eerste keer naar de stad komen. Het aantal zeecruisepassagiers daalde naar 294.000 tegen 425.000 het jaar daarvoor. In IJmuiden bedroeg het aantal zeecruisebezoeken 62 tegen 30 in 2018. Het aantal aanlopen van riviercruiseschepen in 2019 bedroeg 2.282 tegen 2.007 in 2018.

 


Supply chain doet nog weinig met big data

Leveranciers, van plaatwerkers tot elektrogroothandels, hebben elk zo hun eigen aanpak om met de onvoorspelbaarheid van de klantvraag om te gaan. Uitgekiende dienstverlening, veel persoonlijke communicatie en de geijkte informatiesystemen, maar nog weinig ‘schokkende technologie’, zoals big data en AI. Al worden voorzichtig de eerste stappen gezet: ‘Met behulp van big data-analyse willen wij richting onze klanten reële levertijden kunnen voorspellen.’

  • Big data en AI komen tot nu toe weinig op ons pad
  • Onze inkopers sourcen niet alleen, ze adviseren ook
  • Wij bepalen voor welke componenten we altijd twee of drie leveranciers willen hebben
  • Onze prioriteit is meer transparantie in de keten met behulp van live data

 

Eerst maar eens live data

Oreel Metal Components & Assemblies in Hallum bedient met een scala aan bewerkingen voor (volumineus) plaatwerk uiteenlopende markten, zoals food, agro en recycling. Met het specialisme in laserlassen weet Oreel (150 medewerkers) ook markten aan te boren die hogere kwaliteitseisen stellen, zoals de automotive en de medische sector. Oreel heeft te maken met een sterk fluctuerende vraag, maar de eerste reflex – voorraad aanleggen – is niet aan de orde, meldt directeur Sytse Oreel. ‘Voorraad is bij vrijwel alle klanten voor ons eigen risico; zij proberen wel hun keten actief te helpen de noodzaak ervan te vermijden. Bovendien vragen de oem’ers waarvoor wij werken zelden grote aantallen, maar juist hoge variëteit in kleine hoeveelheden.

 

Klanten proberen natuurlijk eerst zelf voorbereid te zijn op pieken, maar met forecasts doen ze hun best om ons erbij te betrekken.’ Komt bij dat oem’ers steeds meer modulair gaan ontwerpen, waardoor ze wel vaak dezelfde modules bestellen. ‘Daardoor zit er een repeteerfactor in orders. De programma’s voor de bewerkingsmachines hebben we al klaar staan, de mensen weten – mede dankzij shopfloor control vanuit ERP – precies wat de bedoeling is.’ Oreel heeft ook nauwelijks voorraad van ingangsmateriaal. ‘Voor 90 procent geldt: vandaag besteld, morgen bij ons geleverd. Alleen van de meer exotische materialen houden we voorraad aan.’

 

Lees dit artikel in LinkMagazine HIER verder


Bijna helft logistieke medewerkers niet klaar voor toekomst

Bijna de helft van de medewerkers in de logistiek en supply chain sector is niet klaar voor de toekomst. 40 procent zegt dat in zijn of haar huidige baan onvoldoende ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe technische vaardigheden.

 

Ook wordt er te weinig ruimte geboden voor ‘training on the job’. Meer dan een derde (36 procent) vindt namelijk dat er te weinig trainingen worden aangeboden om de kennis en vaardigheden actueel te houden. Dit blijkt uit het onderzoek Baan van de Toekomst van recruitmentexpert Hays over de toekomst van de logistieke en supply chain sector. Hays ondervroeg 350 medewerkers uit de logistiek naar hun verwachtingen voor 2030.

Er is ook naar de huidige kennis en ontwikkelmogelijkheden gekeken. Meer dan de helft (52 procent) van de medewerkers zegt dat zijn of haar kennis over technologische ontwikkelingen in de sector nu niet up to date is. Terwijl ontwikkelmogelijkheden beperkt zijn, is zeker 90 procent van de ondervraagden van mening dat continue bijscholing van essentieel belang is om in de sector inzetbaar te blijven. Artificial intelligence (AI) en big data vormen in 2030 de basis voor iedere beslissing die in de sector gemaakt wordt, volgens 64 procent van de ondervraagden. De sector staat voor de uitdaging om geschikte professionals te vinden passend bij de toenemende vraag en verdere automatisering.

 

Krimp en groei

Uit het onderzoek blijkt ook dat de omvang van de logistieke en supply chain sector groot is, bijna één op de 10 werkende Nederlanders werkt in deze sector. Daarvan denkt twee derde dat 10 tot 30 procent van de huidige banen in 2030 verdwenen is door onder andere digitalisering, automatisering en robots. Toch denkt 50 procent dat deze ontwikkelingen ook voor nieuwe banen en mogelijkheden zullen zorgen. Dit betreft vooral senior profielen en middel management posities. De planners van nu zijn in de toekomst high tech data experts, zij verbinden mensen met logistieke data en nemen proactief besluiten. Mensen zijn nodig om controles uit te voeren op transportsystemen die het proces automatiseren. Daarnaast zijn mensen nodig als de technologie faalt of als wensen van de klant buiten de capaciteiten van de machines vallen.

 

Business Line Manager Experts, Hays Nederland, Sergio Koosman: "Duurzaam ontwikkelen van personeel om aansluiting te houden bij de logistiek in de toekomst is ontzettend belangrijk. Zoals terug te zien is in het onderzoek, is het besef er al wel. Echter, nu is het tijd actie te ondernemen door het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden. Dit is in veel vormen denkbaar, zoals ‘training on the job’, maar ook samenwerkingen met hogescholen en universiteiten. Voor veel bedrijven is dit heel belangrijk, maar het blijkt toch lastig te zijn. We zien dat het gemiddelde opleidingsniveau stijgt door onder andere automatisering, modernisering en een verschuiving van bijvoorbeeld vervoerskennis naar management skills. Daarnaast neemt alles wat we niet kunnen digitaliseren toe in waarde. Dit zijn dus werkzaamheden die afhankelijk zijn van menselijke vaardigheden. Wanneer het juiste talent gevonden en opgeleid wordt, kunnen enorm veel kansen in de logistieke en supply chain sector benut worden."

 

Met dank aan Managers online


Column Service Logistiek in Technisch Weekblad

Met service logistiek wordt de gehele logistieke inspanningen en service, na het leveren van een product tot aan het einde van de levenscyclus, bedoeld. Dat zijn alle operationele activiteiten, inclusief behandeling en inzet van mensen, middelen en materialen die nodig zijn om de assets effectief in te zetten.

 

Daarover schreef NVDO Verenigings Manager Ellen den Broeder een column in Technisch Weekblad.

 

Je leest het HIER.

Download
20190710 Column Service Logistiek.pdf
Adobe Acrobat document 97.7 KB

Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Rotterdam wil uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa

In de periode tot juli 2022 veranderen 12 hectare bedrijfsterrein en 1.155 meter kade aan de Waalhaven van gebruiker. Daarnaast renoveert het Havenbedrijf Rotterdam de terreinen en haveninfrastructuur gerenoveerd. Met dit vernuftige doorschuifplan moet Rotterdam uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa.

“Met deze zorgvuldig voorbereide operatie laten we zien dat we de breakbulksector in Rotterdam ruim baan geven”, aldus Emile Hoogsteden, directeur Containers, Breakbulk en Logistiek van Havenbedrijf Rotterdam. “Het gaat dan met name om heavy lift, projectlading, staal en non ferro metalen. Rotterdam is al goed gepositioneerd vanwege de unieke ligging, de verbinding met de containerlogistiek en het toenemend aantal lijndiensten voor stukgoed en zware lading. De investering die we samen met deze bedrijven gaan doen, zal nog eens een extra stimulans vormen om Rotterdam tot dé breakbulk hub van Europa te maken.”

 

De herontwikkeling gaat van start nadat empty depot MRS van de Waalhaven naar het shortsea cluster in de Eemhaven is verhuisd. Samen met een zevental doorschuifoperaties krijgen vier gerenommeerde breakbulkbedrijven ruimte om zich te moderniseren en volop verder door te ontwikkelen.

 

Vier breakbulkbedrijven

De vier breakbulkbedrijven zijn Metaal Transport (non ferro metalen en staal), Broekman Logistics (heavy lift, projectlading en offshore), J.C. Meijers (multi purpose terminal) en RHB Stevedoring & Warehousing (specialist heavy lift en projectlading). Met deze partijen heeft het havenbedrijf diverse uitgifte-overeenkomsten en intentieverklaringen ondertekend. “Momenteel hebben we een vestiging aan de Heijplaatweg en aan de Waalhaven Noordzijde”, aldus Willem-Jan de Geus, directeur Metaal Transport. “Daarnaast huren we al jaren diverse loodsen in het gehele havengebied om aan de vraag te kunnen voldoen. Met het nieuwe stuk terrein van 90.000 vierkante meter aan de Droogdokweg, kunnen we concentreren en veel efficiënter opereren.” Metaal Transport handhaaft de locatie Heijplaatweg, inclusief kantoor, en realiseert op de nieuwe locatie een loods van 25.000 vierkante meter.

 

Met dank aan Maritiem Nederland


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB