Waarom data onmisbaar zijn voor de circulaire economie

Leaseconstructies en deelconcepten schieten als paddenstoelen uit de grond. Van wasmachines tot fietsen; alles lijkt geschikt voor een circulair businessmodel waarbij de leverancier eigenaar blijft van het product en het na gebruik terugkrijgt voor hergebruik of recycling.

 

Voor low-interest producten kan dat een uitdaging zijn. Hoe krijg je materialen terug die voor jouw bedrijf van waarde zijn, maar die je klant net zo makkelijk weggooit? Data maken het mogelijk om elk product dat naar een klant gestuurd wordt, ook weer terug te krijgen.

Palletbedrijf IPP, onderdeel van Faber Halbertsma Group, maakte ruim twintig jaar geleden al de stap naar een circulair businessmodel. Het bedrijf besloot niet langer pallets te produceren en te verkopen voor eenmalig gebruik, maar ze in eigen bezit te houden. Na gebruik door de klant haalt IPP de pallets op in de markt, sorteert en repareert ze en stuurt ze door naar de volgende klant. De pallets worden gerepareerd en bewaard in lokale depots verspreid door heel Europa. In het kantoor van IPP in Eindhoven is dan ook geen pallet te bekennen. Wel vind je er computers, medewerkers met headsets en datasheets.

 

“Toen ik hier begon, dacht ik eerlijk gezegd ook even: waar zijn ze nou?” lacht Stan Wilbers, manager business analysis bij IPP en PRS. Toch ziet hij het liefst zo min mogelijk pallets en zo veel mogelijk data. Timing is daarin essentieel. “Hoe langer een pallet ergens stil ligt, hoe groter de kans dat die uit de pool verdwijnt. Mensen maken er meubels van, gooien ze in de kachel; je kunt een pallet natuurlijk voor allerlei dingen gebruiken. Maar ze blijven ons eigendom en we moeten ze terughalen om zo'n circulair systeem te laten werken. Correcte en tijdige data helpen ons om dat te bereiken.”

 

Dit artikel met Wilbers verscheen op de website van Duurzaam Bedrijfsleven


Supply chain doet nog weinig met big data

Leveranciers, van plaatwerkers tot elektrogroothandels, hebben elk zo hun eigen aanpak om met de onvoorspelbaarheid van de klantvraag om te gaan. Uitgekiende dienstverlening, veel persoonlijke communicatie en de geijkte informatiesystemen, maar nog weinig ‘schokkende technologie’, zoals big data en AI. Al worden voorzichtig de eerste stappen gezet: ‘Met behulp van big data-analyse willen wij richting onze klanten reële levertijden kunnen voorspellen.’

  • Big data en AI komen tot nu toe weinig op ons pad
  • Onze inkopers sourcen niet alleen, ze adviseren ook
  • Wij bepalen voor welke componenten we altijd twee of drie leveranciers willen hebben
  • Onze prioriteit is meer transparantie in de keten met behulp van live data

 

Eerst maar eens live data

Oreel Metal Components & Assemblies in Hallum bedient met een scala aan bewerkingen voor (volumineus) plaatwerk uiteenlopende markten, zoals food, agro en recycling. Met het specialisme in laserlassen weet Oreel (150 medewerkers) ook markten aan te boren die hogere kwaliteitseisen stellen, zoals de automotive en de medische sector. Oreel heeft te maken met een sterk fluctuerende vraag, maar de eerste reflex – voorraad aanleggen – is niet aan de orde, meldt directeur Sytse Oreel. ‘Voorraad is bij vrijwel alle klanten voor ons eigen risico; zij proberen wel hun keten actief te helpen de noodzaak ervan te vermijden. Bovendien vragen de oem’ers waarvoor wij werken zelden grote aantallen, maar juist hoge variëteit in kleine hoeveelheden.

 

Klanten proberen natuurlijk eerst zelf voorbereid te zijn op pieken, maar met forecasts doen ze hun best om ons erbij te betrekken.’ Komt bij dat oem’ers steeds meer modulair gaan ontwerpen, waardoor ze wel vaak dezelfde modules bestellen. ‘Daardoor zit er een repeteerfactor in orders. De programma’s voor de bewerkingsmachines hebben we al klaar staan, de mensen weten – mede dankzij shopfloor control vanuit ERP – precies wat de bedoeling is.’ Oreel heeft ook nauwelijks voorraad van ingangsmateriaal. ‘Voor 90 procent geldt: vandaag besteld, morgen bij ons geleverd. Alleen van de meer exotische materialen houden we voorraad aan.’

 

Lees dit artikel in LinkMagazine HIER verder


IJssel vereenvoudigt logistiek BIC

Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven huisvest diverse bedrijven met complexe bedrijfsprocessen die veel tijd zijn met hun interne logistiek. IJssel, een van de bedrijven op BIC, automatiseert en digitaliseert de interne logistiek op de campus. KMWE is de eerste die hier gebruik van maakt.

 

IJssel heeft een speciaal Supply Chain Messaging-pakket ontwikkeld, waardoor alle inkomende en uitgaande goederenstromen sterk worden vereenvoudigd. Op verzoek worden producten van de centrale goederenontvangst naar de voordeur van een van de 20 bedrijven op de BIC gebracht. IJssel realiseert dit Procurement 4.0 samen met partners Rubix en Faes Group. Rubix bevestigt elektronisch wat is geleverd en verzorgt de interne transportmiddelen.

‘KMWE bespaart’

Toeleverancier KMWE is de eerste op de campus die gebruikmaakt van deze vorm van Procurement 4.0. Het bedrijf bespaart daarmee tijd, ruimte en geld, aldus IJssel. “Met deze eerste stap naar Supply Chain 4.0 blijft het afval bovendien bij de voordeur en komen de producten keurig gerubriceerd in het magazijn.”

 

Agv’s

Het intelligente systeem dat IJssel implementeert, zal uiteindelijk een breed scala aan functionaliteiten omvatten. Niet alleen aan- en afvoer door agv’s, maar ook automatische verplaatsing van materialen, gereedschappen, retouren en eindproducten. Zo kunnen productieprocessen volcontinu doorlopen. Op termijn zullen alle BIC-bedrijven gebruik gaan maken van dit gecentraliseerde logistieke systeem, meldt IJssel.

 

‘Smart industry koppelen’

IJssel heeft 500 medewerkers, van ingenieurs en bedrijfskundigen tot technici in dienst. “Zij hebben de kennis en ervaring om innovaties door te voeren, die daadwerkelijk leiden tot productieverbetering en efficiency.” Het bedrijf stelt kennis van Smart Industry te koppelen aan inzicht in de manier waarop de klanten werken.


Zo zorgt grondstoffenbedrijf SUEZ voor aantrekkelijk werkgeverschap

Grondstoffenbedrijf SUEZ verwerkt afvalstromen tot grondstoffen die te hergebruiken zijn voor nieuwe materialen, producten of energie. SUEZ is een internationale organisatie en heeft in Nederland zo’n tweeduizend medewerkers in dienst. Samen met de Regio Logistiek Manager is Logistiek Support Manager Tom de Heus sinds twee jaar verantwoordelijk voor de operatie van vijfhonderd vaste medewerkers en honderd uitzendkrachten.

Waar het een paar jaar geleden tijdens de economische crisis relatief makkelijk was om personeel te vinden, is het verloop op dit moment hoger. Het is een stuk lastiger geworden om goede mensen aan te trekken, vertelt Tom. “Een aantal jaren geleden kozen mensen voor zekerheid, nu grijpen ze eerder de kans om iets anders te gaan doen. En daarom moeten we dezelfde functies steeds opnieuw zien in te vullen. Dat gaat vooral om operationeel personeel; iedereen is op zoek is naar goede chauffeurs of verkoopmedewerkers. We moeten onze creativiteit meer aanboren om (vooral) operationeel personeel aan ons te binden. En dat lukt aardig.”

 

Afval is waardevol

SUEZ is een bedrijf in transitie. Het schuift steeds meer op in de keten en is al lang niet meer alleen een logistiek bedrijf dat afval inzamelt. “We werken aan een duurzame missie: afval is waardevol. Het is niet het einde van iets, maar juist het begin van iets nieuws”, zegt Tom. “Door afval goed te scheiden, kunnen we de grondstoffen die al uit de aarde zijn gehaald steeds weer opnieuw inzetten voor nieuwe materialen en producten. En zo sparen we de aarde. Dat verhaal kun je goed gebruiken bij het werven van medewerkers. Het duurzame aspect spreekt veel mensen aan. Binnen SUEZ zijn we allemaal op onze eigen manier met deze missie bezig. Zeker onze chauffeurs hebben hierbij een belangrijke rol: zij zijn het visitekaartje van ons bedrijf. Dus daar besteden we intern ook veel aandacht aan.”

 

Andere manier van werven

Vanwege de uitdagende arbeidsmarkt zet SUEZ nu ook in op andere manieren van werven, vertelt Tom. “De huidige markt zorgt er voor dat wij op nieuwe manieren gaan werven. Voor het  uitvoerend personeel, maken we veel gebruik van uitzendbureaus, en we leiden zelf ook mensen op om als chauffeur aan de slag te gaan. Verder zijn via social media kandidaten op een simpele en gerichte manier te benaderen; daar maken we nu ook meer dan voorheen gebruik van. En onze HR-collega’s zijn meer bezig met wervingsactiviteiten. Daar ligt voor hun nu de prioriteit. ”

 

Persoonlijkheid

Persoonlijkheid is voor SUEZ leidend bij de werving en selectie. “We zien dat bij ons bedrijf een bepaald type persoon werkt. En dat hoeft dan niet altijd met een specifieke opleiding te zijn, al moet een chauffeur natuurlijk wel een rijbewijs hebben. Wat ook meespeelt is de ‘hire for attitude’-gedachte. Daarmee zeg je dat we iemand aannemen om de persoon die hij/zij is en niet alleen maar vanwege de vaardigheden en kennis. En natuurlijk komt daar de match met de organisatie bij. Daarnaast zien we steeds meer dat mensen een bedrijf zoeken met maatschappelijk nut. En dat past goed bij onze duurzaamheidsgedachte.”

 

Doorgroeien

De vele doorgroeimogelijkheden bij SUEZ hebben een tweeledig effect; ze zorgen voor een goede binding met de medewerkers en bijkomend voordeel is dat daardoor medewerkers langer bij SUEZ blijven werken. “We zijn een grote organisatie, waardoor er aardig wat doorgroeimogelijkheden aanwezig zijn. Chauffeurs kunnen bijvoorbeeld doorgroeien naar locatiemedewerker. Dat geldt ook voor de doorgroei binnen het chauffeursvak. We stimuleren chauffeurs om door te groeien naar mentorchauffeur zodat ze andere chauffeurs kunnen begeleiden. Verder zien we dat medewerkers van de inzameling doorgroeien naar halacceptatie, de weegbrug, planning of als ondersteuning van de teamleider”, aldus Tom.

 

Evenement Mens&werk in de logistiek

Heb jij moeite met het vinden van (kwalitatief goed) personeel? Dan ben je niet de enige. Toch liggen de oplossingen voor het vinden, binden en benutten van logistiek talent dichterbij dan je denkt. Tijdens het evenement Mens&werk in de logistiek op 3 oktober 2019 ontmoet je vakgenoten en experts en ga je samen op zoek naar praktische en direct toepasbare oplossingen voor onder andere de veranderende wetgeving (denk aan WAB en zzp), het werven en behouden van logistiek talent, duurzame inzetbaarheid en het worden van de beste werkgever in de logistiek.

 

Met dank aan evofenedex


Bijna helft logistieke medewerkers niet klaar voor toekomst

Bijna de helft van de medewerkers in de logistiek en supply chain sector is niet klaar voor de toekomst. 40 procent zegt dat in zijn of haar huidige baan onvoldoende ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe technische vaardigheden.

 

Ook wordt er te weinig ruimte geboden voor ‘training on the job’. Meer dan een derde (36 procent) vindt namelijk dat er te weinig trainingen worden aangeboden om de kennis en vaardigheden actueel te houden. Dit blijkt uit het onderzoek Baan van de Toekomst van recruitmentexpert Hays over de toekomst van de logistieke en supply chain sector. Hays ondervroeg 350 medewerkers uit de logistiek naar hun verwachtingen voor 2030.

Er is ook naar de huidige kennis en ontwikkelmogelijkheden gekeken. Meer dan de helft (52 procent) van de medewerkers zegt dat zijn of haar kennis over technologische ontwikkelingen in de sector nu niet up to date is. Terwijl ontwikkelmogelijkheden beperkt zijn, is zeker 90 procent van de ondervraagden van mening dat continue bijscholing van essentieel belang is om in de sector inzetbaar te blijven. Artificial intelligence (AI) en big data vormen in 2030 de basis voor iedere beslissing die in de sector gemaakt wordt, volgens 64 procent van de ondervraagden. De sector staat voor de uitdaging om geschikte professionals te vinden passend bij de toenemende vraag en verdere automatisering.

 

Krimp en groei

Uit het onderzoek blijkt ook dat de omvang van de logistieke en supply chain sector groot is, bijna één op de 10 werkende Nederlanders werkt in deze sector. Daarvan denkt twee derde dat 10 tot 30 procent van de huidige banen in 2030 verdwenen is door onder andere digitalisering, automatisering en robots. Toch denkt 50 procent dat deze ontwikkelingen ook voor nieuwe banen en mogelijkheden zullen zorgen. Dit betreft vooral senior profielen en middel management posities. De planners van nu zijn in de toekomst high tech data experts, zij verbinden mensen met logistieke data en nemen proactief besluiten. Mensen zijn nodig om controles uit te voeren op transportsystemen die het proces automatiseren. Daarnaast zijn mensen nodig als de technologie faalt of als wensen van de klant buiten de capaciteiten van de machines vallen.

 

Business Line Manager Experts, Hays Nederland, Sergio Koosman: "Duurzaam ontwikkelen van personeel om aansluiting te houden bij de logistiek in de toekomst is ontzettend belangrijk. Zoals terug te zien is in het onderzoek, is het besef er al wel. Echter, nu is het tijd actie te ondernemen door het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden. Dit is in veel vormen denkbaar, zoals ‘training on the job’, maar ook samenwerkingen met hogescholen en universiteiten. Voor veel bedrijven is dit heel belangrijk, maar het blijkt toch lastig te zijn. We zien dat het gemiddelde opleidingsniveau stijgt door onder andere automatisering, modernisering en een verschuiving van bijvoorbeeld vervoerskennis naar management skills. Daarnaast neemt alles wat we niet kunnen digitaliseren toe in waarde. Dit zijn dus werkzaamheden die afhankelijk zijn van menselijke vaardigheden. Wanneer het juiste talent gevonden en opgeleid wordt, kunnen enorm veel kansen in de logistieke en supply chain sector benut worden."

 

Met dank aan Managers online


Een systeem-aanpak voor de duurzame Industrie

The TKI Energie en Industrie presenteert haar rapport over de noodzaak van systeem analyse ter ondersteuning van de energietransitie in de industriële sector. Om de afspraken die gemaakt zijn tijdens de klimaattop in Parijs na te kunnen komen wordt het vermogen om de industrie te de-carboniseren gezien als een hoeksteen voor dit proces.

Het de-carboniseren van de industrie is echter niet een op zichzelf staand proces, het vergt veranderingen in het gehele systeem. Dit rapport brengt in kaart hoe de industriële sector kan transformeren en welke impact dit heeft op logistiek, materialen en energie. De transformatie van de industrie in de energietransitie vraagt om een gecoördineerde en samenhangende aanpak op het systeemniveau. Dit rapport beoogt inzicht te krijgen in de behoefte aan wetenschappelijke en systeemanalyse ter ondersteuning van de energietransitie van de industrie.

 

 

Download
20190821 systeem-aanpak voor de duurzame
Adobe Acrobat document 1.8 MB

ECT en Portbase starten samen met iShare pilot over containerdata

Hutchison Ports ECT Rotterdam (ECT) en Portbase zijn samen met iShare gestart met een pilot over het veilig delen van containerdata. Met behulp van iSHARE wordt binnen logistieke ketens veilig data gedeeld zonder dat partijen een directe relatie met elkaar hebben. De verladers Nature’s Pride en Total Produce werken mee aan deze pilot. Het doel van de pilot is dat ECT containerdata eerder en veilig levert.

In de pilot maakt ECT gebruik van data uit het systeem van Portbase. Zodra de eigenaar van een container toestemming geeft, deelt Portbase informatie over de container met de terminal. ECT deelt de informatie automatisch met de verladers. iShare zorgt voor het verlenen van toestemming en voor veilige identificatie.

 

Als verladers zo snel mogelijk de status weten van hun container tijdens het losproces op de terminal, kunnen verladers hun planning en processen verder optimaliseren. Voor verladers die versproducten verladen is de status van de container bepalend voor het moment waarop de goederen op de markt komen.

 

De resultaten van de pilot zijn na de zomer bekend. ECT evalueert dan of de pilot leidt tot een definitieve wijziging op het gebied van data delen.


Column Service Logistiek in Technisch Weekblad

Met service logistiek wordt de gehele logistieke inspanningen en service, na het leveren van een product tot aan het einde van de levenscyclus, bedoeld. Dat zijn alle operationele activiteiten, inclusief behandeling en inzet van mensen, middelen en materialen die nodig zijn om de assets effectief in te zetten.

 

Daarover schreef NVDO Verenigings Manager Ellen den Broeder een column in Technisch Weekblad.

 

Je leest het HIER.

Download
20190710 Column Service Logistiek.pdf
Adobe Acrobat document 97.7 KB

Hardt Hyperloop wil opschalen met Europees testcentrum

Een grote buis waarin een capsule vacuüm getrokken wordt en hoge snelheden haalt: dat is het idee achter de Hyperloop. De innovatie moet vluchten over een korte afstand overbodig maken. Het Nederlandse Hardt Hyperloop is één van de bedrijven die aan een hyperloop werkt. Hardt breidt nu verder uit met een Europees testcentrum.

 

In Delft heeft Hardt nu nog de beschikking over een buis van 30 meter lang en een buitendiameter van 3,2 meter. In de buis kunnen systemen op lage snelheid getest worden; uiteindelijk moet de hyperloop ongeveer 1.000 kilometer per uur kunnen afleggen.

De afgelopen twee jaar voerde het team van Hardt Hyperloop in Delft haalbaarheidstesten uit om te onderzoeken of het systeem kans van slagen heeft. In de buis werd onder andere een systeem getest waarbij de capsules in de buis van baan kunnen wisselen zonder snelheid te verliezen.

 

“Na 2 jaar ontwikkeling en hard werken zijn we de eerste in Europa die een volledig functioneel hyperloopsysteem hebben neergezet, inclusief een nog nooit eerder aangetoonde technologie voor het wisselen van banen op hoge snelheid. Met name door deze technologie kunnen wij het hyperloopnetwerk realiseren in de nabije toekomst,” zegt Mars Geuze, CCO van Hardt Hyperloop. Het bedrijf wordt onder andere ondersteund door het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en EIT InnoEnergy, een Europese organisatie die zich inzet voor innovaties in duurzame energie.

 

Na de eerste testfase wordt het project nu verder opgeschaald. In een buis van 3 kilometer moeten de voertuigen van Europese hyperloopbedrijven op hoge snelheid getest kunnen worden. In de buis moet een Europese standaard voor hyperloop-technologie ontwikkeld gaan worden. Waar de buis komt, is nog onduidelijk.

 


Supply chain optimalisatie: digitalisering en integratie van douanemanagement

 

In dit digitale tijdperk staan bedrijven onder druk om hun internationale supply chains te moderniseren. In de kosten snijden, de concurrentie voor blijven en tegemoetkomen aan de toenemende eisen van klanten: dat zijn de belangrijkste uitdagingen. Wat is de beste strategie? René Wijnants, Sales Manager, AEB Nederland, geeft antwoord in dit artikel van managersonline.

Startpunt digitalisering
Verladers uit alle sectoren streven naar lagere supply chain kosten, grotere transparantie en snellere doorlooptijden door inzet van automatisering. Het terrein van douanemanagement is een voor de hand liggend startpunt van digitalisering. Denk aan de vele wet- en regelgeving, de vele standaard processen en alle administratieve taken.

 
Maar terwijl verschillende disciplines en sectoren inmiddels de vruchten van digitalisering plukken, staan bedrijven nog steeds terughoudend tegenover digitalisering van internationale handelsprocessen. Nu de druk om te digitaliseren stijgt en de globalisering in de handel weer toeneemt, worstelen veel bedrijven met het formuleren van de juiste douanestrategie.
 
Dynamiek internationale handel
Deze uitdaging wordt alleen maar groter door de enorme dynamiek in internationale handel – denk aan de escalerende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China en de aanhoudende onzekerheid rondom de Brexit. Maar vergeet niet dat internationale handel onlosmakelijk verbonden is met verandering. De leiders van vandaag moeten zich realiseren dat ze met de juiste digitale aanpak geld verdienen en waarde creëren – juist nu de veranderingen op dit terrein groter zijn dan ooit.

 

Lees HIER verder


Slimme afvallogistiek halveert transportbewegingen en dringt CO2-uitstoot terug

Naar aanleiding van de door de Topsector Logistiek gesteunde pilot ‘Logistiek Slim Samenwerken’ is in Amsterdam Zuidoost de eerste stap naar volledig CO2-neutraal afvaltransport gezet. SUEZ en Renewi slaagden er onder leiding van TNO en de Hogeschool van Amsterdam in om een deel van het afval in Zuidoost duurzamer te transporteren.

 

Zo ontwikkelden zij een efficiënt inzamelsysteem om er onder andere voor te zorgen dat organisch afval lokaal gerecycled kan worden en transport door middel van een elektrische bakwagen vervoerd kan worden. Dankzij deze pilot lukt het SUEZ en Renewi transportbewegingen ruimschoots te halveren en de CO2-uitstoot flink terug te dringen.

Minder transportbewegingen

De pilot is een initiatief van een aantal voorname organisaties in Amsterdam Zuidoost die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. In de pilot werd onderzocht hoe transportbewegingen teruggedrongen kunnen worden door gescheiden afvalstromen gebundeld in te zamelen Tijdens deze pilot heeft afvalverwerker SUEZ al het organisch afval, olie en vetten, glas en koffiebekers met een speciaal ingezette elektrische bakwagen ingezameld. Renewi nam het transport van papier en karton voor haar rekening met de EURO 6 kraakperswagen, de meeste duurzame transportvariant van dit moment. Door de samenwerking brachten deze twee ‘concurrenten’ het aantal transportkilometers voor de bovengenoemde afvalstromen terug van 51.000 naar 16.700 km en is de CO2-uitstoot van 15,9 ton per jaar naar nul gereduceerd. De resultaten van de papier- en kartonroute volgen snel.

 

Gescheiden afvalstromen aanmelden

Bij de pilot zijn de klanten van SUEZ en Renewi nauw betrokken. Via de door TNO ontwikkelde app CoMyCo (‘collect my container’) gaven zij per afvalstroom dagelijks aan hoeveel afval zij hadden. Ook werd de beladingsgraad van de vrachtwagens bijgehouden: ongeveer een kwart van de ruimte bleef onbenut. De volgende stap is om organisaties in de toekomst standaard de hoeveelheid afval per afvalstroom door te laten geven. Zo kunnen afvalbedrijven veel makkelijker een efficiënte route langs de deelnemende partijen uitvoeren. Niet meer op een vaste dag, maar pas wanneer de containers vol zijn. Dit vermindert geluidsoverlast en verkeersbewegingen, zeker in grote steden waar het steeds drukker en voller wordt.


De orderverzameltruck zorgt voor robotisering in het magazijn

Anders dan fabrieken met hun robots en andere productieautomaten lijken magazijnen ‘low-tech’, maar dat beeld is aan het veranderen. Met de komst van orderverzameltrucks in de leveringsprogramma’s van de heftruckindustrie komt robotisering het magazijn in.

 

Geautomatiseerde opslag- en transportsystemen voor magazijnen bestaan al sinds de jaren zeventig. Pallets met producten konden worden opgeslagen in hoge stellingen met behulp van kranen zonder bemanning, en een decennium later vonden dozen en kratten hun weg over geautomatiseerde transport- en sorteerbanen. Menig ondernemer kreeg visioenen van volledige automatisering, maar zo hard liep dat niet. Op vakbeurzen voor magazijntechniek is te zien dat er voorlopig meer te doen is over ‘cobots’, robots die samenwerken met de magazijnmedewerkers. Voorbeelden daarvan zijn de orderpicktrucks die de magazijnmedewerker als een trouw hondje volgen. Die medewerker hoeft dan niet steeds naar het voertuig te lopen om een paar meter verder te rijden. De meeste merken van magazijnvoertuigen hebben die techniek in huis, waarbij het ene merk meer dan het andere van de truck een robot maakt.

Effect

TNO Arbeid, Erasmus Universiteit Material Handling Forum, Fontys Hogescholen en Stichting Logistica hebben elkaar gevonden in ‘Mens en robot in het magazijn’, een project waarin studenten afstudeeronderzoek doen naar het effect van robotisering op medewerkers. Het werken met automatisch volgende orderpicktrucks is een van de onderzoeksonderwerpen, met de vraag of het werk oplevert dat uitdagend genoeg is en enige verantwoordelijkheid voor de medewerkers oplevert. In een experimenteel magazijn vergelijken de onderzoekers het verzamelen met behulp van een aan de hand meegevoerde verzamelkar met het orderverzamelen met een cobot, in dit onderzoek een automatisch voertuig dat op basis van magazijnsoftware de route bepaalt en een andere automatische truck die de verzamelende medewerker volgt. Deze medewerker krijgt zijn opdrachten via een headset of draagbare terminal.

 

Verantwoordelijkheid

Medewerkers waarderen het werken met deze met de mens samenwerkende robotvoertuigen, zo bleek op een presentatie van het Material Handling Forum. De magazijnmedewerkers behielden de verantwoordelijkheid over de uitvoering van hun werk, maar hoefden minder meters te lopen.

 

Dit artikel is eerder verschenen in evofenedex magazine en geschreven door Ed Coenen


Tilburg-Waalwijk nu Logistieke Hotspot nr. 1 van Nederland

Dertien jaar heeft Tilburg-Waalwijk er op moeten wachten maar eindelijk is onze regio uitgeroepen tot Logistieke Hotspot van het Jaar. In een enquête – een initiatief van Logistiek.nl - gaf een panel logistieke experts Tilburg-Waalwijk de meeste stemmen.

 

Tilburg-Waalwijk dankt de titel van Logistieke Hotspot van het Jaar aan het feit dat het panel de regio de hoogste waardering toekende op de criteria beschikbaarheid voldoende personeel  en de medewerking van de overheid-gemeente bij het faciliteren van nieuwe logistieke bedrijvigheid. Met name voor dit laatste criterium oogstte Tilburg-Waalwijk de meeste lof.

 

"De top-3 is een close call, maar Tilburg staat absoluut op 1 met haar aanpak," zegt een van de panelleden in zijn commentaar op dit criterium. Op het criterium beschikbaarheid van bouwgrond en panden moet Tilburg-Waalwijk een snaar laten. Almere-Lelystad-Zeewolde, West-Brabant en Venlo-Venray doen het op dit gebied beter dan de Midden-Brabantse regio.

Naast deze drie criteria hebben de panelleden in de hotspot enquête ook hun voorkeursstemmen gegeven aan criteria als: motivatie personeel, beschikbaarheid infrastructuur, bereikbaarheid van de logistieke hotspot, de mate van nationale e-fulfilment, crossborder e-fulfilment en welke hotspot is vooral geschikt voor nationale distributie-activiteiten. Op al deze criteria kreeg Venlo-Venray nipt de meeste voorkeursstemmen voor Tilburg-Waalwijk, dat op basis van alle criteria uiteindelijk toch de meeste stemmen behaalde, waarmee deze regio voor het eerst sinds de start van de verkiezing in 2006 de felbegeerde titel te pakken heeft van Logistieke Hotspot nummer 1 van Nederland.

 

Berend de Vries, wethouder economische zaken van Tilburg, zegt in een eerste reactie dat het winnen van de prijs Logistieke Hotspot van het Jaar een erkenning is van de inzet en investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan. "Logistiek is innovatieve topsport en vraagt om goede bereikbaarheid via weg, water en spoor. We investeren fors in de havens van Tilburg en Waalwijk en met de gerealiseerde treinverbinding met China is onze regio optimaal bereikbaar."

 

De Vries zijn collega in Waalwijk, Ronald Bakker, benadrukt vooral het feit dat de jarenlange inzet en investeringen niet onopgemerkt zijn gebleven binnen de logistieke sector. "Dat heeft voor ons een grote meerwaarde. Samen met onze partners uit onderwijs en bedrijfsleven werken wij immers dagelijks aan een excellent ondernemersklimaat voor de logistiek en pakken wij ook de problemen aan. Daarom lopen wij in de regio ook voorop in het realiseren van kwalitatief goede, grootschalige, huisvesting van short stay arbeidsmigranten, om daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan de behoefte aan personeel."

 

Wil Versteijnen, CEO GVT Group of Logistics, die zich al jaren opwerpt als ambassadeur van Tilburg-Waalwijk, zegt trots te zijn dat hij aan de wieg heeft gestaan van deze regio, waar het gaat om de logistieke ontwikkelingen. "Het is mooi om te zien hoe een samenwerking uit kan groeien tot een top regio. We hebben als GVT samen met overheden en de gemeente Tilburg de afgelopen jaren diverse mijlpalen gerealiseerd, denk aan de eerste barge terminal in 1998, de railterminal in 2010 en de opzet van het Huis van de Logistiek."

 

Ook stelt Versteijnen dat de regio voor de haven van Rotterdam ondertussen de belangrijkste corridor is geworden voor de binnenvaart. "En ook per spoor hebben wij sinds kort unieke verbindingen met China en Polen. Deze positie leidt ertoe dat 90 procent van de containers, welke aan en afgevoerd worden per spoor of binnenvaart, direct in onze regio worden gelost of geladen. Dit trekt dan weer Europese distributiecentra (EDC) aan die zich landen in de regio Tilburg–Waalwijk."

 

Twan van Lankveld van Midpoint Brabant Smart Logistics, is verheugd om te zien dat alle regionale inspanningen van de afgelopen jaren hebben geleid tot dit mooie resultaat. Maar hij kijkt ook vooruit en stelt dat het logistieke programma van Midpoint Brabant vooral zal gaan liggen op ‘Smart Logistics’: niet meer, maar slimmer. "Meer doen met dezelfde mensen en middelen om duurzame groei beter te kunnen faciliteren. Of het nu gaat over dataficering, dat zijn intrede heeft gedaan in alle sectoren, zo ook in logistieke ketens, of over slimme inzet van mensen en kennis."

 

Volgens Van Lankveld wordt hier de komende jaren concrete invulling aan gegeven met onder andere een data-programma in de logistiek (DALI). "Daarnaast zoeken we vernieuwing ook via startups (Pitch Logistics) en studenten in nauwe samenwerking met de Brabantse kennisinstellingen via de Logistieke Community Brabant (LCB)."

 

Bron: website Tilburgers

 


Boeing bouwt vier Orca-achtige robotonderzeeërs Boeing gaat voor de Amerikaanse marine vier robotachtige onderzeeërs bouwen. Deze grote, onbemande onderwatervaartuigen, zoals Boeing ze zelf noemt, hebben elk een lengte van 15,5 m en worden samen met Huntington Ingalls Industries gebouwd.

Met eigen autonome navigatiesystemen en een brandstofmodule voor 6.500 nautische mijlen (12.038 km) kunnen de vaartuigen volledig zelfstandig opereren.

Onbemande onderwatervaartuigen worden al geruime tijd ingezet en zien we steeds vaker terugkomen in marine operaties én civiele scheepvaart. Deze vaartuigen waren tot nu toe veelal bescheiden van omvang. Bovendien was de inzet beperkt in tijd en vaak gebonden aan een 'gastvaartuig'. Echt diepe en langdurige onderwateroperaties waren dan ook voorbehouden aan de grote, bemande onderzeeërs. Met de Orca's onderstreept de Amerikaanse marine het groeiende belang van robotonderzeeërs voor de marinevloot.

 

De Orca wordt dieselelektrisch aangedreven en kan onder andere worden ingezet voor uiteenlopende contra-acties, zoals het ruimen van mijnen, concrete oorlogshandelingen en verschillende andere toepassingen. Het onderzee-vaartuig heeft een open architectuur, is modulaire van opzet en heeft een 10,4 m lang laadoppervlak en een volume van 56,6 m³.

 

In tegenstelling tot veel andere onbemande vaartuigen kan de Orca volledig zelfstandig opereren en heeft dan ook geen ander schip nodig om te water te worden gelaten, te worden opgepikt of als ondersteuning. De begeleiding en besturing, navigatie, omgevingsregistratie, communicatie, stroomvoorziening, voortstuwing, het uitvoeren van manoeuvres en sensorsystemen - alles kan door het vaartuig autonoom worden uitgevoerd. Daarmee kan de Orca maanden onder water blijven als dat nodig mocht zijn.

 


Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Digitalisering supply chain blijft vaak in pilotfase

Van de Nederlandse organisaties geeft 54% prioriteit aan digitalisering van de toeleveringsketen. Samen met het Verenigd Koninkrijk en Italië, staat Nederland bovenaan wat betreft deze prioriteit. Het gemiddelde wereldwijd ligt namelijk op 50%. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van het Capgemini Research Institute, “The digital supply chain’s missing link: focus”. Ondanks deze grote ambitie, lukt het de meeste Nederlandse bedrijven (78%) niet om initiatieven op dit gebied op te schalen.

 

Kostenbesparing belangrijkste doelstelling

De grootste drijfveer voor Nederlandse organisaties om de supply chain te digitaliseren, is kostenbesparing (86%). Dit wordt gevolgd door omzetverhoging (63%) en ondersteuning van nieuwe businessmodellen (55%).`Het enthousiasme om de supply chain te digitaliseren, kan verklaard worden door het vooruitzicht op het rendement op de investering (ROI). Uit het onderzoek blijkt dat de ROI voor automation in de toeleveringsketen en inkoop gemiddeld 18% bedraagt. Ter vergelijking: dit is meer dan initiatieven voor Human Resources (15%), Informatietechnologie (14%) en Customer Service (13%). De gemiddelde terugverdientijd voor automation van de toeleveringsketen is 12 maanden.

Opschalen van pilots blijft lastig
De onderzochte organisaties hebben gemiddeld 29 digitale supply chain projecten als idee, proof-of-concept of pilot. Slechts 22% van de Nederlandse organisaties slaagt erin om één van die initiatieven op te schalen. Dit is altijd nog meer dan het gemiddelde wereldwijd (14%). Van degenen bij wie opschaling wel lukt, geeft 94% aan dat hun inspanningen direct hebben geleid tot een hogere omzet.

 

Een reden voor het achterblijven van opschalen, is mogelijk de procedures die organisaties handhaven. De overgrote meederheid van bedrijven die hun initiatieven succesvol hebben opgeschaald, gaf aan een duidelijke procedure te hebben om deze initiatieven te evalueren (87%). Dit percentage is beduidend lager bij overige bedrijven (24%).

 

Met dank aan Dutchitchannel


Rotterdam wil uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa

In de periode tot juli 2022 veranderen 12 hectare bedrijfsterrein en 1.155 meter kade aan de Waalhaven van gebruiker. Daarnaast renoveert het Havenbedrijf Rotterdam de terreinen en haveninfrastructuur gerenoveerd. Met dit vernuftige doorschuifplan moet Rotterdam uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa.

“Met deze zorgvuldig voorbereide operatie laten we zien dat we de breakbulksector in Rotterdam ruim baan geven”, aldus Emile Hoogsteden, directeur Containers, Breakbulk en Logistiek van Havenbedrijf Rotterdam. “Het gaat dan met name om heavy lift, projectlading, staal en non ferro metalen. Rotterdam is al goed gepositioneerd vanwege de unieke ligging, de verbinding met de containerlogistiek en het toenemend aantal lijndiensten voor stukgoed en zware lading. De investering die we samen met deze bedrijven gaan doen, zal nog eens een extra stimulans vormen om Rotterdam tot dé breakbulk hub van Europa te maken.”

 

De herontwikkeling gaat van start nadat empty depot MRS van de Waalhaven naar het shortsea cluster in de Eemhaven is verhuisd. Samen met een zevental doorschuifoperaties krijgen vier gerenommeerde breakbulkbedrijven ruimte om zich te moderniseren en volop verder door te ontwikkelen.

 

Vier breakbulkbedrijven

De vier breakbulkbedrijven zijn Metaal Transport (non ferro metalen en staal), Broekman Logistics (heavy lift, projectlading en offshore), J.C. Meijers (multi purpose terminal) en RHB Stevedoring & Warehousing (specialist heavy lift en projectlading). Met deze partijen heeft het havenbedrijf diverse uitgifte-overeenkomsten en intentieverklaringen ondertekend. “Momenteel hebben we een vestiging aan de Heijplaatweg en aan de Waalhaven Noordzijde”, aldus Willem-Jan de Geus, directeur Metaal Transport. “Daarnaast huren we al jaren diverse loodsen in het gehele havengebied om aan de vraag te kunnen voldoen. Met het nieuwe stuk terrein van 90.000 vierkante meter aan de Droogdokweg, kunnen we concentreren en veel efficiënter opereren.” Metaal Transport handhaaft de locatie Heijplaatweg, inclusief kantoor, en realiseert op de nieuwe locatie een loods van 25.000 vierkante meter.

 

Met dank aan Maritiem Nederland


Artificial intelligence oplossing voor hele retail keten

Ahold Delhaize gaat samen met de TU Delft, RoboValley en YES!Delft nieuwe toepassingen van robotica verkennen in de retail sector. Zij doen dit in het Artificial intelligence for Retail (AIR)Lab Delft. De samenwerking zal bestaan uit een onderzoeksprogramma naar oplossingen voor de hele retail keten, van magazijn en winkel tot klant. Daarnaast zal er een test site komen in RoboValley, waar onderzoekers met partners, studenten en start-ups robotprototypes kunnen bouwen en testen.

 

Aan de TU Delft werken onderzoekers aan een nieuwe generatie robots die ze leren om te gaan met de onvoorspelbaarheid van de ‘echte wereld’. Er liggen grote uitdagingen om robots en mensen effectief en veilig met elkaar te laten samenwerken in een ongestructureerde omgeving. In deze robots komen veel verschillende wetenschappelijke disciplines bij elkaar, zoals mechatronica, ‘control’ en kunstmatige intelligentie, maar ook mens-machine interactie, ethiek en veiligheidstechologie.

 

Professor Martijn Wisse, directeur van het TU Delft Robotics Institute, en principal investigator van AIRLab Delft: “Binnen AIRLab Delft zullen wetenschappers bijvoorbeeld onderzoeken hoe je een robot kunt leren om wisselende taken te verrichten, en zullen zij methoden ontwikkelen om de bewegingen en coördinatie van robots en bezorgwagens te optimaliseren. Door deze nieuwe samenwerking met Ahold Delhaize kunnen wij problemen in ons dagelijks leven bestuderen via fundamentele vraagstukken in de robotica, zoals hoe een robot leert en zich veilig beweegt in een onvoorspelbare omgeving, hoe een robot veilig beweegt in een omgeving met mensen, en hoe je effectieve en efficiënte routes kunt plannen voor ‘last-mile delivery’”.

Frans Muller, bestuursvoorzitter en CEO van Ahold Delhaize: “De snelle vooruitgang op het gebied van kunstmatige intelligentie en robotica maakt het doen van de dagelijkse boodschappen nog makkelijker voor onze klanten, en biedt nieuwe oplossingen voor onze magazijnen, distributiecentra en last-mile bezorging. Door samen te werken met partners als de TU Delft kunnen Ahold Delhaize en AIRLab onze technologische samenleving op een verantwoordelijke manier mede vormgeven. Het helpt ons koploper te worden in onderzoek en ontwikkeling van AI in de retail sector, en vaardigheden te ontwikkelen die schaalbaar zijn naar de hele Ahold Delhaize groep.”

 

AIRLab

Het AI for Retail (AIR)Lab is deel van ICAI – een open samenwerkingsverband van kennisinstellingen dat gericht is op AI-innovatie door middel van publiek-private samenwerkingen, gehuisvest op Amsterdam Science Park. ICAI is opgebouwd rondom industrie-labs, meerjarige samenwerkingen tussen academische en industriële partners gericht op technologie- en talentontwikkeling. Naast het AIRLab Amsterdam voor onderzoek naar maatschappelijk verantwoorde algoritmes en transparante AI-technologie, wordt nu in Delft een AIRLab opgericht op het gebied van robotica.

 

Met dank aan LinK


Beroepen in transitie door digitalisering

Bij verandering door digitalisering denkt men te vaak nog aan toekomstige beroepen. Het gebeurt echter nu al; digitalisering raakt mensen nu in hun werk en heeft beroepen al veel veranderd. Met de film “Beroepen in transitie” brengen de Topsectoren dit in beeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aad Veenman, boegbeeld Topsector Logistiek: “Digitalisering heeft niet alleen een grote invloed op het werk van mensen maar je kan je bijna ook geen gebied voorstellen waarbij de invloed niet groot is. Ik zie potentie om met de juiste aandacht zoveel mensen mee krijgen in het werken van de toekomst en alles wat dat vraagt. Belangrijk hierbij is dat men zich bewust wordt van de veranderingen, dat men zich gaat verbeelden wat het voor mensen betekent en dat we op zoek gaan naar werkvormen om mensen in staat te stellen een leven lang te leren en te ontwikkelen.”

Arbeidsmarktonderzoek

Wereldwijd maken ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en vergrijzing dat we opnieuw moeten nadenken over de organisatie van onze samenleving. Voor de opzet en uitvoering van effectief beleid op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt is kennis nodig van de cijfers over alle topsectoren heen. Nederland ICT laat op dit moment samen met de Topsectoren onderzoek uitvoeren door Berenschot en CenterData naar de impact van digitalisering op de arbeidsmarkt van de topsectoren.


Van Onderhoud naar Asset Management

Alweer 55 jaar brengt de NVDO het thema Onderhoud van een diversiteit aan grote en kleine bedrijven onder de maatschappelijke aandacht. Want, onderhoud betekent niet alleen behoud van machine en dergelijke, maar ook van onze levensstijl.

 

 

Dat zegt Bas Kimpel in een interview dat hij gaf aan vakblad EuropoortKringen. Kimpel is, anders dan het artikel suggereert, NVDO Voorzitter en geen directeur van Europa’s grootste branchevereniging in haar soort.

 

Je leest het artikel HIER


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB