TNO’s StreetWise om veiligheid van autonoom transport te valideren

Veiligheid is cruciaal bij de ontwikkeling van zelfrijdende voertuigen. Daarom werkt Torc Robotics, een dochteronderneming van Daimler Trucks en toonaangevend in applicaties voor automatisch rijden, samen met TNO aan een geavanceerde manier om de veiligheid van autonome voertuigen te testen en te valideren. Met behulp van TNO’s StreetWise methodologie worden Automated Driving Functions (ADF's) uitgebreid getest op basis van een groot aantal realistische verkeerssituaties. Een innovatie waarmee de zelfrijdende toekomst een stap dichterbij is gekomen.

Met StreetWise heeft TNO een methodologie ontwikkeld om complexe automatiserings- en rijhulpsystemen te testen en te valideren. Uit ‘real-world’ voertuigdata is een groot aantal verkeersscenario's en testcases gedestilleerd die geschikt zijn als scenario-simulatiedata. Torc Robotics gebruikt Streetwise om zelfrijdende vrachtauto’s voor te bereiden op alle mogelijke verkeerssituaties die zich tussen twee hubs kunnen voordoen. De rijdata van de trucks wordt geanalyseerd en in scenario’s gecategoriseerd met behulp van StreetWise. Zo kan Torc een grote hoeveelheid relevante scenario’s verzamelen om autonome technologie uitgebreid virtueel te kunnen testen volgens de laatste internationale veiligheidsrichtlijnen en -protocollen.

 

Pioniers in automatisch rijden

Het Amerikaanse Torc Robotics uit Blacksburg, Virginia, geldt als een van de pioniers in de wereld van automatisch rijden. De onafhankelijke dochteronderneming van Daimler Trucks is specialist in software voor zelfrijdende voertuigen en richt zich momenteel op het commercialiseren van autonome vrachtwagens voor lange afstanden in de VS. Axel Gern, Senior Vice President of Engineering en Managing Director van Torc Europe: “We hebben 17 jaar ervaring met veiligheidssystemen voor zelfrijdende voertuigen, en onze technologie is ontworpen met veiligheid als oogmerk. We proberen het rijgedrag van de veiligste, meest ervaren chauffeurs na te bootsen. De StreetWise-methodologie van TNO gebruiken we als basis voor onze veiligheidsvalidatie. Daarnaast delen we dezelfde opvattingen over verkeersveiligheid. Daarom begrijpt TNO onze behoeften en bieden ze ons ondersteuning bij het implementeren en opschalen van deze methodologie.”

 

Collectieve verkeersscenario’s

Voor veiligheidstests gebruikt de industrie verkeerssituaties die in een geparametriseerd model vastgelegd worden, zoals bijvoorbeeld gedefinieerd in het "Pegasus-project". De kern van de StreetWise-methodologie bestaat uit een database waarin al deze verkeerssituaties zijn opgeslagen. De scenario’s zijn gebaseerd op echte rijgegevens uit verschillende vloten van voertuigen. Ze vormen waardevolle input voor slimme simulatiesoftware waarmee je de restrisico’s van autonoom rijden kunt berekenen. Met de methodologie van TNO kunnen ook meerdere partners samen aan een collectieve scenariodatabase bouwen, zonder gevoelige data uit te hoeven wisselen. Dat scheelt tijd en kosten. Ze hoeven niet zelf in elke regio dure testprogrammas uit te voeren of gegevens te verzamelen, maar kunnen veel sneller opschalen naar een complete scenariodatabase voor verschillende steden, landen en continenten.

 

Nieuwe verkeersinzichten

TNO en Torc werken samen aan het implementeren van de StreetWise-software in de vlootoperatie van Torc. Ze gebruiken de software voor het verwerken van de dagelijkse stroom data uit de testvloot en dit geeft de engineers nieuwe inzichten. Olaf Op den Camp, bij TNO specialist in veiligheidsassessment: “Autonoom transport speelt een essentiële rol in de missie van TNO om verkeer en vervoer efficiënter, duurzamer en veiliger te maken. De nieuwe veiligheidsuitdagingen vragen om wetgeving en standaardisatie binnen de industrie. We zijn erg blij dat Torc de eerste partij is die onze methodologie toepast, waardoor adoptie en standaardisatie van veiligheidsvalidatie een stap dichterbij komt.”


Drone delivery services schaft waterstofdrone van Hyfly aan

Drone Delivery Services (DDS) schaft in samenwerking met Hive.Mobility en de Provincie Groningen een waterstofdrone aan van HyFly. De aankoop is mogelijk dankzij een bijdrage door het Nationaal Programma Groningen (NPG).

 

DDS is een startup die via het luchtruim essentiële producten wil leveren. Door gebruik te maken van het luchtruim moet dit sneller, betrouwbaarder en veiliger gebeuren dan traditionele transportmethoden. DDS verzorgt onbemand logistieke diensten door de lucht. Egbert Swierts, Drone Delivery Services: “De waterstofdrone die is aangeschaft is de allereerste waterstofdrone die is ontwikkeld en gebouwd door de fabrikant HyFly uit Noord-Nederland. Voor de toepassingen van het duurzaam vervoeren van medische goederen is in Europa nog nooit eerder een waterstofdrone ingezet. Drone Delivery Services heeft de ambitie om dit als eerste mogelijk te gaan maken”.

Gebouwd door Nederlandse startup

Het bedrijf kiest voor een drone van HyFly. Dit is een Nederlandse startup gevestigd in Drachten die hybride drones levert. Deze drones kunnen verticaal opstijgen en landen, ook wel een VTOL-drone genoemd. Tijdens de vlucht vliegen de drones als een normaal vliegtuig. De drones maken gebruik van groene waterstof als brandstof. Pieter Lantermans, HyFly: “Wij zijn als Noord-Nederlandse dronefabrikant erg trots dat wij onze eerste waterstofdrone aan een regionale afnemer mogen aanbieden. Wij zien dit als de eerste stap in een duurzame samenwerking”.

 

De drone van HyFly is ontworpen voor het vervoer van urgente goederen in uitdagende omgevingen. Denk hierbij aan steden en offshore locaties. Dankzij het gebruik van een waterstofbrandstofcel kan de drone relatieve zware ladingen vervoeren over langere afstanden. De drone is voorzien van een dubbele vleugel die kan draaien, wat de drone beter bestand maakt tegen windvlagen rondom bijvoorbeeld daken in steden.

 

Transitie naar duurzamere en slimmere mobiliteit

Ilse Mensink, programmamanager Hive.Mobility: “Een groot netwerk van partners in Noord-Nederland werkt binnen Hive.Mobility samen aan de transitie naar een duurzamere en slimmere mobiliteit van goederen en personen. Samen bundelen we onze krachten en delen we kennis en expertise. De ontwikkeling die plaatsvindt met de waterstofdrone is daar een mooi voorbeeld van en ondersteunen we van harte”.

 

De drone wordt getest binnen @North, een programma van de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân waarin autonoom vervoer centraal staat. Het programma is gericht op het testen van autonoom vervoer op het water, de weg en het spoor, evenals door de lucht. DDS gaat binnen dit programma zich de komende jaren richten op het testen en valideren van autonome vliegtechnieken. Denk hierbij aan innovatieve oplossingen zoals het slim en duurzaam vervoeren van medische goederen of spoedpakketten met drones. Ook wordt binnen het programma onderzoek gedaan naar routes in landelijke gebieden in provincies en mogelijk ook naar de Waddeneilanden.

 

 Met dank aan Maakindustrie


MSC krijgt eigen ‘ultramoderne megaterminal’ op Maasvlakte

MSC krijgt een eigen terminal op de Maasvlakte met uiteindelijk een capaciteit van zes tot zeven miljoen teu per jaar.

Het dochterbedrijf Terminal Investment Limited (TIL) heeft een akkoord bereikt met Hutchison Ports, moederbedrijf van ECT, over de stapsgewijze ontwikkeling van de terminal langs de noordzijde van de huidige ECT Delta-terminal. De eerste fase staat gepland voor tweede helft 2027. Een investeringsbedrag is niet bekendgemaakt. Een deel van die kade (Delta Dedicated North) is al voor MSC gereserveerd. Die wordt gecombineerd met het aangrenzende vorig jaar overgenomen APM Terminals Rotterdam (APMTR). Beide locaties gaan onder de naam Hutchison Ports Delta I/II deel uitmaken van de nieuwe containerterminal.

 

 

Ceo Leo Ruijs van Hutchison Rotterdam kijkt ernaar uit om de nieuwe terminal samen met TIL te ontwikkelen. ‘We zijn enthousiast om ons belang in de regio verder te versterken met de bouw van een automatische container terminal die een hoge productiviteit levert en een duurzame werkomgeving’, laat hij optekenen.

 

Leidende positie

Ook Ceo Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is zeer ingenomen met plannen van MSC/TIL en Hutchison: ‘Na de herontwikkeling is de verwachte capaciteit zes tot zeven miljoen teu per jaar. Dit is een forse versterking van onze leidende positie als Europa’s grootste containerhaven en draagt bij aan het verder verbeteren van de concurrentiepositie van zowel onze klanten als die van de haven’, zegt hij. Ceo Ammar Kanaan van TIL zegt in de bekendmaking dat de groep zich ‘met veel toewijding inzet voor de ontwikkeling van deze nieuwe ultramoderne megaterminal in Rotterdam’. Duurzaamheid is volgens hem ‘topprioriteit’ voor TIL en MSC. Volgens hem is het gebruik van walstroom een belangrijke voorwaarde bij de ontwikkeling van de nieuwe terminal en wordt dit punt verder uitgewerkt met HbR.

 

Onderhandelingen

Aan het besluit van MSC zijn jaren van onderhandelingen vooraf gegaan. Het Havenbedrijf heeft in het verleden meerdere pogingen gedaan om een sterkere positie te krijgen in het netwerk van MSC, die dit jaar is uitgegroeid tot ‘s werelds grootste containerrederij. Tot dusverre heeft de rederij steeds vastgehouden aan Antwerpen als zijn centrale hub in Noordwest-Europa. De rederij is daar goed voor meer dan de helft van de totale containeroverslag, die vorig jaar uitkwam op twaalf miljoen teu.

 

Bron: website nt 


Stappenplan borgt integrale veiligheidscultuur

Vier op de vijf distributiecentra/magazijnen hebben vorig jaar veiligheids- en gezondheidsregels overtreden. Dat blijkt uit een recent rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) over haar bevindingen bij ruim tweehonderd distributiecentra/magazijnen in Nederland. Ondanks de toegenomen aandacht voor gezond en veilig werken is er dus op dit gebied nog veel werk aan de winkel. Maar hoe pak je dit aan en zorg je voor een veiligheidsaanpak die werkt? In dit artikel geven we een stappenplan met een aantal basisprincipes.

Als werkgever ben je verplicht om te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving voor je medewerkers. Dit kan best een uitdagend project zijn dat niet van de ene op de andere dag is gerealiseerd. Om je op weg te helpen zetten we hieronder een stappenplan met enkele basisprincipes op een rij die bij een integrale veiligheidsaanpak niet mogen ontbreken.

 

Stap 1: Analyse

Een goede veiligheidsaanpak start met het opstellen van de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Deze RI&E is verplicht voor ieder bedrijf met personeel. Ondanks deze verplichting vanuit de Arbowet, hebben veel bedrijven de risico’s op de werkvloer nog onvoldoende in kaart gebracht. Door deze risico’s in kaart te brengen en te beoordelen zet je de eerste stap in de richting van een goede veiligheidsaanpak. Inventariseer en beoordeel de risico’s op de werkvloer

 

Stap 2: Aanpakken van risico’s

Heb je de risico’s in kaart gebracht? Dan is het tijd om maatregelen te nemen om deze risico’s te beheersen. Dit is ook een verplicht onderdeel van een volledige RI&E. Hier wordt vaak naar gevraagd bij een (onverwacht) bezoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Maak een Plan van Aanpak om de risico’s te voorkomen of te minimaliseren

 

Stap 3: Zorg voor draagvlak

Je hebt de risico’s in kaart gebracht en maatregelen genomen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dit is een solide basis voor een goede veiligheidsaanpak. De volgende stap in je veiligheidsaanpak is om de RI&E naar de werkvloer te brengen en draagvlak binnen de organisatie te creëren. Wijs kartrekkers aan die gezond en veilig werken actief stimuleren

 

Stap 4: Veiligheidscultuur creëren

Als je deze stappen gezet hebt, heeft veiligheid heeft een prominente rol binnen jouw bedrijf: van management tot werkvloer zijn collega’s bekend met de risico’s op de werkvloer, worden onveilige situaties besproken en worden de veiligheidsregels nageleefd. De volgende stap is om een integrale veiligheidscultuur te creëren door deze te implementeren en te borgen. Blijf de meerwaarde van gezond en veilig werken benadrukken

 

Stap 5: Evaluatie

Evalueer regelmatig of de risico’s op de juiste manier worden beheerst. In dit stadium heb je al veel kennis opgedaan over veilig werken en de risico’s op de werkvloer. Controleer regelmatig of de risico’s op de juiste manier worden beheerst. Of zijn er misschien nieuwe risico’s ontstaan? En hoe beheersen we die dan? Het is belangrijk dat je deze kennis blijft opdoen en ervaringen – zoals het bijna-ongeval van een collega - deelt met collega’s. Je kunt ook denken aan het boeken van een incompany-training, het organiseren van een veiligheidsdag of het uitnodigen van externe spreker.


Innovatietrends in magazijnen

Voor het eerst sinds de coronacrisis openden de deuren van de Messe in Stuttgart weer om de LogiMAT te verwelkomen. De grootste beurs op het gebied van logistiek in Europa trok begin juni zo’n 50.000 professionals. Die konden daar de nieuwste trends aanschouwen en kennis op allerlei vlakken uitwisselen. Redacteur Job Halkes en logistiek expert Arjen Lagerweij van evofenedex vatten de vier opvallendste trends samen.

Innovatietrend 1: Internet of Things in WMS

Een warehouse management system (WMS) krijgt een steeds belangrijkere rol binnen processen. Die trend was al zichtbaar, maar op de beurs was duidelijk te zien dat die ontwikkeling nog wel even doorgaat. Een WMS wordt namelijk steeds slimmer. Het maakt steeds meer gebruik van nieuwe technieken, zoals het ‘Internet of Things’ (IoT) en ‘artificial intelligence’.

 

Het is interessant om te zien dat drones met camera’s kunnen worden ingezet om een voorraad regelmatig te controleren en te vergelijken met informatie in een WMS. Ook is het mogelijk de drones te gebruiken voor het controleren van material handling­apparatuur op plaatsen waar je niet eenvoudig bij kunt. Door de bevindingen van de drones te vergelijken met de ideale situatie, kan een bedrijf slimme diagnoses stellen voor onderhoud.

 

Innovatietrend 2: Veiligheid en ergonomie

Veiligheid en goede werkomstandigheden waren al belangrijke aandachtspunten voor de coronacrisis, maar lijken de afgelo­pen jaren nog een flinke impuls te hebben gekregen. De ene na de andere exposant kwam met opvallende, verrassende veilig­heidsoplossingen op de proppen. Zeker door een tekort aan arbeidskrachten is het voorkomen van personeelsuitval ontzet­tend belangrijk. Daarnaast willen medewerkers niet meer wer­ken in een onveilig voelende omgeving, zo schetste een hoog­leraar veiligheidskunde in de logistiek van de universiteit van Stuttgart tijdens een presentatie. Volgens hem is het zeer noodzakelijk dat bedrijven hiermee serieus aan de slag gaan en samen met werknemers een plan van aanpak opstellen.

 

Innovatietrend 3: AGV wordt AMR

Drie jaar geleden stond de LogiMAT in het teken van AGV’s (automatisch geleide voertuigen) en dat was dit jaar niet an­ders. Sterker nog, er was een complete hal bijgekomen met slimme, zelfrijdende oplossingen. Alleen pronkte nu niet de term AGV, maar AMR (autonome mobiele robot) op de borden. Aan de buitenkant van de machines is nagenoeg geen verschil te zien, maar van binnen is een AMR toch echt heel anders. Waar grote broer AGV zich houdt aan bijvoorbeeld een vaste route over een lijn of aansturing door een centraal software­systeem, kan zijn kleine broertje AMR zelf de weg vinden.

 

Innovatietrend 4: Containers in- en uitladen

Het in­ en uitladen van containers of vrachtauto’s is een klus die bij niemand hoog op zijn favorietenlijstje staat, maar het moet wel gebeuren. Gelukkig komen er op dat gebied steeds meer oplossingen. Van een rollerband die je deels in een container of vrachtauto trekt tot een geheel zelfstandige machine die pallets erin en eruit rijdt. Het Nederlandse Copal was ook aanwezig om zijn oplossing te presenteren: een machine die geheel zelfstandig dozen van een pallet pakt en vervolgens op een loopband zet. Een prima oplossing voor bedrijven die veel met dozen werken die af­ en opgestapeld moeten worden. Bovendien voorkomt de machi­ne rugklachten bij medewerkers.


Eerste reefer hub in ontwikkeling bij Dutch Fresh Port

Binnen het MoVe-programma is een verkenning uitgevoerd welke rol reefer hubs kunnen spelen in het logistieke systeem voor vers-logistiek. Bij de Dutch Fresh Port is de eerste reefer hub in ontwikkeling als onderdeel van een nieuwe Truck Parking. Dit is een samenwerking tussen importeurs, vervoerders en ondernemers op de Dutch Fresh Port, de gemeenten en MoVe partners. Het is de eerste reefer hub van Greenport West-Holland en bij succes zullen er mogelijk meer volgen. De verwachting is dat de reefer hub bij Dutch Fresh Port in 2023 klaar is, zo meldt MoVe.

Reefers zijn containers met een koelsysteem voor temperatuurgevoelige goederen. De haven van Rotterdam is de belangrijkste haven in Europa voor de import en export van koel- en vriesladingen in reefers. In totaal zijn er in Rotterdam 18.500 reeferaansluitingen. Ongeveer 75% van alle reefers met versproducten die in Rotterdam aankomen, hebben de Greenport West-Holland als bestemming.

 

De diepzeeterminals op de Tweede Maasvlakte waar de reefers aankomen, zijn 24/7 geopend. Bij deze diepzeeterminals komen soms 10.000 containers tegelijkertijd aan. Maar AGF-importeurs zijn slechts open van 6 uur ’s ochtends tot 18 uur ’s avonds en in het weekend gesloten. Daardoor ontstaat een probleem, want vervoerders kunnen hun containers niet kwijt bij de importeurs. Wanneer veel schepen in het weekend hun containers in de haven hebben gelost, staat op maandagochtend iedereen in de file, zowel bij de terminal, bij de douane, als op de A15 en bij de vers-importeur.

 

Een oplossing zijn reefer hubs, zo meldt MoVe. Een reefer hub is een parkeerplaats of hub, waar reefercontainers beveiligd staan en aangesloten kunnen worden op het stroomnet. Zo kan de koeling blijven werken. Op een reefer hub kunnen ’s nachts en in het weekend reefers worden geparkeerd. Zodra de importeurs open zijn, kunnen de reefers over het laatste stukje van de reefer hub naar de importeur worden vervoerd. 


Orderpicken met een slimme bril

Een slimme bril die helpt met het vinden van de juiste spullen in een magazijn. Daarvoor richtte onderzoeksinstituut TNO in het magazijn van Werkse! een testomgeving in. Via een proef onderzoekt TNO hoe medewerkers hun weg vinden in een magazijn. Grote vraag: bieden deze ‘smart glasses’ een oplossing voor de groeiende vraag op de arbeidsmarkt naar orderpickers?

 

“Orderpickers krijgen in toenemende mate te maken met automatisering”, zegt Hans van Zeijl, accountmanager bij Werkse!. “Ze moeten werken met slimme toepassingen. Dat betekent dat relatief eenvoudig werk toch moeilijker wordt. Wij willen weten of we door het gebruik van een smart glass meer mensen een kans kunnen bieden. Mensen die bijvoorbeeld moeite hebben met het lezen van langere instructies, schrijven of andere cognitieve vaardigheden.”

Twee handen vrij en alle informatie recht voor je

Van Zeijl: “Een smart glass werkt als volgt: de bril laat na inloggen in kleine stappen informatie zien op een schermpje bij het oog. De bril toont een foto waarop te zien is wat gepakt moet worden. De bril laat achtereenvolgens zien hoeveel stuks je moet pakken en waar het ligt in het magazijn. Zodra je iets pakt, scan je met een ring om de vinger een barcode. Op die manier is precies te zien waar je bent gebleven. En je ziet ook of je het juiste product pakte.” De ‘slimme glazen’ werken met het systeem van het Nederlandse bedrijf Augmex. In de logistiek wordt er al langer op grote schaal mee gewerkt. Augmex gebruikt ze bijvoorbeeld ook veel in de sierteeltsector.

 

Toegankelijker

Ellen Wilschut, wetenschappelijk onderzoeker van TNO, is de drijvende kracht achter het onderzoek bij Werkse!. “Dit is een belangrijk project voor mensen uit de doelgroep. Onze hoofdvraag is: ‘wat kan techniek toevoegen aan het werk voor deze groep?’ We hebben meer vragen. Kan de doelgroep ermee omgaan? Maakt dit het magazijnwerk toegankelijker? Is het gebruiksvriendelijk? Is het foutgevoelig? Waar moeten we onze instructies eventueel bijstellen? Wat vinden de medewerkers ervan?”

 

IKEA

Medewerkers vanuit Werkse! doen op vrijwillige basis mee aan dit onderzoek. Van Zeijl: “We doen het juist ook met medewerkers die niet bekend zijn met het magazijn. Als dit voor meerdere van hen – zonder magazijnkennis – werkt, dan is de bril bruikbaar voor de doelgroep.” De proef wordt gedaan met orders voor bedrijfskleding van IKEA. “Als iemand nieuw in dienst komt, wordt bij Werkse! een set bedrijfskleding vanuit de opslag aangevraagd. Alle informatie daarover is ‘op de bril’ gezet: hoeveel, wat, waar.”

 

Zelf ervaren

“Wij zijn benieuwd of de bril helpt. Bijvoorbeeld om sneller te kunnen leren op het werk of in het magazijn”, zegt Van Zeijl. “Helpt deze technologie ook om minder fouten te maken? Techniek om, zeg maar, de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. TNO verricht metingen tijdens de proef en tekent ook de ervaringen op van medewerkers die meedoen.” Niet alleen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt doen overigens mee.” Van Zeijl: “Ook de financiële mensen zijn uitgenodigd voor een proefsessie.” De benodigde kosten gaan immers voor de baat uit. “En natuurlijk onze jobcoaches en consulenten, om te ervaren wat dit systeem voor een mogelijke kandidaat kan betekenen. Zo kunnen zij beter inschatten of dit iets is voor een kandidaat-werknemer.” Wilschut: “De resultaten van de proef worden nu geanalyseerd. De eerste indrukken zijn goed. Een meerderheid van de medewerkers kan er na een korte introductie zelfstandig mee kan werken. Zij verzamelen met behulp van de slimme bril op de juiste wijze de orders.”

 

Met dank aan E merce


Positieve ontwikkeling voor het vervoer

De Tweede Kamer nam recent een drietal moties aan die het kabinet oproepen om te investeren in N-wegen. Voor handels- en productiebedrijven is dit een goede ontwikkeling om hun producten en goederen veilig en efficiënt te vervoeren.

 

De Tweede Kamer nam een motie aan van de Kamerleden Madlener (PVV), Koerhuis (VVD) en Van der Molen (CDA) om meer geld uit te trekken voor het opwaarderen van N-wegen. De 3 Kamerleden zijn van mening dat N-wegen minimaal opgewaardeerd moeten worden naar 2 x 2-baans om zo de doorstroming en veiligheid te verbeteren. Voor handels- en productiebedrijven is dit een goede ontwikkeling om hun producten en goederen veilig en efficiënt te vervoeren. 

N57 verbreden en knelpunten N33 oplossen

De 3 Kamerleden vroegen in een eveneens aangenomen motie ook expliciet om de N57 tussen Europoort en Hellevoetsluis te verbreden. In een motie van VVD-Kamerlid Daniel Koerhuis vroeg de Kamer eveneens om in kaart te brengen hoe de knelpunten op de N33 kunnen worden opgelost. Naast de N-wegen had de Kamer aandacht voor knelpunten op de Maasvlakte. Een motie van de VVD verzoekt de regering om de knelpunten voor goederenvervoer op te lossen. Verder nam de Tweede Kamer nog een motie aan van D66-Kamerlid van Ginneken om te zorgen voor goede ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties.

 

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

De moties werden ingediend door de Kamer naar aanleiding van het debat over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De Tweede Kamer debatteert 2 keer per jaar over alle investeringen in onze infrastructuur.  


Vanderlande voegt geavanceerde orderpicking robot toe aan warehouse portfolio

Vanderlande heeft een nieuwe automatische orderpicking robot aangekondigd als toevoeging aan zijn Smart Item Robotics (SIR) portfolio. Dit portfolio past in Vanderlande’s strategie om het gebruik van robotica voor warehousing te versnellen.

 

De nieuwe robot beschikt over intelligente grijpertechnologie, een geavanceerd visionsysteem en besturingssoftware. De orderpicking robot is ontworpen en gebouwd door het Amerikaanse RightHand Robotics. De robot is specifiek ontworpen voor magazijnen en distributiecentra waar gewerkt wordt met algemene producten.

Stabiele 24/7 werking

Vanderlande heeft diverse oplossingen voor het orderpicking met robots getest voordat de keuze werd gemaakt voor deze robot. Voor klanten van Vanderlande is het steeds lastiger om arbeidskrachten aan te trekken en vast te houden, waardoor robot-orderpicking oplossingen een aantrekkelijke optie zijn. Efficiënte robotica kan ook andere voordelen opleveren, zoals een stabiele 24/7-werking en lagere eigendomskosten.

 

Mix handmatig en geautomatiseerd

De door Vanderlande geselecteerde robotoplossingen zijn geïntegreerd in het brede scala aan magazijnoplossingen van het bedrijf, zoals het goods-to-picker order fulfilment systeem Fastpick. Door meer gebruik te maken van robots voor het plaatsen van orders, krijgen klanten meer flexibiliteit op de werkplek. Orders kunnen bijvoorbeeld worden gepickt met een mix van handmatige en geautomatiseerde procedures voor maximale efficiëntie.

 

Intelligente grijpertechnologie

“De markt wil geïntegreerde robotica die werkt, dus hebben we diverse robotoplossingen getest”, zegt Terry Verkuijlen, Vice President Warehouse Solutions van Vanderlande. “Uit onze bevindingen bleek dat RightHand Robotics’ gebruik van grijpertechnologie, vision-systemen en software-algoritmen het beste passen bij geautomatiseerde magazijnen voor algemene goederen. En weer andere verschillende combinaties van robotpickers het beste passen bij andere specialistische toepassingen.”


Bestaande tools helpen met ISO14083

Topsector Logistiek is klaar voor ISO14083: de nieuwe ISO-norm in carbon footprinting. www.carbonfootprinting.org helpt bedrijven bij de voorbereiding hierop.

 

Met de nieuwe wereldwijde standaard voor carbon footprinting in aantocht, ISO 14083, is het voor bedrijven in de logistieke sector van belang zich goed voor te bereiden. Daar kan de website www.carbonfootprinting.org, ontwikkeld door Topsector Logistiek, bij helpen.

 

Naast het voeren van een financiële boekhouding wordt het hebben van een CO2-boekhouding voor elk bedrijf vanzelfsprekend. Brongegevens uit de operatie moeten goed worden geregistreerd.

 

Ze moeten accuraat verwerkt worden tot cijfers die voor de verantwoording en analyse gebruikt kunnen worden. Op een dusdanige wijze dat de controlerende accountant een goedkeurende verklaring geeft. Dit wordt de norm. Want zowel klanten, consumenten als overheden gaan indringende vragen stellen en willen de cijfers kunnen vertrouwen. Steeds meer wordt er een prijs aan CO2 gehangen en dat heeft een steeds grotere invloed op de resultaten. Dit betekent dat het noodzakelijk wordt een CO2-boekhouding op te zetten: meten, registreren, verwerken en rapporteren.

 

Net zoals bij de financiële boekhouding is het belangrijk goede afspraken te maken over de manier waarop data geregistreerd en verwerkt wordt. Die goede afspraken moeten ook worden gemaakt over de controle door accountants en de indicatoren waarover gerapporteerd wordt. Die richtlijnen zijn grotendeels ontwikkeld, net als de tools om een boekhouding op te zetten, of de controleprotocollen voor accountants.

 

Zelf aan de slag met Carbon Footprinting?

De website biedt bedrijven uitgebreide achtergronden van Carbon Footprinting, FAQ’s, tools, richtlijnen en methodes om zelf aan de slag te gaan met Carbon Footprinting. Met alle opgebouwde kennis en ervaring blijven we daarnaast doorontwikkelen. Wilt u ervoor zorgen dat uw bedrijf klaar is voor de nieuwe ISO-norm? Kijk dan op www.carbonfootprinting.org en ga aan de slag!


Onderzoek verduurzaming bouwlogistiek door gemeenten

In ons land wordt er de komende jaren fors gebouwd. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur, de aanleg van kantoren, bedrijventerreinen, winkels en scholen. In steden begint dit steeds meer te knellen.

 

Het transport van materiaal, materieel en personeel van/naar de bouwplaats legt extra druk op het binnenstedelijk wegennet (bouwlogistiek maakt nu al 30% uit van stadslogistiek), zorgt voor extra emissies en er ontstaan grote knelpunten rond verkeersveiligheid en omgevingshinder. Vanuit het Klimaatakkoord en de Stikstofaanpak is er tegelijkertijd een grote urgentie om bouwlogistiek anders en duurzamer te organiseren en zo de uitstoot van CO2 en stikstof fors te verminderen.

De cruciale vraag is echter hoe ervoor gezorgd kan worden dat het niet bij pilotprojecten blijft, maar dat er bij bouwprojecten standaard aandacht is voor een efficiënte en duurzame bouwlogistiek. Om die reden is er vanuit de Topsector Logistiek veel aandacht voor bouwlogistiek waarbij onder andere gekeken wordt naar de rol die gemeenten kunnen spelen. In het achterliggende anderhalf jaar hebben gemeenten gebruik kunnen maken van ondersteuning van de Topsector Logistiek, uitgevoerd door Buck Consultants, bij het invullen van hun rol als het gaat om het stimuleren, faciliteren en verplichten van duurzame bouwlogistiek. De rapportage die u hieronder vindt geeft antwoord op bovenstaande vragen.

 

In de rapportage wordt kort ingegaan op de verschillende instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben. Daarnaast wordt een concreet plan geboden waarmee gemeenten stappen kunnen zetten in het daadwerkelijk verduurzamen van de bouwlogistiek, uiteraard altijd in nauwe samenwerking met de (bouw)sector zelf.

Download
20220420 Onderzoek verduurzaming bouwlog
Adobe Acrobat document 4.5 MB

Circulariteit inpassen binnen de supply chain

In het logistieke proces binnen de supply chain, zijn volop mogelijkheden voor circulaire toepassingen. Vooral op punten waar goederen opgeslagen en klaargemaakt worden voor distributie kan de circulaire economie probleemloos haar plek vinden.

 

Opslag- en transportmiddelen, zoals stapelracks, gaascontainers en rolcontainers, zijn vrijwel op alle locaties aanwezig en spelen een belangrijke rol in het proces. Wanneer je iets weggooit of ‘laat staan’ onttrek je het aan de circulaire economie waarin grondstoffen en bedrijfsmiddelen kunnen worden hergebruikt. Kapotte producten kunnen meestal gerepareerd worden, materialen kunnen worden gerecycled en producten kunnen voor hergebruik terug in de markt gezet worden. De vraag naar gebruikte opslag- en transportmiddelen neemt de laatste jaren aanzienlijk toe. Dat betekent dat ze geld waard zijn. Gooi dus niets zomaar weg, want wat voor de één overbodige en verouderde materialen zijn biedt voor andere ondernemers de kans om tegen een lagere investering de logistieke processen te verbeteren of uit te breiden. Tegelijkertijd kan de verkopende partij met de opbrengst opnieuw investeren in andere noodzakelijke middelen. Bij veel bedrijven staan gebruikte middelen vaak enkel ruimte in te nemen, terwijl ze een volgend leven kunnen krijgen bij een andere ondernemers of kostbare grondstoffen op kunnen leveren.

Circulair inkoopproces

Verder kunnen ondernemers nadenken over de wijze waarop ze inkopen. Op het gebied van circulair inkopen is er een wereld te winnen. Traditioneel komen tijdens de aanschaf van nieuwe materialen vele verschillende aspecten zoals prijs, levertijd en productspecificaties naar voren. Denk eerst na over de levensduur, de repareerbaarheid, restwaarden en de toepassing van het product binnen een circulaire supply chain.

 

Gebruikte middelen en producten

Het aanschaffen van gebruikte middelen en producten is een eenvoudige manier om circulair in te kopen. Deze middelen zijn vaak de helft goedkoper en net zo functioneel als nieuwe producten. Hierdoor hoeven bedrijven minder grote investeringen te doen en kunnen zij hetzelfde resultaat behalen zonder daarvoor nieuwe grondstoffen te benutten. Een minder bekende, maar steeds populairder wordende circulaire optie is het huren van producten en middelen, bijvoorbeeld wanneer er tijdelijke capaciteitsuitbreiding nodig is van opslag- en transportmiddelen. De gehuurde producten worden na gebruik weer teruggenomen door de verhuurder die ze vervolgens weer opnieuw verhuurt.

 

In de afgelopen jaar is het aantal bedrijven die verhuur als bedrijfsmodel heeft significant toegenomen. Daarnaast wint het huren van producten langzaam maar zeker een voorkeurspositie bij consumenten en andere bedrijven. Veel bedrijven kiezen steeds vaker voor het huren van bedrijfsmiddelen. Mede omdat het naast een circulaire impact ook extra flexibiliteit geeft en in veel gevallen een kostenreductie met zich meebrengt.


Digitaal platform traceert onderdelen in de keten

Het onderzoeksconsortium van het project Improved Traceability of Parts and Products (IToPP) heeft een prototype digitaal platform opgeleverd. In dit innovatieve, op Blockchain technologie gebaseerde platform, kunnen onderdelen zowel upstream als downstream gevolgd worden in de keten. Tevens facilliteert het platform ketenpartners bij betalingen en disputen, terwijl het interoperable is met hun conventionele bedrijfssystemen.

Het traceren van onderdelen en producten in de keten heeft veel voordelen en toepassingen. In gereguleerde industrieën zoals luchtvaart, automotive en healthcare is het zelfs verplicht dat configuratie-, test- en onderhoudsinformatie kan worden getraceerd. Maar minder gereguleerde industrieën profiteren ook van betere informatievoorziening. Het traceren van onderdelen van leveranciers maakt het voor klanten mogelijk eenvoudig te verifiëren dat onderdelen van voldoende kwaliteit en goed onderhouden zijn. Helaas ontbreekt deze mogelijkheid vaak. Zeker als informatie bij andere ketenpartijen zit. Het gevolg is een arbeidsintensief en handmatig proces voor het verzamelen en analyseren van de benodigde informatie.

 

Het platform is ontwikkeld voor de medische, hightech en andere producerende sectoren. De toepassing van blockchain technologie levert zowel duurzaamheids- als economische voordelen op. Lees meer over het onderzoek in de publieke eindrapportagevan dit project.

 Met dank aan Dinalog


Container vol gereedschappen en machines op transport naar Oeganda!

Goed nieuws vanuit het logistiek centrum in Gouda. Daar vertrok onlangs een container vol gereedschappen en machines naar Oeganda! Aan boord materialen bestemd voor het verder professionaliseren van 2 vakgebieden (Metaalbewerking en Houtbewerking) op twee scholen in de regio Jinja: Prime Vocational Institute en Pioneer Vocational Institute.

Deze ondersteuning maakt deel uit van een bredere samenwerking met beide scholen waarin, naast het leveren van gereedschappen en machines, meer bouwstenen van de programma’s worden ingezet om het vakonderwijs in de regio Jinja te versterken. Zo worden de leraren in hun didactische en technische vaardigheden getraind, wordt met studiebeurzen gezorgd dat kansarme jongeren naar school kunnen en wordt het curriculum aan voor betere aansluiting op de lokale arbeidsmarkt aangescherpt. Ook zorgt Gered Gereedschap met het opzetten van stageplekken en starterssets gereedschappen voor een betere toetreding tot de arbeidsmarkt na afloop van de opleiding.

 

Gered Gereedschap bedankt iedereen die hier op een of andere manier aan bijgedragen heeft. Speciale vermelding daarbij voor Stichting CCHO, Stichting Bon Coeur en Ultimo Software Solutions bv. 


Einde aan XXL-distributiecentra? Brabant wil de 'verdozing' tegengaan

De provincie Brabant maakt een einde aan de wildgroei van megadistributiecentra. ‘’De lat voor een groot distributiecentrum is fors hoger komen te liggen, voor sommige types logistiek zelfs onmogelijk’’, vertelt CDA-gedeputeerde Erik Ronnes. Hij wil de ‘verdozing’ van het landschap tegengaan en alleen kiezen voor distributiecentra die goed zijn voor de Brabantse economie.

 

Wie langs Waalwijk rijdt, ziet in één oogopslag wat verdozing is. Enorme opslagloodsen zonder ramen waar goederen opgeslagen, verdeeld en vervoerd.

 

''De ruimte die we hebben in Brabant is schaars, dus we moeten kritisch kijken wat we wel en niet willen.’’ Gemeentes in Brabant zitten niet meer te wachten op dit soort grote gebouwen. Dat merkt ook Erik Ronnes. ‘’Je ziet echt veel hallen verschijnen die grote impact hebben op het landelijk gebied. En zo’n XXL-locatie trekt ook nog eens enorm veel verkeer aan. De ruimte die we hebben in Brabant is schaars, dus we moeten kritisch kijken wat we wel en niet willen.’’

Daarom heeft de provincie bepaald wat voor soort distributiecentra er wel en niet welkom zijn. Het belangrijkste: een logistiekbedrijf moet iets toevoegen aan de Brabantse economie. ‘’Bestaande bedrijven, zoals ASML en Vanderlande, hebben grote distributiecentra nodig, dus daar moet je ze gewoon voor realiseren. Maar we willen hier geen bedrijven die het alleen als 'doorschuiflocatie' gebruiken om de rest van Europa van spullen te voorzien", verduidelijkt Ronnes.

 

‘’Dat is een slecht voorbeeld.’’ Toch lijkt zoiets in Nuenen te gaan gebeuren. Daar staat een distributiecentrum van maar liefst 300.000 vierkante meter gepland. Wie erin komt? Geen idee. De gemeente zit ermee in haar maag, maar kan niet terug. Omwonenden zijn woedend en bang voor een groot aantal vrachtwagens die straks door hun straten rijden. ‘’Dat is een slecht voorbeeld’’, begint Erik Ronnes. "Een projectontwikkelaar heeft daar een vergunning gekregen, zonder dat bekend was wie ze ging gebruiken.’’

 

De gemeente en provincie kijken voortaan eerst wie een distributiecentrum wil beginnen en wat gaan ze daar gaan doen. Als het niet bijdraagt aan onze economie, dan komt er geen vergunning en kan er dus niet gebouwd worden. ‘’De gemeente is niet van plan om opnieuw een bedrijventerrein te gaan ontwikkelen.''

 

Om zelf de regie te houden zijn er acht plekken in Brabant aangewezen waar XXL-logistiek mag komen:

  • Moerdijk,
  • Waalwijk,
  • Wijkevoort in Tilburg,
  • Heesch-West,
  • Foodpark Veghel,
  • Laarakker in Haps,
  • GDC Acht in Eindhoven,
  • Westfields bij Oirschot. 

De gemeente Meierijstad, waar Veghel onder valt, laat weten dat er geen plek meer is voor een megadistributiecentrum. Met de komst van onder andere FrieslandCampina, een vloerenbedrijf, de opslag en distributie van medicijnen en de uitbreidingen van BAS Trucks is het Foodpark vol. "De gemeente is niet van plan om opnieuw een bedrijventerrein te gaan ontwikkelen en uit te gaan geven. In onze bedrijventerreinenvisie is uitbreiding gekoppeld aan uitbreiding van bestaande lokale bedrijven of nieuwe bedrijven die passen in het ecosysteem van Meierijstad", vertelt wethouder Jan Goijaarts.

 

In Waalwijk zijn ze trots op hun logistieke imago, maar uitbreiding van de logistieke bedrijven is op dit moment niet mogelijk. De infrastructuur moet eerst verbeterd worden. Dat moet volgens de gemeente snel gebeuren want er zijn veel banen mee gemoeid. "Voor mensen uit de regio, maar ook voor internationale medewerkers. Maar denk ook aan omzet voor de lokale middenstand, schoonmaakdiensten en beveiliging."

 

De gemeente wil dan ook niet spreken van verdozing of verwoesten van natuur. "Kaal grasland wordt een industrieterrein. In esthetisch opzicht zullen daar de meningen over verschillen. Er wordt hier geen natuur aangetast."

 

Met dank aan Omroep Brabant


MKB op weg naar geautomatiseerde ketencommunicatie

De daadwerkelijke toepassing van het Smart Connected Supplier Network (SCSN), een datastandaard voor het uitwisselen van berichten binnen de toeleverketen van de maakindustrie, is nog sterk in ontwikkeling. Het ERP-systeem is een sterk bepalende factor in de keuze van een passende provider. Ook zijn er duidelijke verschillen in de door de providers aangeboden diensten, soorten berichten en gehanteerde kostenstructuur. Het aantal bedrijven dat zich aansluit bij het SCSN-platform groeit gestaag, waardoor de markt voor berichtenproviders naar verwachting steeds groter wordt.

Dit zijn de resultaten van een marktverkenning naar providers van geautomatiseerd berichtenverkeer die IPL Advies voor Draline bv, Brans Metaalbewerking bv en Geton Roestvrijstaalindustrie bv heeft uitgevoerd. De marktverkenning had tot doel inzicht te krijgen in de praktische bereikbaarheid voor de genoemde bedrijven en om uit te laten zoeken hoe bereikbaar SCSN voor het MKB is. De resultaten van dit onderzoek, gecombineerd met de ervaringen van de betrokken ondernemers zijn tijdens een door Koninklijke Metaalunie/Teqnow i.s.m. het Data Value Center – Smart Industry georganiseerde bijeenkomst afgelopen woensdag 24 november gepresenteerd aan collega-ondernemers.

 

Lagere kosten, minder fouten

Geautomatiseerde berichten naar klant en leverancier dragen bij aan efficiëntere digitalisering en snellere productieprocessen, lagere kosten en minder fouten. SCSN biedt een datastandaard voor het uitwisselen van berichten binnen de toeleverketen van de maakindustrie om berichtenverkeer tussen klanten en toeleveranciers te automatiseren. Om effectief en foutloos te kunnen werken bestaat bij veel ondernemers de behoefte aan vergaande automatisering van deze communicatie. Ondernemers vragen zich echter af waar ze, om van de mogelijkheden van SCSN gebruik te kunnen maken, rekening mee moeten houden en of de investering zich zal terugverdienen.


Zelfvoorzienend distributiecentrum bij Schiphol Trade Park

Bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp verrijst een distributiecentrum dat geheel zelfvoorzienend wordt in zijn eigen energiebehoefte. De energieproductie wordt er hoger dan het verbruik. Het DC wordt gerealiseerd door logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace en de energie-infrastructuurspecialist Joulz.

 

Het pand, nu nog bekend als locatie AMS05, gaat zo’n 55.000 vierkante meter aan opslagruimte beslaan, met nog eens ruim 6.500 vierkante meter aan tussenvloer. Daarnaast komt er zo’n 5.300 vierkante meter kantoorruimte en 64 loading docks voor vrachtwagens en busjes.

De eerste palen zijn eind juni de grond in gegaan. De oplevering staat gepland in begin april komend jaar. Het gebouw moet gaan voldoen aan de hoogste duurzaamheidseisen met een BREEAM-certificaat in de klasse ‘outstanding’.

 

Door de fors gestegen energievraag is het elektriciteitsnet in Nederland in de afgelopen jaren als het ware dichtgeslibd. Vanwege deze zogeheten netcongestie kan de netbeheerder geen stroom leveren aan een nieuw distributiecentrum en dus hebben Intospace en Joulz een off-grid systeem ontworpen.

 

De oplossing wordt mogelijk gemaakt door bestaande technologie te combineren met een innovatief energiebeheersysteem dat productie en consumptie nauwkeurig op elkaar afstemt. Zonnepanelen zorgen voor de eigen duurzame stroomvoorziening en batterijopslag zorgt voor energiezekerheid. De jaarproductie van het gebouw met zo’n 22.000 zonnepanelen wordt ongeveer 7,6 megawattuur.


VDL: Aanpassingen uittesten in Twin

Ook in de industrie raken digital twins steeds meer ingeburgerd. Was de term eerst vooral een modekreet, die in één adem werd genoemd met industrie 4.0, inmiddels werkt VDL Groep al met drie verschillende typen, zegt Menno Kleingeld, directeur digitalisering van de Eindhovense multinational.

 

‘Ten eerste van het product zelf, zoals een bus. Die bus is verbonden met internet en geeft voortdurend gegevens door over zijn status. Daarmee voeden we een digitaal model. Met dat model kunnen we vervolgens eindeloos simulaties uitvoeren, alsof de nieuwe bus daadwerkelijk hier in Eindhoven of elders rondrijdt.’

Zo hoeft er veel minder te worden getest met echte bussen, maar er is nóg een groot voordeel, zegt Kleingeld. ‘We kunnen nu veel eenvoudiger aanpassingen uittesten. Stel dat we de bus van een andere batterij voorzien: wat zijn dan de gevolgen? Met een digital twin kunnen we dat makkelijk simuleren en we kunnen in het model ook de tijd versnellen, zodat we snel veel gegevens verzamelen.’

 

Productielijn

Inmiddels heeft VDL ook digital twins van volledige productielijnen ontwikkeld. Bij VDL Nedcar in Born, waar BMW’en Mini’s van de band rollen, wordt nu getest met een twin waarin alle logistieke stappen zijn opgenomen. ‘We kunnen zo live meekijken wat er gebeurt en of bijvoorbeeld alle robots goed functioneren. Stelt dat in een van de robots een trilling optreedt, dan kunnen we uit de data aflezen of dat kan leiden tot een storing en tijdig ingrijpen’, zegt Kleingeld. ‘En als we de productie willen verhogen, kunnen we in de digital twin zien waar precies de knelpunten kunnen ontstaan.’

 

Bij VDL Steelweld in Breda, dat gerobotiseerde automatiseringssystemen voor de autoassemblage levert, draait een derde type digital twin. ‘Hier is de productielijn ons product en steeds vaker kunnen we die op afstand laten draaien. Door dat eerst op een digitale twin te doen, kunnen we de instellingen in één keer optimaal instellen voor de fysieke productielijn. Daarmee winnen we een hoop tijd en het voorkomt dat we steeds collega’s ernaar toe moeten sturen. Zeker afgelopen jaar, met alle reisbeperkingen, heeft die digital twin zijn waarde wel bewezen.’

 

Met dank aan De Ingenieur


Human Capital Topsectoren lanceert ontwikkelkaart en vernieuwde actiescan

Op haar website lanceert de HCA Topsectoren de ontwikkelkaart en de vernieuwde actiescan. Dit zijn instrumenten om de samenwerking binnen Learning Communities en binnen (Top)sectoren in een volgende versnelling te helpen krijgen. Beide instrumenten staan samenwerkingsverbanden binnen leren-werken-innoveren vrij ter beschikking ter ondersteuning aan de verdere ontwikkeling van de samenwerking.

 

Human Capital Agenda (HCA) Topsectoren lanceert op haar website de ontwikkelkaart en een vernieuwde versie van de actiescan, dit zijn twee instrumenten die een Learning Community helpen om een volgende stap te zetten binnen het samenwerkingsverband. Beide instrumenten zijn (verder) ontwikkeld door Denkhuijzen innovatiemanagement uit Zwolle. Zowel de actiescan als de ontwikkelkaart staan samenwerkingsverbanden binnen leren-werken-innoveren vrij ter beschikking en zijn te vinden op de website van de HCA Topsectoren.

Actiescan

De actiescan is specifiek bedoeld voor vertegenwoordigers van het samenwerkingsverband, bijvoorbeeld vanuit onderwijs, het werkveld en onderzoek, om te reflecteren op de staat van het samenwerkingsverband en op waar kansen voor verdere ontwikkeling liggen. Bij de actiescan wordt een lijst met vragen geleverd om het gesprek op gang te helpen en richting te geven. Het gesprek met de actiescan erbij vindt plaats onder begeleiding van een moderator en aanwezigheid van een notulist. Download de actiescan. Bekijk ook de vragen voor moderators

 

Ontwikkelkaart

Tegelijkertijd met de actiescan lanceert de HCA Topsectoren de ontwikkelkaart – een online invulbaar instrument – die je hier kunt vinden. Dit instrument is te gebruiken door vertegenwoordigers binnen een (Top)sector die inzicht willen in de huidige status van samenwerkingsverbanden binnen de sector en waar kansen voor verdere ontwikkeling liggen. Met input van doelstellingen, bouwblokken voor deze doelstellingen en beïnvloedingsomgevingen van deze doelstellingen maak je met dit instrument zelf een grafisch mooi en inzichtelijk overzicht.

 

Learning communities

Learning Communities zijn duurzame samenwerkingsbanden waarin werken, leren en innoveren dicht tegen elkaar aan worden georganiseerd. Op deze manier kan kennis sneller circuleren, is scholing effectiever, aantrekkelijker en laagdrempeliger voor een grote groep leerlingen, studenten en werknemers. 


Hoe duizenden robots boodschappen doen voor jou

In deze video van YouTuber Tom Scott gaat hij op bezoek bij een locatie van de Ocada Group, een bedrijf dat net als Picnic boodschappen doen in een modern jasje giet en deze technologie ook aan andere supermarkten levert. In de zogeheten “Hive” werken er 2.300 robots aan het verzamelen en bundelen van bestelde boodschappen. Met behulp van kunstmatige intelligentie wordt ervoor gezorgd dat de robots razendsnel hun werk kunnen doen:


De nieuwe Boston Dynamics robot is gemaakt voor magazijnen

Na jaren te kunnen hebben spelen en R&D te kunnen uitvoeren met geld van investeerders, is het nu voor Boston Dynamics tijd geworden om daadwerkelijk geld te gaan verdienen. De onlangs geïntroduceerde Stretch robot lijkt daar een uitstekend middel voor te zijn: het is een apparaat dat specifiek ontwikkeld is voor de enorme hoeveelheden magazijnen die momenteel als paddenstoelen uit de grond schieten.

Alle producten die door webwinkels worden verkochten moeten immers worden binnengebracht, opgestapeld, ingepakt en verzonden. Stretch is zeer goed in het uitvoeren van dergelijke repetitieve taken, waar je als magazijnmedewerker op een gegeven moment helemaal klaar mee bent. Een prijs voor de robot is nog niet bekend gemaakt, maar je kunt natuurlijk altijd even contact opnemen met de sales-afdeling.



Smart tools voor onderhoud in de procestechnologie

Asset owners in de procesindustrie willen hun installaties zo betrouwbaar mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten draaiende houden. Inspectie en onderhoud zijn hierbij onvermijdelijk, maar de regels op het vlak van veiligheid en milieu worden steeds strenger. Om deze uitdagingen te tackelen, ging het Nederlandse KicMPi de voorbije vijf jaren binnen het 'Smart Tooling'-project op zoek naar innovatieve oplossingen met drones, robotica en smart glasses. Met het afronden van dit Vlaams-Nederlandse Interreg-project zijn nu ook de resultaten binnen de verschillende deelprojecten bekend.

Het Smart Tooling-project liep van begin 2016 tot eind 2020. Het was een Vlaams-Nederlands Interreg-project, met Europese subsidies om de ontwikkeling van innovaties te ondersteunen. Het Nederlandse KicMPi (Kennis- en innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie) trad hierbij op als projectverantwoordelijke, in nauwe samenwerking met kennisinstellingen, ontwikkelings-maatschappijen, branche-organisaties, asset owners en natuurlijk ook tal van technologiebedrijven uit beide regio's.

 

Er werden acht deelprojecten opgezet, onderverdeeld in vier clusters. 

-   Drones voor inspectie (wanddiktemeting met een drone in een besloten ruimte van     bijvoorbeeld een industriele tank)

-      Inspectierobots (volautomatische inspectie in leidingen)

-      Werkplaatsrobotica (ondersteuning op afstand met smart glasses)

-      Cleaningrobot (voor het te reinigen en inspecteren van besloten ruimten)

 

De algemene doelstelling van deze nieuwe of doorontwikkelde 'smart tools' is om onderhoudspersoneel in de procesindustrie in staat stellen om hun werkzaamheden veiliger en efficiënter, of dus 'slimmer' uit te voeren ten opzichte van de huidige werksituaties. De uiteindelijke projectresultaten varieerden van werkende prototypes tot innovatieve werkmethoden. Die werden op 19 november 2020 voorgesteld en becommentarieerd tijdens een online slotevent. Na de videodemonstraties van elk deelproject hielden Jan Mol (projectmanager Smart Tooling) en Pieter Raes (algemeen directeur KicMPi) telkens een diepte-interview met de betrokken projectpartners over het belang, de mogelijke toepassing en eventuele vervolgstappen van de voorgestelde innovaties.

Met dank aan collega vereniging NVSM


Geautomatiseerde material handling niet aan te slepen

Automatisering van warehouses groeit al jaren sterk en dat gaat voorlopig niet veranderen. De markt voor geautomatiseerde material handling systemen verdubbelt bijna de komende vijf jaar is de verwachting.

 

De material handling markt heeft al jaren geen klagen. Jaar op jaar nemen de omzetten toe. De komende vijf jaar wordt helemaal feest. De omzet gaat bijna verdubbelen de komend vijf jaar. Zo blijkt uit een rapport van het onderzoeksbureau Research and Markets. De wereldwijde Automated Material Handling (AMH) Equipment Market zal naar verwachting groeien van 43,6 miljard dollar in 2021 tot 76,8 miljard dollar in 2026. De groeiende vraag naar geautomatiseerde opslag- en retrieval systemen (ASRS) in de sterk gegroeide e-commerce business door corona is een belangrijk reden voor de toename. Stijgende arbeidskosten, personeelstekort en veiligheid zijn andere belangrijke krachten achter de voorspeld groei.

 

Robots rukken extra hard op

Robots zullen de grootste hap uitmaken van de investeringen de komende jaren, aldus het onderzoeksbureau. Het implementeren van robots verhoogt de efficiëntie en productiviteit van productiebedrijven en magazijnen aanzienlijk. Het gebruik van robots kan de arbeidskosten verlagen, werknemers beschermen tegen verwondingen en een hoog investeringsrendement opleveren.

 

Investeerders investeren fors in robots

Het is dan ook niet raar dat investeerders de laatste tijd fors geld stoppen in robotbedrijven. Berkshire Grey, dat onder meer pickrobots levert aan Amazon haalde afgelopen januari 263 miljoen dollar op. Volgens ceo Tom Wagner wordt het geld gebruikt om buiten de Verenigde Staten marktaandeel te veroveren, overnames te doen en het team uit te breiden.

 

Locus Robotics

Robotspecialist Locus Robotics haalde in februari van dit jaar 150 miljoen dollar aan investeringsgeld op. Het geld is onder meer afkomstig van bestaande investeerders, waaronder Scale Venture Partners en Prologis Ventures, de venture capital-tak van Prologis, een wereldleider in logistiek vastgoed. Locus gebruikt de financiering om mondiaal uit te breiden en om lopend onderzoek en ontwikkeling (R&D) te ondersteunen om zijn robotoplossing voor distributiecentra, genaamd Locus, te laten groeien en verbeteren. Ceva Logistics nam vorig jaar als eerste bedrijf in Europa de Amerikaanse robotoplossing Locus in gebruik. Een cobot die samen met de medewerkers de orders pickt en transporteert naar de expeditie.


Toegevoegde waarde logistiek vastgoed naar bijna 31 miljard euro

De toegevoegde waarde van de logistieke vastgoedsector is de afgelopen vijf jaar enorm gegroeid. De landschappelijke impact is daarentegen zeer beperkt. Zelfs in logistieke hotspots als Venlo bedraagt het grondgebruik van logistiek vastgoed maar 2,3 procent.

Tegenwicht in verdozingdiscussie

Met het onderzoek van Buck wil Prologis naar eigen zeggen ‘een op feiten gebaseerd debat als tegenwicht tegen de huidige op aannames en op emotie gestoelde discussie‘. Tot grote onvrede van de logistiek vastgoedsector bestempelden de drie Rijksadviseurs in het College van Rijksadviseurs in een adviesrapport logistiek vorig jaar als een niet-duurzame sector zonder toegevoegde waarde, waar dozenschuivers het landschap vervuilen, verkeerscongestie veroorzaken en laagopgeleide arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden moeten werken.

 

Impact op het landschap

De feiten die René Buck in zijn marktonderzoek boven tafel kreeg, wijzen grotendeels anders uit. “Het klopt niet dat dc’s als paddenstoelen de grond uit schieten. Het aantal mega-dc’s is tussen 2015 en 2020 weliswaar verdubbeld van dertig naar zestig. Maar slechts één op de vier XXL-distributiecentra landt in Nederland, de rest komt in Duitsland en België terecht”, beweerde Buck vorige week tijdens de paneldiscussie waar ook Dirk Sosef, Vice President Research and Strategy, Sander Breugelmans, Regional Head Northern Europe van Prologis en Ronald Bakker, wethouder sociale en economische zaken van de gemeente Waalwijk.

 

Ruimtelijke impact beperkt

Volgens Buck bedraagt het grondgebruik van al het logistieke vastgoed bovendien slechts 0,13 procent van de totale oppervlakte van Nederland. “Zelfs in logistieke hotspots is de ruimtelijke impact beperkt met een ruimtelijk beslag van 2,3 procent in Venlo, 2,1 procent in Tilburg en 1 procent in Waalwijk en Rotterdam. Van de 32 XXL-distributiecentra heeft 62 procent geen of een beperkte landschappelijke impact.”

 

Dc’s steeds duurzamer

Negen mega-distributiecentra zijn stand-alone en drie zijn niet goed ingepast. De overige twintig, zo stelt Buck, zijn gebouwd op bestaande bedrijvenparken, langs snelwegen of op brownfield-locaties. Logistiek vastgoed wordt bovendien steeds duurzamer. Kreeg drie jaar geleden nog maar 20 procent van de nieuwbouw een Breeam-certificaat, dit jaar geldt dat voor 49 procent.” De economische baten van logistiek zijn ook niet mis, becijferde Buck. “De toegevoegde economische waarde van Nederlandse distributiecentra bedroeg vijf jaar geleden 21,2 miljard euro. Dit jaar komt dat uit op 30,8 miljard, een groei van 46 procent. Ook zijn voor het eerst meer dan 400.000 banen gerelateerd aan logistiek vastgoed.”

 

Groei in wo-afgestudeerden

Uit het onderzoek blijkt verder dat de hele logistieke sector werk biedt aan 886.000 mensen tegen 824.000 in 2015. “Het klopt niet dat de sector alleen maar werk biedt aan laagopgeleiden. Elke jaar studeren 4.000 studenten aan een hogeschool of universiteit af in een logistiek gerelateerde opleiding. Zo bedroeg het aantal wo-afgestudeerden in 2015 1.308 tegen 1.109 in 2009, een groei van 18 procent.”

 

‘Geen halleluja rapport’

Natuurlijk zijn er ook verbeterpunten volgens Buck zoals de overlast van het vrachtverkeer. “Dat probleem kan met een betere logistieke planning worden ingedamd. Ook is een betere huisvesting van arbeidsmigranten gewenst. Dit is geen halleluja-rapport voor de sector, maar zijn gewoon de feiten.”

 

Bron: Logistiek Nederland


Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB