Bijenkorf-DC in Tilburg live met pocket sorter van Vanderlande

Het vergde enige aanlooptijd, maar de pocket sorter in het omnichannel distributiecentrum van de Bijenkorf in Tilburg is nu officieel volledig operationeel. Het systeem, dat Vanderlande installeerde, ondersteunt het warenhuisconcern bij het versneld verwerken van business-to-consumer bestellingen; business-to-business bestellingen met ‘fast movers’ en e-commerce-retouren.

 

Bijenkorf-DC in Tilburg live met pocket sorter van Vanderlande 

Vorig jaar augustus nam De Bijenkorf samen met logistiek dienstverlener Ingram Micro het nieuwe omnichannel distributiecentrum in Tilburg in gebruik. Destijds werd al aangekondigd dat de warenhuisketen op het punt stond om te starten met de installatie van een pocket sorter systeem in de magazijnoperatie, waarover Ingram Micro de scepter zwaait.

Grootste pocket sorter in Nederland

Vanderlande heeft het afgelopen jaar uitgetrokken voor de installatie van dit systeem, de Airtrax Pocket. De system integrator laat weten dat dit het eerste grootschalige pocket sorter systeem in zijn soort is voor Nederland. De omni-channel oplossing is nu volledig operationeel. De sorter beschikt over een sorteercapaciteit van 8.000 artikelen per uur en kan zowel e-commerce, multi-item als retailorders verwerken.

 

Capaciteit van 48.000 zakken

De pocket sorter in het DC van de Bijenkorf beschikt over in totaal 48.000 zakken. Met dit systeem kan Ingram Micro in Tilburg voor de Bijenkorf ongeveer 95 procent van haar 210.000 SKU’s afhandelen.

 

Bijenkorf: warehouse activiteiten op één locatie

De investering in dit material handling systeem vloeit voor uit het feit dat de Bijenkorf – na een reorganisatie – een aantal jaren geleden besloot om al zijn warehouse-activteiten op een centrale locatie onder te brengen in Tilburg. Dit DC van 32.000 vierkante meter is de spil in de omnichannel strategie van de Bijenkorf.  Wat inhoudt dat vanuit Tilburg niet alleen de zeven warenhuizen in Nederland worden bevoorraad, maar ook de online bestellingen van consumenten uit Duitsland, Luxemburg, België, Frankrijk en Oostenrijk.

 

Verkorten doorloop- en transporttijden

Maxim Hurkmans, Business Unit Director van Ingram Micro, heeft hoge verwachtingen van de pocket sorter: “We wisten dat de oplossing een integraal onderdeel zou worden van ons omnichannel magazijn vanwege het vermogen om doorloop- en transporttijden te verkorten en onze voorraadverwerking te verbeteren.”


Maintenance Webinar "Het bepalen van economisch optimale Onderhoudsintervallen"

Het is belangrijk de optimale mix te vinden tussen de hoeveelheid preventief onderhoud en storingen. Daarbij is het cruciaal de juiste onderhoudsacties te bepalen en deze met de juiste frequentie uit te voeren. Een goed preventief onderhoudsplan bestaat uit een mix van periodieke revisies of vervanging van componenten, inspecties en functietests. Deze soorten preventief onderhoud hebben allemaal een eigen manier om te bepalen wat het optimale onderhoudsinterval is.

 

Tijdens het webinar op 7 april behandelen we een aantal onderwerpen;

De theoretische achtergronden van het bepalen van het economisch optimale interval voor:

  • Gebruiksduurafhankelijk onderhoud
  • Conditiebewaking
  • Functietests
  • Hoe vertaal je deze theorie naar de praktijk?
  • Wat kan je doen als je bijvoorbeeld onvoldoende data hebt voor een goede analyse?

Spreker: Martin van den Hout

Na zijn studie tot werktuigbouwkundig ingenieur aan de Technische Universiteit Eindhoven werkte Martin vijf jaar bij Fuji Photo & Film, waar hij de Japanse aanpak van onderhoudsmanagement leerde. Daarna was hij zes jaar Manager Maintenance & Engineering bij een vestiging van BP, waar hij de Angelsaksische aanpak combineerde met de Japanse. Vandaag is Martin senior managing consultant bij Agidens, waar hij verantwoordelijk is voor de groep Maintenance, Reliability en Asset Management, en leiding geeft aan een groep reliability engineers en maintenance consultants die klanten in Nederland en België helpen met verbeterprojecten en dagelijkse ondersteuning. Martin is NVDO-docent Operational Excellence en een bekend gezicht als spreker op conferenties en schrijver van artikelen, en mede ontwikkelaar van het Lean Asset Management Program (LAMP).

 

Deelname is gratis en iedereen is welkom. REGISTRATIE


Distripark Maasvlakte West zo goed als vol

Het Distripark Maasvlakte West is binnen anderhalf jaar tijd zo goed als uitgegeven. Het Havenbedrijf Rotterdam meldt dat nog 5,5 van de in totaal 78 hectare beschikbaar is.

 

In juni 2019 tekende Busan Port Authority als eerste een contract voor een terrein van 5 hectare op Distripark Maasvlakte West. Daarop volgde in januari dit jaar DHG voor 30 hectare. Het havenbedrijf heeft deze week bekendgemaakt dat ook met Dudok Groep en Rokus Vastgoed een overeenkomst is gesloten voor de bouw van een warehousecomplex van 8,5 hectare.

Conventionele goederen

De bouw van het warehousecomplex is gestart en zal waarschijnlijk in juli komend jaar zijn afgerond. Er zullen conventionele goederen worden opgeslagen. 80 procent van het 50.000 vierkante meter grote terrein is vergeven aan de logistieke dienstverleners LV Shipping (20 procent), Barsan Global Logistics (40 procent) en een derde partij (20 procent).

 

Distripark Maasvlakte West

Met de bouw van dit warehousecomplex is het Distripark Maasvlakte West zo goed als uitgegeven. Er is nog 5,5 hectare beschikbaar. Het Havenbedrijf Rotterdam zegt daarvoor in ‘vergevorderde gesprekken’ met gegadigden te zijn. Niet alle ruimte op het terrein is beschikbaar voor logistieke bedrijven. 20 hectare op het distripark is gereserveerd voor de bouw van een waterstoffabriek en een terrein van 9 hectare is voorbehouden voor port services.

 

Met dank aan EuropoortKringen


Toegevoegde waarde logistiek vastgoed naar bijna 31 miljard euro

De toegevoegde waarde van de logistieke vastgoedsector is de afgelopen vijf jaar enorm gegroeid. De landschappelijke impact is daarentegen zeer beperkt. Zelfs in logistieke hotspots als Venlo bedraagt het grondgebruik van logistiek vastgoed maar 2,3 procent.

Tegenwicht in verdozingdiscussie

Met het onderzoek van Buck wil Prologis naar eigen zeggen ‘een op feiten gebaseerd debat als tegenwicht tegen de huidige op aannames en op emotie gestoelde discussie‘. Tot grote onvrede van de logistiek vastgoedsector bestempelden de drie Rijksadviseurs in het College van Rijksadviseurs in een adviesrapport logistiek vorig jaar als een niet-duurzame sector zonder toegevoegde waarde, waar dozenschuivers het landschap vervuilen, verkeerscongestie veroorzaken en laagopgeleide arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden moeten werken.

 

Impact op het landschap

De feiten die René Buck in zijn marktonderzoek boven tafel kreeg, wijzen grotendeels anders uit. “Het klopt niet dat dc’s als paddenstoelen de grond uit schieten. Het aantal mega-dc’s is tussen 2015 en 2020 weliswaar verdubbeld van dertig naar zestig. Maar slechts één op de vier XXL-distributiecentra landt in Nederland, de rest komt in Duitsland en België terecht”, beweerde Buck vorige week tijdens de paneldiscussie waar ook Dirk Sosef, Vice President Research and Strategy, Sander Breugelmans, Regional Head Northern Europe van Prologis en Ronald Bakker, wethouder sociale en economische zaken van de gemeente Waalwijk.

 

Ruimtelijke impact beperkt

Volgens Buck bedraagt het grondgebruik van al het logistieke vastgoed bovendien slechts 0,13 procent van de totale oppervlakte van Nederland. “Zelfs in logistieke hotspots is de ruimtelijke impact beperkt met een ruimtelijk beslag van 2,3 procent in Venlo, 2,1 procent in Tilburg en 1 procent in Waalwijk en Rotterdam. Van de 32 XXL-distributiecentra heeft 62 procent geen of een beperkte landschappelijke impact.”

 

Dc’s steeds duurzamer

Negen mega-distributiecentra zijn stand-alone en drie zijn niet goed ingepast. De overige twintig, zo stelt Buck, zijn gebouwd op bestaande bedrijvenparken, langs snelwegen of op brownfield-locaties. Logistiek vastgoed wordt bovendien steeds duurzamer. Kreeg drie jaar geleden nog maar 20 procent van de nieuwbouw een Breeam-certificaat, dit jaar geldt dat voor 49 procent.” De economische baten van logistiek zijn ook niet mis, becijferde Buck. “De toegevoegde economische waarde van Nederlandse distributiecentra bedroeg vijf jaar geleden 21,2 miljard euro. Dit jaar komt dat uit op 30,8 miljard, een groei van 46 procent. Ook zijn voor het eerst meer dan 400.000 banen gerelateerd aan logistiek vastgoed.”

 

Groei in wo-afgestudeerden

Uit het onderzoek blijkt verder dat de hele logistieke sector werk biedt aan 886.000 mensen tegen 824.000 in 2015. “Het klopt niet dat de sector alleen maar werk biedt aan laagopgeleiden. Elke jaar studeren 4.000 studenten aan een hogeschool of universiteit af in een logistiek gerelateerde opleiding. Zo bedroeg het aantal wo-afgestudeerden in 2015 1.308 tegen 1.109 in 2009, een groei van 18 procent.”

 

‘Geen halleluja rapport’

Natuurlijk zijn er ook verbeterpunten volgens Buck zoals de overlast van het vrachtverkeer. “Dat probleem kan met een betere logistieke planning worden ingedamd. Ook is een betere huisvesting van arbeidsmigranten gewenst. Dit is geen halleluja-rapport voor de sector, maar zijn gewoon de feiten.”

 

Bron: Logistiek Nederland


Logistieke veranderingen vragen om Gemba Process Innovation

Veranderend koopgedrag en digitalisering vragen om Gemba Process Innovation in de logistieke sector, stelt Panasonic. Om die reden introduceert het bedrijf dit concept in Europa. Aspecten als Deap Learning en IoT-sensortechnologieën spelen er een belangrijke rol bij.

 

Gemba Process Innovation is volgens de leverancier bij uitstek geschikt voor de logistieke sector, de productiesector én de detailhandel. “De druk van buitenaf die het bedrijfsleven in heel Europa voelt, is nog nooit zo groot geweest”, aldus Hiroyuki Nishiuma. Nishiuma is de nieuwe directeur van Panasonic System Communications Company Europe (PSCEU). “Voorbeelden hiervan zijn veranderende koopgewoonten van consumenten, een toenemend milieu- en ethisch bewustzijn en een vergrijzende bevolking die het arbeidspotentieel vermindert.”

Transformeren

Hij stelt dat veel bedrijven bij hun aanpak van deze problemen vertrouwen op de nieuwe golf van technologische innovaties. “Panasonic wil deze bedrijven daarbij ondersteunen, bijvoorbeeld als full-service provider die zich richt op industriële oplossingen die de Gemba – de plaats waar waarde wordt gecreëerd – transformeren.”

 

B2B-concept

Het B2B-concept dat Panasonic heeft ontwikkeld combineert een diepgravend begrip van een organisatie met de nieuwste technologieën om de manier waarop de organisatie werkt te helpen veranderen. Volgens de leverancier combineert het concept kennis van de industrie, hardware, software-engineering en integratievaardigheden. Het doel is om bedrijven op maat gemaakte, geïntegreerde oplossingen te bieden waarmee ze hun organisaties kunnen veranderen. ‘Gemba’ is een Japanse uitdrukking die ‘de fysieke locatie waar waarde wordt gecreëerd’ betekent. In de supply chain is de gemba de plaats waar dingen worden gemaakt, verplaatst of verkocht.

 

Gemba Process Innovation in de logistiek

In Europa heeft Gemba Process Innovation toepassingen in diverse industrieën. In de productie kan het de automatisering versnellen met behulp van technologieën als robotica. In de logistiek kan het de mogelijkheid bieden om goederen te sorteren, te plannen, te volgen en te controleren met behulp van Deep Learning en IoT-sensortechnologieën. In de detailhandel is het bruikbaar om aan de hand van AI– en cameratechnologieën gepersonaliseerde digitale marketing aan te sturen. Daarnaast is het volgens Panasonic geschikt voor het optimaliseren van de productbeschikbaarheid door middel van geautomatiseerd voorraadbeheer. 

Bron: https://www.logistiek.nl


United Retail optimaliseert voorraad met Slim4

United Retail, de grootste vakhandelsorganisatie in consumentenelektronica met bijna 300 ondernemers, professionaliseert haar totale supply chain. De elektronicagigant, met formules Electro World en Witgoed specialist, optimaliseert haar voorraadbeheer en verbetert hierdoor de service naar winkels en consumenten door implementatie van softwareoplossing Slim4.

 

Producenten van elektronica ontwikkelen enorm snel verbeterde technologieën. Producten op de markt vernieuwen in hetzelfde tempo mee, waardoor inkooporganisaties constant moeten schakelen om de voorraad gezond te houden. Vooral in de wereld van elektronica geldt dat als artikelen te lang op de planken liggen ze met de dag minder waard worden.

United Retail investeert daarom in het optimaal voorspellen en plannen van haar voorraad. Susan Kock, Manager Category Management van United Retail voorziet veel voordelen: “Partners en consumenten gaan het verschil direct merken. Een samenstelling van het assortiment met de beste condities, betere leveringen en minder prijsverval in voorraad door een optimale voorraadpositie. Wij streven een optimale logistieke ontzorging na, de kennis en oplossing van Slimstock bieden zekerheid voor de toekomst.”

 

Eric van Staveren, financieel directeur, van United Retail: “Als organisatie waar de belangen van ondernemers voorop staan zijn we in staat om met behulp van Slim4 de voorraad in de keten zo laag mogelijk te houden en tegelijkertijd de beschikbaarheid te verhogen. Deze branche is kapitaalintensief en door de omloopsnelheid zo hoog mogelijk te houden verlagen we daarmee het kapitaalbeslag. Daarnaast vereist de concurrentie in het online kanaal dat de beschikbaarheid optimaal moet zijn. We vinden het als consument immers volstrekt normaal dat je een besteld product de volgende dag bezorgd krijgt. Dit geldt uiteraard ook voor onze winkels en onze webshop. Met Slim4 denken we daarmee belangrijke stappen te zetten.”

 

“Slimstock is als bedrijf een fijne partner met kennis van zaken, een partner die onze business goed begrijpt en waardevolle adviezen geeft. Daarnaast is ook de eigen academy van Slimstock prettig om onze medewerkers verder op te leiden in het managen van de supply chain.”


MAN stoomt werkplaatsen klaar voor onderhoud elektrische bedrijfswagens

MAN Truck & Bus staat voor een aantal nieuwe uitdagingen op het gebied van service en aftersales. De producent van elektrische voertuigen bereidt zijn Europese werkplaatsen voor op het onderhoud aan elektrische voertuigen. De faciliteiten zijn zodanig aangepast en het personeel is opgeleid zodat volwaardige service kan worden verleend aan klanten die met een MAN met elektrische aandrijving rijden.

In Nederland heeft MAN een landelijk dekkend netwerk met dealerbedrijven aangepast dat zij de service ook in het tijdperk van elektrisch aangedreven voertuigen kunnen uitvoeren. Deze zogenoemde MAN e-mobility-dealers zijn qua sales en service klaargestoomd voor het onderhoud van de elektrische MAN eTGE en eTGM bedrijfswagens. De dealers hebben hun faciliteiten zodanig aangepast en personeel opgeleid, dat zij volwaardige service kunnen verlenen aan klanten die met een MAN met elektrische aandrijving rijden.

 

E-mobiliteit bij MAN

MAN Truck & Bus heeft binnen al zijn voertuigsegmenten een e-mobiliteitsgamma. Zo staat de volledig elektrische eTGE-bestelwagen sinds de IAA Commercial Vehicles 2018 al bij de dealer. Klanten in heel Europa voeren sinds eind 2019 praktijktests uit met de elektrisch aangedreven MAN Lion’s City E stadsbus. De serieproductie hiervan start in het vierde kwartaal van 2020. Ook vindt sinds begin dit jaar op kleine schaal de serieproductie van de eTGM distributietruck plaats. De truck waarmee MAN vorig jaar een duurzaamheid award in de wacht sleepte. Inmiddels rijden al verschillende klanten in Europa met deze e-truck rond.

 

110 servicepunten voor elektrische voertuigen

MAN wil tegen eind 2020 in totaal 110 servicepunten in Europa operationeel hebben voor elektrische voertuigen. Tegen eind 2021 volgen nog zestig extra werkplaatsen. De voorbereidingen voor de bestaande MAN-servicewerkplaatsen zijn opgesplitst in drie fasen – van alle aspecten van de reparatie van hoogspanningsinstallaties tot de specialisatie van werkplaatsen in e-mobiliteit.

 

Kennisontwikkeling en speciaal gereedschap

Naast het ontwikkelen van kennis in de werkplaatsen gaat MAN de servicepunten ook uitrusten met speciaal gereedschap voor elektrische voertuigen. De fabrikant zal ook nieuwe processen en werkmethoden implementeren om ervoor te zorgen dat er veilig aan elektrische voertuigen wordt gewerkt. Elk van de geselecteerde MAN-servicepartners krijgt bovendien minstens twee geschoolde elektrotechnici voor voertuigtechniek. Zo zorgt MAN ervoor dat er in elke regio experts zijn die zijn opgeleid in het omgaan met elektrische voertuigen en deze ook vakkundig kunnen repareren.

 

Opslag en transport accu’s

Het MAN e-mobility-concept voor werkplaatsen houdt ook rekening met het retourneren, vervangen en repareren van hoogspanningsaccu’s in elektrische voertuigen. Deze accu’s moeten volgens strikte veiligheidsvoorschriften worden opgeslagen en vervoerd. Omdat het aantal accu’s nu nog laag is en de kosten relatief hoog, voorziet het concept niet in opslag of reparatie van batterijen bij de dealer. Als een batterij dus aan vervanging toe is, wordt de oude rechtstreeks naar de fabriek in Duitsland gestuurd.

 

Met dank aan Logistiek


Senefelder Misset maakt automatiseringsslag

Ondanks de coronacrisis is Senefelder Misset momenteel volop aan het investeren in het

automatiseren van processen in de Doetinchemse drukkerij. “Door slim te investeren besparen we

 

operationele kosten en kunnen we met een nog beter rendement productie maken.”

 

Download
Automatiseringsslag.pdf
Adobe Acrobat document 868.3 KB

Logistieke capaciteit

Endress+Hauser vergroot zijn logistieke capaciteit in Europa. Businesspartner Hellman Worldwide Logistics neemt binnenkort een modern logistiek centre in gebruik in Wörrstadt, in de directe nabijheid van het vliegveld Frankfurt. Dit vervangt het huidige logistieke centrum in Nieder-Olm, dat ook in Duitsland ligt. Er is behoefte aan een groter logistiek centrum. De nieuwe ‘hub’, die ligt bij de kruising van de snelweg A63 en de B420 in Hessen, krijgt een capaciteit van 18.000 vierkante meter. Het centrum kan acht keer zoveel volume aan als het huidige logistieke centre.

Bij het centrum in Nieder-Olm komen dagelijks 16 shuttle trucks binnen van alle Europese productielocaties van Endress+Hauser. Daar worden de verschillende producten gebundeld tot orders en verscheept naar eindklanten.


Logistieke performance steeds belangrijker

Birgit Goumans’ carrière leek zich af te gaan spelen in de dienstverlening. Totdat ze op een dag kansen zag in het bedrijf van haar vader, precisiebedrijf Kusters Goumans. Stap voor stap werkt ze nu samen met vader Rob Goumans aan de overname van het Brabantse familiebedrijf. In de nieuwe Metaal Magazine vertelt ze hoe ze dit oppakt.

 

Ze verwacht dat haar achtergrond in de gastvrijheid en dienstverlening goed aansluit op de ontwikkelingen in de toeleveringsindustrie. Zo staat geschreven in Metaalmagazine. De aandacht verschuift in haar ogen van de techniek naar de dienstverlening rondom een product. “Zo wordt bijvoorbeeld de logistieke performance richting de klant steeds belangrijker. Daarvoor geldt dat je moet communiceren.”

‘Van elkaar leren’

“Beide werelden kunnen veel van elkaar leren”, vertelt Birgit Goumans. “Ook in de maakindustrie is het belangrijk om continu te bouwen aan een sterk team van mensen en om te weten wat de klant van ons verwacht. Dat zij in het eerste jaar bij Kusters Goumans een dag in de week in de productie meewerkte, verraadt haar achtergrond. Ze heeft aan de Hotelschool Maastricht gestudeerd. “Het eerste jaar begin je met afwassen in de keuken.” Bij het precisiebedrijf heeft ze het eerste jaar regelmatig aan een CNC-freesmachine gestaan.

 

‘Ervaring op werkvloer’

Ervaring opgedaan op de werkvloer noemt ze heel waardevol. “Ik kan nog steeds niet zelfstandig een CNC-freesmachine instellen. Maar ik weet wel wat het betekent als je een serie van 50 stuks moet maken. De concentratie die nodig is om ervoor te zorgen dat het vijftigste product net zo goed is als het eerste.”

 

De ervaring sterkt haar ook in de gesprekken met klanten. “Ik kan beter inschatten hoe wij onze klanten kunnen helpen.”


Is artificial intelligence de weg vooruit?

Smart factory, met de inzet van artificial intelligence (AI) en machine learing (ML), is de toekomst. Toch moeten bedrijven zich af durven vragen of AI voor hen wel de weg vooruit is. Dat stelt Ralf Kruse, directeur Datatechniek bij Remmert aan Metaal Magazine.

 

Zo kunnen bedrijven namelijk, volgens hem, veel tijd investeren in het implementeren en aanleren van een tool op basis van AI of ML, terwijl de beslissingen die zo’n systeem heeft genomen soms moeilijk te begrijpen zijn. De meerwaarde van AI en ML kan dan ook variëren per toepassing. Daarom moet van geval tot geval worden afgewogen en beoordeeld wat de meerwaarde is of kan worden.

Om bedrijven op weg te helpen naar de smart factory en hierin de juiste keuzes te maken, onderscheidt Kruse 3 focuspunten.

 

1. Kijk naar de relatie mens-machine

De automatiseringsgraad van een bedrijf definieert de smart factory van morgen. Veel handelingen kunnen daardoor uitgevoerd worden zonder menselijke tussenkomst. “Maar vergis je niet: werknemers zijn niet overbodig, ze nemen juist nieuwe taken op zich, zoals toezichthoudende activiteiten en interventie.”

 

Dergelijke functies vereisen wel een andere kwalificatiegraad. Zo kan intuïtieve software met bedieningsoppervlak door het personeel worden aangeleerd, waardoor zij bepaalde tools intelligent kunnen besturen en bedienen. In een connected intralogistiek systeem geldt als vuistregel: hoe groter, hoe complexer. De gebruikersinterface van de software moet daarom een begrijpelijk, modulair en transparant ontwerp zijn, vertelt hij.

 

Programmeurs en ontwikkelaars doen er volgens Kruse goed aan te kiezen voor duidelijke en heldere gebruikersinterface, bijvoorbeeld in de vorm van pictogrammen. Deze efficiënte interfaces gaan in zijn ogen zeker een belangrijke rol spelen in Industrie 4.0.

 

2. Combineer bestaande en nieuwe installaties

Om smart factory succesvol in te zetten, is de evolutie van systemen belangrijk. Bestaande en nieuwe systemen moeten naast elkaar en in samenhang gebruikt kunnen worden. “Machines die modulair uitgebreid en gecombineerd kunnen worden, tillen bedrijven naar een hoger niveau. Het gebruik van modulaire automatiseringsoplossingen biedt een enorme flexibiliteit en garantie voor de toekomst voor de gebruikers om op de nogal fluctuerende eisen te kunnen reageren.”

 

3. Versterk creatief zoeken naar toepassingen

De communicatie- en leveringsprocessen tussen machine, fabrikant en klant kosten normaal gesproken heel wat tijd. Met project Adam (autonoom aanpasbare machines) kunnen machines belangrijke veranderingen herkennen en zich autonoom voorbereiden op wijzigingen. “Dergelijke wijzigingen omvatten bijvoorbeeld het aanpassen van de configuratie van een machine of het vervangen van machineonderdelen.”

 

Ook kunnen machines zich zelfstandig aanpassen aan onbekende omgevingsfactoren. Project Adam is een samenwerking van Remmert met de Universiteit van Hamburg.

 

Material handling

Remmert GmbH richt zich op material handling in de metaalverwerkende industrie en de staal- en metaalhandel. Het technologiebedrijf is specialist in intelligente automatiserings- en intralogistiekoplossingen en in systemen voor de opslag van langgoederen en plaatwerk.


Quickscan bouwlogistiek laat zien hoe groot de materiaalstromen zijn

Lang niet iedereen heeft op zijn netvlies dat bouwlogistiek één van de grootste logistieke stromen is in Nederland. Bouwen gebeurt bovendien vaak midden in de stad, wat overlast en uitstoot veroorzaakt. Het op gang houden van de bouwproductie in Nederland is van het grootste belang, daar is iedereen het over eens. Slimme en uitstootarme bouwlogistiek is een van oplossingen om ondanks alle beperkingen door te gaan met de bouw.

Het is belangrijk om alle projecten op dat gebied te baseren op een goede analyse van de omvang van de stromen, de gebruikte modaliteiten, de uitstoot van die stromen, en de herkomst en bestemming van de materialen. In opdracht van de Topsector Logistiek heeft Buck Consultants International deze analyse uitgevoerd.

 

Veel bouwmaterialen over korte afstand over de weg

Bouwlogistiek vindt voornamelijk plaats over de weg. Circa 70% van de bouwlogistieke volumes gaan via wegverkeer, dit bedraagt 152 miljoen ton. Het vervoer van overige bouwmaterialen en -producten (o.a. prefab betonelementen en stortklaar beton) is in termen van afstand de grootste stroom en qua volume de tweede stroom. Dit vervoer is tevens verantwoordelijk voor 42% in de CO2-uitstoot bij wegverkeer. Verder wordt duidelijk dat een fors deel van deze ritten over de weg (40%) over korte afstand of zelfs binnen één gemeente plaatsvindt. 

 

Dit biedt mogelijkheden, bijvoorbeeld door het inzetten van bouwhubs. Inmiddels is ervaring opgedaan met de inzet van bouwhubs op strategische plekken, zoals aan de rand van steden. Met een bouwhub kunnen meerdere bouwmaterialen tegelijkertijd in één vrachtwagen aangevoerd en op een verzamelplaats (hub) gestald worden. Vanuit de bouwhub worden de bouwmaterialen die nodig zijn voor een specifiek project verder vervoerd met energiezuinigere wagens. In o.a. Utrecht, Amsterdam en Zwolle lopen dergelijke initiatieven. Onderzoek laat zien dat inzet van een bouwhub het aantal binnenstedelijke ritten van en naar de bouwplaats met 50 tot 80% terug kan brengen. 

 

Meerdere onderzoeken

Niet alleen de logistieke stromen in de bouw zorgen voor de uitstoot van CO2, maar mobiele werktuigen bijvoorbeeld ook. De uitstoot van deze mobiele werktuigen valt volgens het Klimaatakkoord eveneens onder de uitstoot van logistiek. Daarom is recent ook een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van elektrificatie van zware bouwmachines. Topsector Logistiek voert deze onderzoeken uit om inzicht te geven in de kansen om logistiek op verschillende fronten te optimaliseren.

 

De inzichten uit deze quickscan en andere onderzoeken kunnen lokale en regionale overheden helpen bij gefundeerde beleidsontwikkeling op het gebied van bouwlogistiek. Niet alleen overheden hebben baat bij deze inzichten, ook bedrijven in de bouw kunnen deze informatie gebruiken voor het optimaliseren van hun bedrijfsvoering.

 

QUICKSCAN


Sharehouse, lab voor warehouse-innovaties in Rotterdam van start

Onlangs hebben 24 partners uit de wetenschap, het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid zich officieel aangesloten bij het Living Lab Sharehouse. Met deze unieke samenwerking dragen zij bij aan een innovatieve logistieke sector. Binnen het lab kunnen studenten, onderzoekers en bedrijven warehouse-innovaties testen en doorontwikkelen. Hiervoor is door NWO € 2 miljoen toegekend. Daarnaast hebben verschillende organisaties € 1 miljoen geïnvesteerd.

De missie van Sharehouse

Innovaties ten behoeve van automatisering, robotisering en data-driven oplossingen worden in steeds grotere mate beschikbaar binnen warehouses. Toch zien we in de praktijk dat veel innovaties hun weg niet vinden, en dat er veel onzekerheid bestaat over het toepassen van innovaties in warehouses. Technologische veranderingen vereisen niet alleen technologische kennis, maar ook kennis over veranderprocessen, veiligheid, en nieuwe benodigde vaardigheden van werknemers en leidinggevenden. De missie van Sharehouse is om middels mensgericht, experimenteel onderzoek in het Sharehouse Living Lab technologische innovaties beter in de praktijk te brengen. Sharehouse coördinator Paul Preenen (TNO) over het initiatief: “Het wordt een geweldige leer- en innovatie-omgeving die uniek is in Europa.”

 

In het Living Lab gaan TNO en partners met studenten en scholieren onderzoek doen naar het gebruik van diverse warehouse technologieën, zoals Automated Guided Vehicles, Exoskeletten, forklift simulators en VR/AR wearables.

 

Onderzoekslijnen binnen Sharehouse

In het Living Lab dat nu bij en samen met het innovatieve STC MBO-college in Rotterdam wordt ingericht, gaan TNO en partners met studenten en scholieren onderzoek doen naar het gebruik van diverse warehouse technologieën, zoals Automated Guided Vehicles, Exoskeletten, forklift simulators en VR/AR wearables. Specifiek wordt gekeken naar de impact van deze technologieën op mens en werk. Zo vindt er onderzoek plaats naar ethische en veiligheidsaspecten rondom de inzet van deze technologieën. Verder wordt sociaal-innovatieve kennis ontwikkeld om bedrijven te ondersteunen in hun technologische transities. Ook wordt onderzocht hoe opleidingen en arbeidsmarkt binnen de logistiek beter op elkaar kunnen aansluiten. Daarnaast wordt het lab door STC gebuikt voor vernieuwende onderwijsvormen, en dient het als test- en demonstratie lab voor (MKB-)bedrijven uit de regio.

 

Mijlpaal en volgende stappen

Met het tekenen van de consortiumovereenkomst is Sharehouse officieel van start gegaan. Maar dit is nog maar het begin. Het doel van het onderzoeksprogramma is om dit Living Lab toekomstbestendig te maken en kennis te ontwikkelen om nieuwe Living Labs in andere regio’s op te richten. Sharehouse is op zoek naar leveranciers die technologie willen laten testen, bedrijven die willen innoveren en onderzoeksinstellingen die onderzoek naar innovaties in warehousing willen doen. Als u meer wilt weten over Sharehouse, of interesse heeft om samen te werken, neem dan contact op met Paul Preenen, programmaleider van Sharehouse via info@sharehouselab.nl.

 

Sharehouse maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Duurzame Living Labs dat medegefinancierd is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek (SIA) en de Topsector Logistiek (via TKI Dinalog).


Delta wil vijf duurzame mega-distributiecentra realiseren in Hellevoetsluis

De gemeente Hellevoetsluis heeft met ontwikkelaar Delta Development Group een overeenkomst gesloten voor de aankoop van 140.000 vierkante meter grond op bedrijventerrein Kickersbloem 3. Delta wil op dit bedrijventerrein vijf (duurzame) distributiecentra laten bouwen.

 

De 14 hectare grond wordt met erfpacht gekocht van de gemeente Hellevoetsluis (Voorne-Putten). Delta gebruikt de grond voor de ontwikkeling van Rotterdam Logistics Park, dat zal bestaan uit vijf distributiecentra geschikt voor de vestiging van producenten en logistiek dienstverleners.

Het nieuwe bedrijventerrein, onder de rook van de haven van Rotterdam, wordt ontwikkeld volgens het zogeheten Next Generations Logistics concept van Delta. Daarin, zo meldt de ontwikkelaar, worden functionaliteit, mensgericht design, hoogwaardige technologie en circulariteit op zo’n manier geïntegreerd dat de distributiecentra voldoen aan de hoogste eisen op het gebied van exploitatie, productiviteit en duurzaamheid.

 

Groen binnen panden

Voor bedrijventerrein Kickersbloem 3 geldt een zogeheten ecologische gebiedsaanpak met groene ruimtes en waterpartijen. Distributiecentra op dit terrein worden gebouwd met materialen en designed for disasembly waardoor ze circulair zijn. Ook komt er veel groen binnen de panden.

 

Panden zijn energieneutraal

De vijf distributiecentra, die Delta samen met het European Logistics Real Estate Partners (ELREP) ontwikkelt, maken uitsluitend gebruik van de hernieuwbare energie die op de daken wordt opgewekt. Dit zorgt ervoor dat de panden energieneutraal zijn. Het bedrijventerrein wordt daarom ook niet meer aan gesloten op het gasnet. Delta heeft al een ruime staat van dienst op het gebied van logistiek vastgoed ontwikkeling met als aansprekende voorbeelden Fokker Logistics Park en Schiphol Trade Park.

 

Strategische locatie in regio Rotterdam

Coert Zachariasse, ceo van Delta Development Group, laat weten dat Kickersbloem 3 een strategisch interessant gelegen locatie is in de regio Rotterdam die via een nieuwe brug en de N57 direct is aangesloten op de A15. “De gemeente biedt ons hiermee de gelegenheid om onze ruime ervaring op het gebied van duurzame, gezonde en groene gebouwen toe te passen.” Bedrijventerrein Kickersbloem 3 is een van de weinige locaties in de nabijheid van de Rotterdamse haven, waar niet watergebonden logistieke bedrijven zich nog kunnen vestigen. De meeste bedrijventerreinen in de Rotterdamse regio zijn vol of richten zich op een ander type bedrijvigheid.


Inspectie SZW controleert in distributiecentra

De Inspectie SZW controleert momenteel  in distributiecentra. Aanleiding is het grote risico op arbeidsongevallen met onder meer heftrucks en pallettrucks in deze bedrijven.

 

Het aantal ongevallen in distributiecentra laat de laatste jaren een stijging zien. Het gaat hier om ernstige ongevallen waarbij werknemers, veelal uitzendkrachten, aangereden worden door heftrucks, elektrische pallettrucks of andere transportmiddelen. Vooral in gangen, bij het laaddock, looppaden en bij kruisingen vinden de aanrijdingen plaats. Deze arbeidsongevallen worden meestal veroorzaakt door onachtzaamheid of het niet opvolgen van veiligheidsinstructies.

Reden voor de Inspectie SZW om de komende tijd te controleren in deze branche. De primaire insteek van de controle is de veiligheid op de werkplaats. Daarbij wordt onder meer gekeken of er een toereikende risico-inventarisatie en evaluatie is en een plan van aanpak om de risico's adequaat te beheersen. Inspecteurs bekijken ook of werknemers wel eerlijk betaald krijgen en of bedrijven zich houden aan regels over arbeidstijden. De controle zal eind dit jaar afgerond worden


De grootste waterstoftruck ter wereld komt eraan

Een gigantisch voertuig, bedoeld om materialen van en naar een mijn te transporteren, rijdt binnenkort op waterstof. Met een elektrische motor van 1000 kilowatt en een brandstofcel moet deze truck de vervuilende mijnindustrie verduurzamen.

 

Ingenieursbureau Williams Advanced Engineering zal een bestaande kieswagen van het mijnbedrijf Anglo American ombouwen tot waterstofvoertuig. Daarvoor krijgt het een brandstofcel en een enorme batterij met een megawattuur aan energie. Die batterij wordt opgeladen met de stroom uit de brandstofcel en vervolgens gebruikt om de truck aan te drijven. Dit jaar starten de eerste tests.

 

Batterijen uit de Formule E

Williams Advanced Engineering is een expert op het gebied van autobatterijen. Het levert bijvoorbeeld de accu's voor de Formula E-auto's. De kennis over batterijen helpt om het reusachtige batterijpakket te installeren in de mijntruck. Als waterstoftank, brandstofcel en accupakket eenmaal geïnstalleerd zijn beginnen de eerste tests bij een mijn in Zuid-Afrika.

 

Om de range van de truck te vergroten zal hij veel gebruik maken van regeneratief remmen. Als het voertuig de mijnkuil in rijdt, moet hij veel remmen. De remenergie wordt omgezet in elektrische lading waardoor de vrachtwagen het langer volhoudt.

 

Net zo krachtig als diesel

Anglo American heeft het voornemen om in 2030 30 procent minder CO2 uit te stoten. De truck past in die ambitie, hoewel het nu nog zuiver experimenteel is. Of Anglo American het hele wagenpark kosteneffectief aan kan passen wordt pas duidelijk na uitgebreide tests. Eerst moet Williams Advanced Engineering aantonen dat de waterstoftruck net zo robuust en krachtig is als de dieselwagens die nu rondrijden.


Rien Voets uitgeroepen tot recycling hero 2020

Zwerfafvalpakker Rien Voets uit Berlicum is uitgeroepen tot Recycling Hero 2020. De prijs is een initiatief van de Vereniging Afvalbedrijven en de winnaar werd vandaag, op Global Recycling Day, bekendgemaakt. Er waren in totaal vijf genomineerden die zich inzetten voor recycling. Het Nederlandse publiek mocht de afgelopen weken stemmen en koos Rien Voets. Vanwege het coronaviris kon de geplande uitreiking door minister Stientje van Veldhoven helaas niet doorgaan. Dit zal in het najaar alsnog plaatshebben.

 

De heldenverkiezing is gekoppeld aan de Global Recycling Day. Het thema van dit jaar was ‘Recycling Heroes’. Wereldwijd worden deze dag helden geëerd, groot of klein, die zich bezighouden met recycling. De Vereniging Afvalbedrijven, de brancheorganisatie van afvalrecyclers en -verwerkers, heeft ervoor gekozen om individuele Nederlandse helden en burgerinitiatieven die bijdragen aan meer recycling in het zonnetje zetten.

Symbool voor heel andere helden in het land

Afvalverwerkingsbedrijf Attero, actief in heel Nederland, nomineerde Rien Voets omdat hij symbool staat voor heel veel mensen die iedere dag vrijwillig bijdragen aan een schone leefomgeving. De gepassioneerde Brabander is sinds zijn pensioen elke dag op pad om zwerfvuil op te ruimen. Als zwerfafvalpakker rijdt hij met zijn fiets met aanhanger dagelijks door zijn dorp.

 

Filmpjes van de winnaar en alle andere genomineerden

De andere genomineerden zijn Bas Timmer van Sheltersuit uit Enschede, een stichting die jassen maakt voor mensen die op straat leven, Ekko Vermeulen van Stichting Zaanse Pakhuizen in Koog aan de Zaan die Zaans erfgoed compleet recyclet, Nikkie Elfers die vrijwillig afvalcoach is in Haarlemmermeer en Elif Algu van Recycle Sint, een burgerinitiatief op vrijwillige basis ruilmarkten opzet om speelgoed te ruilen. Van winnaar Rien Voets en ook van alle andere genomineerden zijn filmpjes gemaakt. Deze zijn te bekijken op www.recyclingheroes.nl


Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB