Hardt Hyperloop wil opschalen met Europees testcentrum

Een grote buis waarin een capsule vacuüm getrokken wordt en hoge snelheden haalt: dat is het idee achter de Hyperloop. De innovatie moet vluchten over een korte afstand overbodig maken. Het Nederlandse Hardt Hyperloop is één van de bedrijven die aan een hyperloop werkt. Hardt breidt nu verder uit met een Europees testcentrum.

 

In Delft heeft Hardt nu nog de beschikking over een buis van 30 meter lang en een buitendiameter van 3,2 meter. In de buis kunnen systemen op lage snelheid getest worden; uiteindelijk moet de hyperloop ongeveer 1.000 kilometer per uur kunnen afleggen.

De afgelopen twee jaar voerde het team van Hardt Hyperloop in Delft haalbaarheidstesten uit om te onderzoeken of het systeem kans van slagen heeft. In de buis werd onder andere een systeem getest waarbij de capsules in de buis van baan kunnen wisselen zonder snelheid te verliezen.

 

“Na 2 jaar ontwikkeling en hard werken zijn we de eerste in Europa die een volledig functioneel hyperloopsysteem hebben neergezet, inclusief een nog nooit eerder aangetoonde technologie voor het wisselen van banen op hoge snelheid. Met name door deze technologie kunnen wij het hyperloopnetwerk realiseren in de nabije toekomst,” zegt Mars Geuze, CCO van Hardt Hyperloop. Het bedrijf wordt onder andere ondersteund door het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en EIT InnoEnergy, een Europese organisatie die zich inzet voor innovaties in duurzame energie.

 

Na de eerste testfase wordt het project nu verder opgeschaald. In een buis van 3 kilometer moeten de voertuigen van Europese hyperloopbedrijven op hoge snelheid getest kunnen worden. In de buis moet een Europese standaard voor hyperloop-technologie ontwikkeld gaan worden. Waar de buis komt, is nog onduidelijk.

 


Supply chain optimalisatie: digitalisering en integratie van douanemanagement

 

In dit digitale tijdperk staan bedrijven onder druk om hun internationale supply chains te moderniseren. In de kosten snijden, de concurrentie voor blijven en tegemoetkomen aan de toenemende eisen van klanten: dat zijn de belangrijkste uitdagingen. Wat is de beste strategie? René Wijnants, Sales Manager, AEB Nederland, geeft antwoord in dit artikel van managersonline.

Startpunt digitalisering
Verladers uit alle sectoren streven naar lagere supply chain kosten, grotere transparantie en snellere doorlooptijden door inzet van automatisering. Het terrein van douanemanagement is een voor de hand liggend startpunt van digitalisering. Denk aan de vele wet- en regelgeving, de vele standaard processen en alle administratieve taken.

 
Maar terwijl verschillende disciplines en sectoren inmiddels de vruchten van digitalisering plukken, staan bedrijven nog steeds terughoudend tegenover digitalisering van internationale handelsprocessen. Nu de druk om te digitaliseren stijgt en de globalisering in de handel weer toeneemt, worstelen veel bedrijven met het formuleren van de juiste douanestrategie.
 
Dynamiek internationale handel
Deze uitdaging wordt alleen maar groter door de enorme dynamiek in internationale handel – denk aan de escalerende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China en de aanhoudende onzekerheid rondom de Brexit. Maar vergeet niet dat internationale handel onlosmakelijk verbonden is met verandering. De leiders van vandaag moeten zich realiseren dat ze met de juiste digitale aanpak geld verdienen en waarde creëren – juist nu de veranderingen op dit terrein groter zijn dan ooit.

 

Lees HIER verder


North Sea Port spil in pioniersstudie naar grensoverschrijdend samenwerken

Vlaanderen en Nederland onderzoeken in North Sea Port hoe hun grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren is inzake vergunningen, procedures en regelgeving.  Een onderzoeksteam gaat allereerst oplossingen zoeken voor tegengestelde wetgeving. Er wordt gekeken naar hoe plannings- en vergunningsregelgeving op elkaar zijn aan te passen.

Hierdoor kunnen grensoverschrijdende infrastructuurprojecten straks sneller doorgang vinden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de aanleg van buis- en pijpleidingen over de grens heen. Ook worden concrete grensoverschrijdende knelpunten in North Sea Port benoemd. Oplossingen op maat moeten een verbetering opleveren in de grensoverschrijdende infrastructuur en arbeid over de grens. Bedrijven kunnen hierdoor beter samenwerken op bijvoorbeeld het terrein van transport van scheepsafvalstoffen, LNG of grond en sediment.

 

Voor North Sea Port biedt dit kansen op het gebied van ondernemen, transport van afval, CO2-transport en werken over de grens. Bovendien kan door het wegnemen van grensoverschrijdende belemmeringen de modal shift binnen North Sea Port verder worden uitgebouwd. Voorbeelden hiervan zijn de spoor- en watertransportinfrastructuur, het internationale en interregionale wegvervoer en het energietransport.

 

De onderzoeksresultaten zijn tegen de zomer van 2020 bekend. Het is de bedoeling dat de maatwerkoplossingen die uit dit traject naar voor komen, inspirerend werken voor deze en andere knelpunten in het hele Vlaams-Nederlandse grensgebied. Binnen Europa is dit een pioniersproject. Het volgt uit de Vlaams-Nederlandse Top van 5 november 2018 in Middelburg.

 

Daar kwam Vlaams minister-president Geert Bourgeois met de Nederlandse minister-president Mark Rutte en de Nederlandse staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeen om grensoverschrijdende samenwerking stevig aan te pakken.

 

Dit project past ook in het plan van de Europese Commissie om groei en de samenhang in grensregio’s te stimuleren en werkt zo de verdere verdieping van de interne markt in de hand.

 

Met dank aan Engineeringnet


Treinverbinding Rotterdam en Valencia voor verduurzaming transport

CoolRail is gaan rijden. Het is een directe treinverbinding voor versproducten. Driemaal per week vervoert deze gekoelde trein de versproducten tussen Valencia en Rotterdam. Het transport naar Nederland via de nieuwe rechtstreekse treinverbinding is even snel als wegtransport, maar veel duurzamer. Er wordt namelijk een CO2-reductie van 70% -90% gerealiseerd. CoolRail is een initiatief van Euro Pool System, aanbieder van logistieke services en herbruikbare verpakkingen voor de versketen. Aan dit duurzame initiatief nemen partijen uit de retail, logistiek en groente- en fruitbranche deel.

Omvangrijke CO2 besparing

CoolRail levert een significante CO2 besparing op. Door het vervoer per trein wordt het aantal vrachtwagentransporten jaarlijks met 12.096 verminderd en worden 22 miljoen wegkilometers bespaard. Daardoor wordt jaarlijks circa 15.000 ton CO2 minder uitgestoten (dit is dezelfde besparing als de jaaropbrengst van bijna 6 grote windturbines). Vanaf de start gaan er 42 containers per trein heen en terug, 3 keer per week en 48 weken per jaar. “Na uitvoerige voorbereidingen en de eerste pilottest gaan we nu de grote stap zetten om de carbon footprint van het transport van versproducten drastisch te verlagen”, aldus Gerjo Scheringa, CEO van Euro Pool Group.

 

Verduurzamen van de keten

Een belangrijke drijfveer van de betrokken partijen is het verduurzamen van het vervoer tussen Spanje en Nederland. Spanje is voor Noordwest-Europa de grootste handelspartner voor de import van verse groenten en fruit zoals sla, tomaten, komkommers en sinaasappels. Bakker Barendrecht is een betrokken partij vanaf het eerste uur bij CoolRail en ontwikkelde samen met Euro Pool System dit treintraject tussen Spanje en Nederland. Het CoolRail initiatief past bij het streven om het hele proces in de versketen te verduurzamen.

 

Nieuwe treinverbindingen

Het traject naar Valencia is de start van een netwerk. Het is de bedoeling om door te groeien en CoolRail treinverbindingen in te zetten naar Duitsland, Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk

 


Slimme afvallogistiek halveert transportbewegingen en dringt CO2-uitstoot terug

Naar aanleiding van de door de Topsector Logistiek gesteunde pilot ‘Logistiek Slim Samenwerken’ is in Amsterdam Zuidoost de eerste stap naar volledig CO2-neutraal afvaltransport gezet. SUEZ en Renewi slaagden er onder leiding van TNO en de Hogeschool van Amsterdam in om een deel van het afval in Zuidoost duurzamer te transporteren.

 

Zo ontwikkelden zij een efficiënt inzamelsysteem om er onder andere voor te zorgen dat organisch afval lokaal gerecycled kan worden en transport door middel van een elektrische bakwagen vervoerd kan worden. Dankzij deze pilot lukt het SUEZ en Renewi transportbewegingen ruimschoots te halveren en de CO2-uitstoot flink terug te dringen.

Minder transportbewegingen

De pilot is een initiatief van een aantal voorname organisaties in Amsterdam Zuidoost die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. In de pilot werd onderzocht hoe transportbewegingen teruggedrongen kunnen worden door gescheiden afvalstromen gebundeld in te zamelen Tijdens deze pilot heeft afvalverwerker SUEZ al het organisch afval, olie en vetten, glas en koffiebekers met een speciaal ingezette elektrische bakwagen ingezameld. Renewi nam het transport van papier en karton voor haar rekening met de EURO 6 kraakperswagen, de meeste duurzame transportvariant van dit moment. Door de samenwerking brachten deze twee ‘concurrenten’ het aantal transportkilometers voor de bovengenoemde afvalstromen terug van 51.000 naar 16.700 km en is de CO2-uitstoot van 15,9 ton per jaar naar nul gereduceerd. De resultaten van de papier- en kartonroute volgen snel.

 

Gescheiden afvalstromen aanmelden

Bij de pilot zijn de klanten van SUEZ en Renewi nauw betrokken. Via de door TNO ontwikkelde app CoMyCo (‘collect my container’) gaven zij per afvalstroom dagelijks aan hoeveel afval zij hadden. Ook werd de beladingsgraad van de vrachtwagens bijgehouden: ongeveer een kwart van de ruimte bleef onbenut. De volgende stap is om organisaties in de toekomst standaard de hoeveelheid afval per afvalstroom door te laten geven. Zo kunnen afvalbedrijven veel makkelijker een efficiënte route langs de deelnemende partijen uitvoeren. Niet meer op een vaste dag, maar pas wanneer de containers vol zijn. Dit vermindert geluidsoverlast en verkeersbewegingen, zeker in grote steden waar het steeds drukker en voller wordt.


Bouwen aan flexible supply chains in tijden van grote veranderingen

Supply chain management (SCM) is een cruciale, maar vaak onderschatte discipline in elke sector. Vaak staat SCM alleen in de belangstelling als iets niet goed gaat. Dit stelt Rene Wijnants, Key Account Manager van AEB Nederland. Bijvoorbeeld als een vulkaanuitbarsting of referendum een negatieve impact heeft op de beschikbaarheid of prijsstelling van de producten die we dagelijks gebruiken.

 
Wijnants: "In deze geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld is elke supply chain een op zichzelf staand ecosysteem. Producenten, leveranciers, distributeurs, vervoerders, logistiek dienstverleners, douaneagenten, overheidsinstellingen, handelaren, dealers, retailers en eindgebruikers zijn allemaal onderdeel van dat ecosysteem. Zij werken samen in processen die aan elkaar zijn gekoppeld met maar één doel: zo veel mogelijk waarde genereren voor die eindgebruikers en voor alle bedrijven in het ecosysteem."

Hoewel de logistieke uitdagingen overal dezelfde zijn, heeft elke sector en elk individueel businessmodel zijn eigen karakteristieken en behoeften. De grote gemeenschappelijke deler is eliminatie van operationele en administratieve taken, niet alleen binnen de individuele bedrijven maar binnen het hele ecosysteem. Alle workflows voor elk product of dienst moeten perfect op elkaar zijn afgestemd om producten te kunnen produceren en wereldwijd te verkopen.
 
Duizelingwekkend tempo

Wijnants: "In deze setting zorgen e-commerce en technologische vooruitgang voor veranderingen in een duizelingwekkend tempo. Ondertussen worden de economische en politieke omstandigheden steeds complexer. Voor snelle en betrouwbare goederenstromen over de landsgrenzen is het zaak dat bedrijven hun weg vinden in de complexe administratieve processen van een compleet nieuw ecosysteem: internationale handel – met lokale en internationale wetgeving en handelsovereenkomsten en -restricties die van toepassing zijn.

 
In moderne supply chains passeren goederenstromen altijd twee keer dezelfde grens. Eerst de fysieke goederen zelf, daarna de daaraan gerelateerde datasets. De dataset die vereist is voor internationale handelsprocessen, is enorm uitgebreid en vaak lastiger te beheren dan de goederenstromen zelf. Onmetelijke hoeveelheden informatie worden verstuurd van systeem naar systeem, van de ene supply chain partner naar de andere en over de vele virtuele grenzen van de douanekantoren en controlerende instanties die de data onderweg tegenkomt."
 
Kwetsbare zeepbellen

Wijnants: "Niets beweegt voordat de juiste data op het juiste moment is gecreëerd, verstuurd, overgedragen, gecontroleerd, goedgekeurd en verwerkt. Supply chains zijn kwetsbare zeepbellen geworden die gemakkelijk uiteen kunnen spatten – op veel punten en op elk moment, met slechts een muisklik. Gelukkig leent de internationale handel zich vanwege de vele regels en steeds weer hergebruikte datasets uitstekend voor optimalisatie door automatisering.

Maar optimalisatie gaat niet alleen over implementatie van de juiste softwaretool om douaneprocessen te automatiseren. Het gaat over ontwikkeling van de juiste IT-strategie om een geïntegreerd en flexibel IT-landschap voor internationale handel te creëren. Een IT-landschap dat toekomstbestendig is en dat bedrijven kan ondersteunen in hun continue streven naar groei en verbetering van prestaties in een tijdperk van verandering."
 
Ervaren vs beginnende exporteurs

Wijnants: "Zowel Brexit als de voortdurende handelsoorlog die gestart is door Trump, hebben supply chain management weer in de spotlights gezet. Meer dan ooit is duidelijk wat de impact van handelsrestricties en grensblokkades is op zowel bedrijven als consumenten.
Doorgewinterde exporteurs en importeurs zijn bekend met de complexiteit van douaneprocedures en de expertise die daarvoor is vereist. Ze weten hoe importtarieven zijn opgebouwd en welk IT-systeem door de douane in elk land wordt gebruikt. En de leiders in de auto-industrie, die direct de gevolgen van Trump’s beleid ondervinden, kunnen getuigen hoe dit alles de prijs en beschikbaarheid van producten in internationale markten beïnvloedt.
Maar bedrijven die tot nu toe alleen handeldreven binnen de Europese Unie, worden dankzij de Brexit voor de eerste keer geconfronteerd met douaneprocedures. Zij dienen nu ook kennis van douaneprocedures en -systemen op te bouwen. Zij zullen opnieuw moeten onderhandelen over contracten met leveranciers, prijsstructuren moeten bekijken en flexibele supply chain strategieën moeten implementeren om er zeker van te zijn dat hun producten snel en efficiënt hun eindbestemming bereiken - zonder vertragingen aan de grens."
 
Kansen door automatisering

Voor beide groepen - de ervaren en de beginnende exporteurs - wordt dit een jaar met grote uitdagingen in de supply chain. Maar ook met grote kansen voor optimalisatie door automatisering. Wijnants: "Het realiseren van flexibelere supply chains door integratie van internationale handel en douanemanagement houdt de impact op operaties en winstgevendheid tot een minimum beperkt. Nu en in de toekomst - wat er ook gebeurt."
 Automatisering helpt bedrijven om snel en adequaat te reageren op elke verandering in internationale handel. Afhankelijk van de behoeften van bedrijven, het aantal douaneaangiftes en de inrichting van netwerken, kunnen bedrijven kiezen uit verschillende strategieën:

 

· Implementatie van een geïntegreerd douaneplatform voor volledig beheer van handelsprocessen kan voor sommige bedrijven de juiste keuze zijn.

 

·    Eventueel toevoegen van een softwareoplossing voor integratie met douaneagenten; soms de beste oplossing voor andere bedrijven.

 

·    En voor de bedrijven die starten met import of export kan het goed zijn om te starten met een cloud-oplossing die eenvoudig kan worden opgeschaald als handelsvolumes toenemen.

 
De waarde van digitalisering
Wijnants: "Hoe dan ook, bedrijven halen extra waarde uit de flexibiliteit die ontstaat door digitalisering van douaneprocessen. Ze profiteren van de mogelijkheid om de richting van goederenstromen zonder verstoring van de supply chain te veranderen als markten en nieuwe ontwikkelingen dat vereisen. Denk aan verandering van leveranciers of opstellen van nieuwe handelsovereenkomsten, of aan implementatie van douaneprocedures en de berekening van de consequenties van nieuwe importheffingen op de prijsstelling.
Eén ding is zeker: bedrijven moeten nu aan de slag - er is geen tijd te verliezen."

 

Met dank aan Managers online


De orderverzameltruck zorgt voor robotisering in het magazijn

Anders dan fabrieken met hun robots en andere productieautomaten lijken magazijnen ‘low-tech’, maar dat beeld is aan het veranderen. Met de komst van orderverzameltrucks in de leveringsprogramma’s van de heftruckindustrie komt robotisering het magazijn in.

 

Geautomatiseerde opslag- en transportsystemen voor magazijnen bestaan al sinds de jaren zeventig. Pallets met producten konden worden opgeslagen in hoge stellingen met behulp van kranen zonder bemanning, en een decennium later vonden dozen en kratten hun weg over geautomatiseerde transport- en sorteerbanen. Menig ondernemer kreeg visioenen van volledige automatisering, maar zo hard liep dat niet. Op vakbeurzen voor magazijntechniek is te zien dat er voorlopig meer te doen is over ‘cobots’, robots die samenwerken met de magazijnmedewerkers. Voorbeelden daarvan zijn de orderpicktrucks die de magazijnmedewerker als een trouw hondje volgen. Die medewerker hoeft dan niet steeds naar het voertuig te lopen om een paar meter verder te rijden. De meeste merken van magazijnvoertuigen hebben die techniek in huis, waarbij het ene merk meer dan het andere van de truck een robot maakt.

Effect

TNO Arbeid, Erasmus Universiteit Material Handling Forum, Fontys Hogescholen en Stichting Logistica hebben elkaar gevonden in ‘Mens en robot in het magazijn’, een project waarin studenten afstudeeronderzoek doen naar het effect van robotisering op medewerkers. Het werken met automatisch volgende orderpicktrucks is een van de onderzoeksonderwerpen, met de vraag of het werk oplevert dat uitdagend genoeg is en enige verantwoordelijkheid voor de medewerkers oplevert. In een experimenteel magazijn vergelijken de onderzoekers het verzamelen met behulp van een aan de hand meegevoerde verzamelkar met het orderverzamelen met een cobot, in dit onderzoek een automatisch voertuig dat op basis van magazijnsoftware de route bepaalt en een andere automatische truck die de verzamelende medewerker volgt. Deze medewerker krijgt zijn opdrachten via een headset of draagbare terminal.

 

Verantwoordelijkheid

Medewerkers waarderen het werken met deze met de mens samenwerkende robotvoertuigen, zo bleek op een presentatie van het Material Handling Forum. De magazijnmedewerkers behielden de verantwoordelijkheid over de uitvoering van hun werk, maar hoefden minder meters te lopen.

 

Dit artikel is eerder verschenen in evofenedex magazine en geschreven door Ed Coenen


Tilburg-Waalwijk nu Logistieke Hotspot nr. 1 van Nederland

Dertien jaar heeft Tilburg-Waalwijk er op moeten wachten maar eindelijk is onze regio uitgeroepen tot Logistieke Hotspot van het Jaar. In een enquête – een initiatief van Logistiek.nl - gaf een panel logistieke experts Tilburg-Waalwijk de meeste stemmen.

 

Tilburg-Waalwijk dankt de titel van Logistieke Hotspot van het Jaar aan het feit dat het panel de regio de hoogste waardering toekende op de criteria beschikbaarheid voldoende personeel  en de medewerking van de overheid-gemeente bij het faciliteren van nieuwe logistieke bedrijvigheid. Met name voor dit laatste criterium oogstte Tilburg-Waalwijk de meeste lof.

 

"De top-3 is een close call, maar Tilburg staat absoluut op 1 met haar aanpak," zegt een van de panelleden in zijn commentaar op dit criterium. Op het criterium beschikbaarheid van bouwgrond en panden moet Tilburg-Waalwijk een snaar laten. Almere-Lelystad-Zeewolde, West-Brabant en Venlo-Venray doen het op dit gebied beter dan de Midden-Brabantse regio.

Naast deze drie criteria hebben de panelleden in de hotspot enquête ook hun voorkeursstemmen gegeven aan criteria als: motivatie personeel, beschikbaarheid infrastructuur, bereikbaarheid van de logistieke hotspot, de mate van nationale e-fulfilment, crossborder e-fulfilment en welke hotspot is vooral geschikt voor nationale distributie-activiteiten. Op al deze criteria kreeg Venlo-Venray nipt de meeste voorkeursstemmen voor Tilburg-Waalwijk, dat op basis van alle criteria uiteindelijk toch de meeste stemmen behaalde, waarmee deze regio voor het eerst sinds de start van de verkiezing in 2006 de felbegeerde titel te pakken heeft van Logistieke Hotspot nummer 1 van Nederland.

 

Berend de Vries, wethouder economische zaken van Tilburg, zegt in een eerste reactie dat het winnen van de prijs Logistieke Hotspot van het Jaar een erkenning is van de inzet en investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan. "Logistiek is innovatieve topsport en vraagt om goede bereikbaarheid via weg, water en spoor. We investeren fors in de havens van Tilburg en Waalwijk en met de gerealiseerde treinverbinding met China is onze regio optimaal bereikbaar."

 

De Vries zijn collega in Waalwijk, Ronald Bakker, benadrukt vooral het feit dat de jarenlange inzet en investeringen niet onopgemerkt zijn gebleven binnen de logistieke sector. "Dat heeft voor ons een grote meerwaarde. Samen met onze partners uit onderwijs en bedrijfsleven werken wij immers dagelijks aan een excellent ondernemersklimaat voor de logistiek en pakken wij ook de problemen aan. Daarom lopen wij in de regio ook voorop in het realiseren van kwalitatief goede, grootschalige, huisvesting van short stay arbeidsmigranten, om daarmee een bijdrage te kunnen leveren aan de behoefte aan personeel."

 

Wil Versteijnen, CEO GVT Group of Logistics, die zich al jaren opwerpt als ambassadeur van Tilburg-Waalwijk, zegt trots te zijn dat hij aan de wieg heeft gestaan van deze regio, waar het gaat om de logistieke ontwikkelingen. "Het is mooi om te zien hoe een samenwerking uit kan groeien tot een top regio. We hebben als GVT samen met overheden en de gemeente Tilburg de afgelopen jaren diverse mijlpalen gerealiseerd, denk aan de eerste barge terminal in 1998, de railterminal in 2010 en de opzet van het Huis van de Logistiek."

 

Ook stelt Versteijnen dat de regio voor de haven van Rotterdam ondertussen de belangrijkste corridor is geworden voor de binnenvaart. "En ook per spoor hebben wij sinds kort unieke verbindingen met China en Polen. Deze positie leidt ertoe dat 90 procent van de containers, welke aan en afgevoerd worden per spoor of binnenvaart, direct in onze regio worden gelost of geladen. Dit trekt dan weer Europese distributiecentra (EDC) aan die zich landen in de regio Tilburg–Waalwijk."

 

Twan van Lankveld van Midpoint Brabant Smart Logistics, is verheugd om te zien dat alle regionale inspanningen van de afgelopen jaren hebben geleid tot dit mooie resultaat. Maar hij kijkt ook vooruit en stelt dat het logistieke programma van Midpoint Brabant vooral zal gaan liggen op ‘Smart Logistics’: niet meer, maar slimmer. "Meer doen met dezelfde mensen en middelen om duurzame groei beter te kunnen faciliteren. Of het nu gaat over dataficering, dat zijn intrede heeft gedaan in alle sectoren, zo ook in logistieke ketens, of over slimme inzet van mensen en kennis."

 

Volgens Van Lankveld wordt hier de komende jaren concrete invulling aan gegeven met onder andere een data-programma in de logistiek (DALI). "Daarnaast zoeken we vernieuwing ook via startups (Pitch Logistics) en studenten in nauwe samenwerking met de Brabantse kennisinstellingen via de Logistieke Community Brabant (LCB)."

 

Bron: website Tilburgers

 


Boeing bouwt vier Orca-achtige robotonderzeeërs Boeing gaat voor de Amerikaanse marine vier robotachtige onderzeeërs bouwen. Deze grote, onbemande onderwatervaartuigen, zoals Boeing ze zelf noemt, hebben elk een lengte van 15,5 m en worden samen met Huntington Ingalls Industries gebouwd.

Met eigen autonome navigatiesystemen en een brandstofmodule voor 6.500 nautische mijlen (12.038 km) kunnen de vaartuigen volledig zelfstandig opereren.

Onbemande onderwatervaartuigen worden al geruime tijd ingezet en zien we steeds vaker terugkomen in marine operaties én civiele scheepvaart. Deze vaartuigen waren tot nu toe veelal bescheiden van omvang. Bovendien was de inzet beperkt in tijd en vaak gebonden aan een 'gastvaartuig'. Echt diepe en langdurige onderwateroperaties waren dan ook voorbehouden aan de grote, bemande onderzeeërs. Met de Orca's onderstreept de Amerikaanse marine het groeiende belang van robotonderzeeërs voor de marinevloot.

 

De Orca wordt dieselelektrisch aangedreven en kan onder andere worden ingezet voor uiteenlopende contra-acties, zoals het ruimen van mijnen, concrete oorlogshandelingen en verschillende andere toepassingen. Het onderzee-vaartuig heeft een open architectuur, is modulaire van opzet en heeft een 10,4 m lang laadoppervlak en een volume van 56,6 m³.

 

In tegenstelling tot veel andere onbemande vaartuigen kan de Orca volledig zelfstandig opereren en heeft dan ook geen ander schip nodig om te water te worden gelaten, te worden opgepikt of als ondersteuning. De begeleiding en besturing, navigatie, omgevingsregistratie, communicatie, stroomvoorziening, voortstuwing, het uitvoeren van manoeuvres en sensorsystemen - alles kan door het vaartuig autonoom worden uitgevoerd. Daarmee kan de Orca maanden onder water blijven als dat nodig mocht zijn.

 

Sales en Productie vragen om advies

Marktleider Roto Smeets Group bundelde de krachten met het Europese CirclePrinters om uit te groeien tot een van de grootste drukkerijen van Europa. Centrale inkoop is een strategische pijler onder het nieuwe bedrijf Circle Media Group.

 

In Deal! van februari lazen wij dat er steeds meer met prestatiecontracten wordt gewerkt. Ze hebben bijvoorbeeld diverse soorten snijmachines. Voor de messen daarvan worden prestatie-contracten gesloten. Daarbij is de leverancier verantwoordelijk dat die altijd scherp zijn. Zo worden medewerkers op de werkvloer ontlast en zijn ze niet duurder uit dan toen.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20190326 Logistiek Roto Smeets.pdf
Adobe Acrobat document 1.9 MB

Bedrijfsleven presenteert visie op handel en logistiek in 2040

Met een gezamenlijk programma wil het bedrijfsleven het hele logistieke systeem extra competitief, duurzaam en veilig maken. In totaal 19 vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, waaronder onze vereniging, ondertekende donderdag de ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’.

 

Een veranderende wereld vraagt om een gezamenlijke aanpak. Bedrijven willen graag internationaal concurrerend blijven en tegelijkertijd bijdragen aan een nog sterker en leefbaar Nederland. Met het ondertekenen van de visie bundelen handels- en productiebedrijven hun krachten met de vertegenwoordigers uit de logistiek om het logistieke systeem in Nederland klaar te stomen voor de toekomst.

Minder uitstoot

De ‘Visie Handel en Logistiek in 2040’ gaat voor het bedrijfsleven als uitgangspunt dienen voor gesprekken met het kabinet over de goederenvervoeragenda, arbeidsmarktbeleid en het topsectorenbeleid. Zo streven de ondernemers er samen naar dat de uitstoot van zowel het vervoer over de weg als over water flink wordt gereduceerd. Daarnaast moet in 2040 al het vervoer over korte afstanden via de weg en het binnenwater emissievrij zijn. Ook gaan de bedrijven samen werken aan een sterke veiligheidscultuur in de keten en hebben zij afgesproken dat duurzame inzetbaarheid van personeel in de logistiek de norm wordt.

 

“De bij ons aangesloten handels- en productiebedrijven zijn afhankelijk van tijdige en betaalbare levering van hun goederen bij andere bedrijven en consumenten”, aldus onze algemeen directeur Machiel van der Kuijl. “Om internationaal te overleven en Nederland met draagvlak welvarend te houden, moeten we de handen met de logistieke sector ineenslaan en het systeem toekomstbestendig maken.”

 

Sterk systeem

TLN-directeur Jan Boeve sluit zich daar bij aan. “Wij als wegvervoerders, samen met zeevaart, binnenvaart, expediteurs, cargadoors, stuwadoors, spooroperators en de luchtvrachtsector. Samen zorgen we ervoor dat het logistieke systeem de economie in ons land ook in 2040 nog steeds volop draaiende houdt. Met wereldklasse mainports, een ijzersterke infrastructuur en schone en veilige voertuigen.”

 

Een sterk logistiek systeem is volgens VNO-NCW voorzitter Hans de Boer belangrijk voor de welvaart en het welzijn. “Ons logistieke systeem is feitelijke de bloedsomloop van de economie en van veel kleine en grote bedrijven. We moeten daarbij blijven bouwen aan een sterk competitief maar veel ook duurzamer en innovatiever logistiek systeem en aan maatschappelijk draagvlak.” Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, ziet daarbij een rol weggelegd voor alle bedrijven. “Van de éénpitters tot de grotere mkb-bedrijven. Allemaal zetten we de schouders onder een slimmer en duurzamer toekomst.”

 

Achterland

In de Rotterdamse haven komen zo’n beetje alle vormen van logistiek samen. “Hier krijgt ons nationale logistiek systeem echt een gezicht”, aldus de COO van het havenbedrijf Ronald Paul. “Iedereen snapt ook het belang van de haven voor Nederland. Maar we maken deze haven dus niet alleen. Alleen door fantastisch werk van logistiek dienstverleners in het achterland en vanaf de zeezijde, gecombineerd met een kwalitatief hoogwaardige spoor-, water en weginfrastructuur kunnen we in Rotterdam floreren. En dat moeten we zo houden.”

 

Met dank aan Evofenedex

 


Duurzaam logistiek vastgoed; werkomstandigheden

Als investeerder in logistiek vastgoed wil je precies weten wat de verwachte restwaarde van een pand is voor de komende tientallen jaren. Daarvoor is duurzaam en toekomstbestendig bouwen van levensbelang. Om dat inzichtelijk te krijgen wordt in het logistieke vastgoed onder meer gebruikgemaakt van BREEAM certificeringen.

‘Duurzaamheid gaat niet alleen om het gebouw zelf, maar ook om de omstandigheden van de mensen die erin werken. Daarbij kun je bijvoorbeeld kijken naar zaken als luchtkwaliteit, verlichting en eventuele effecten op het gebied waar het pand in staat’, vertelt Olaf Buter, directeur van de Adamasgroep, die zich onder meer bezighoudt met BREEAM-begeleiding en -inspecties. BREEAM zorgt vooral voor bewustwording van opdrachtgevers en gebruikers.’

 

Lees HIER verder


Kantoren Imtech Coevorden krijgen tweede leven als opslagunits

Het opslagplatform Storage Share verhuurt in het voormalige pand van Imtech aan de Modem in Coevorden namens Green Real Estate circa duizend vierkante meter voormalig kantoorruimte als opslagruimte.

 

Vanaf nu kan via het platform van Storage Share ook in Coevorden opslagruimte gehuurd worden. Het gaat om een leegstaande kantoorvleugel op het voormalig Imtech-terrein aan het Modem 30. Er zijn vele opslagunits in verschillende maten beschikbaar. Eigenaar Green Real Estate heeft Storage Share gevraagd het vastgoed geschikt te maken voor opslag en te verhuren.

Tweede locatie in Drenthe

Tom de Keijzer van Storage Share verwacht dat de ruimte snel gevuld zal zijn. "Wij zien dat de vraag naar opslagruimte zich niet langer beperkt tot de grote en middelgrote steden, maar dat ook in de meer landelijke gebieden behoefte is aan kwalitatieve en betaalbare opslagruimte. Deze locatie is na Hoogeveen onze tweede in Drenthe en sluit dan ook uitstekend aan bij onze ambitie naar een landelijk dekkend netwerk."

 

Ruimtes snel vol

Storage Share verhuurt op ongeveer dertig locaties leegstaand vastgoed als (tijdelijke) opslagruimte voor particulieren en bedrijven. Dit zijn vaak kantoren die langdurig leeg staan en vanwege de locatie of het voorzieningenniveau niet langer geschikt zijn als kantoorruimte. Daarnaast wordt het concept steeds vaker toegepast bij zogenaamd toekomstig transformatie vastgoed. Vastgoed dat in afwachting is van een andere bestemming of sloop wordt tijdelijke ingezet als opslagruimte.

 

“Door handig gebruik te maken van juridische, technische en ruimtelijke toepassingen kan een pand zonder grote investering tot een maand voor de transformatie/sloop ingezet worden als tijdelijke opslagruimte”, licht Julian Doorten, mede-oprichter van Storage Share toe. “Door onze specifieke marketing en kennis van de doelgroep weten we de ruimtes vervolgens snel vol te krijgen.”

 

Imtech

Imtech nam het in 1947 door Ing. Arjen Vonk opgerichte bekende Coevorder bedrijf Vonk over. Het bedrijf is gespecialiseerd in het ontwikkelen en fabriceren van elektrotechnische schakel- en controle installaties voor de olie industrie en levert onder andere aan de NAM. Begin jaren negentig werd Vonk Sysytems een onderdeel van Rietschoten en Houwens Noord-Oost. Vanaf 2002 ging bedrijf verder onder de naam Imtech Vonk. Sinds 2011 was Imtech Vonk volledig ingelijfd bij Imtech Netherlands business unit Industry International.

 

Het hoofdkantoor van Imtech Industry International was tot 2015 gevestigd in Coevorden, nadat het bedrijf failliet was verklaard.


HVL automatiseert plaatwerkcentrum

HVL Metaalbewerking uit Liessel heeft zelf een volautomatisch, verticaal magazijn ontwikkeld, met de naam Optistore. Het systeem zorgt voor een automatische handling van plaatwerk naar en van de lasersnij-installatie. Het proces wordt direct vanuit het ERP-systeem aangestuurd.

 

Enkele jaren geleden wilde HVL meer opslag creëren voor het eigen plaatwerk en bovendien het transport en de verwerking van metalen platen automatiseren. Daarmee wordt tijd bespaard en repeterend werk voorkomen. In plaats van dit project uit te besteden werd het intern, door eigen mensen, verwezenlijkt. Het resultaat is Optistore.

De Optistore is een volautomatisch verticaal magazijn, waarin de Optipick beweegt en automatisch de juiste platen naar de juiste snijmachine transporteert. Nieuwe platen, halffabricaten of eindproducten kunnen door elkaar opgeslagen worden. De aansturing gebeurt centraal vanuit het ERP-systeem. Het magazijn (van 48 x 6 x 8 m) heeft 700 laden, elke positie is geschikt voor 2.000 kg platen (3000 x 1500 x 25 mm). De Optistore voert volautomatisch materiaal toe en af aan twee CO2-lasersnijmachines.

 

Geen contaminatie

Het systeem vermindert de doorlooptijd van bestellingen omdat het aantal menselijke handelingen wordt verminderd. “Door een uitgekiend logistiek systeem, kunnen staal, rvs en aluminium in één systeem opgeslagen worden zonder contaminatie.”

 

Voor de meest recente lasersnijmachine is eveneens een verticaal magazijn ge-engineerd en gebouwd met een invoer- en uitvoertafel die voorzien is van een knikarmrobot. Voor de lineaire aandrijving hiervan is gekozen voor de componenten van Apex Dynamics, namelijk een AF140 tandwielkast, tandheugels in kwaliteit 6 en rondsel in kwaliteit 5.

 

De knikarmrobot zit vast aan de in- en uitvoertafel maar kan zich voor het manipuleren van de platen loskoppelen van deze tafel en dan dezelfde aandrijving gebruiken.

 

Modulair opgebouwd

Met deze oplossing kan HVL producten uit een gesneden plaat nemen, deze verzamelen op een aangewezen pallet/positie, tellen en terugkoppelen naar het ERP-systeem. Zo is de door HVL ontwikkelde en geproduceerde machine geheel uit modules opgebouwd. Met de automatisering is HVL in staat om volautomatisch platen toe- en af te voeren, met volledige registratie van alle delen. De klant kan artikelen bestellen via de website en de lasertafel gaat, in het toegewezen tijdsslot, volautomatisch aan de slag.

 

Ook voor de markt?

Dit volledig zelf ontwikkeld, geautomatiseerd en gecombineerd plaatwerkcentrum is volgens het bedrijf een belangrijke aanvulling op een lasersnijmachinepark. Door langere doorontwikkeling en optimalisatie is er een stabiel proces ontstaan, waardoor deze, aldus het bedrijf, ‘vooroplopend is in smart industry en industrie 4.0’. HVL onderzoekt nu de mogelijkheden om vergelijkbare opstellingen klantspecifiek op de markt te brengen.

 

Apex Dynamics heeft bijgedragen aan het geheel door de calculaties voor het systeem te maken, de componenten te selecteren en de selectie met alle gegevens en met de STP-tekeningen toe te sturen.

 

Zoals het was berekend, werkt het nu ook, stelt Apex. Er zullen nog wat kleine aanpassingen en optimalisaties gaan plaatsvinden, maar daarna is het systeem klaar om ook voor derden te bouwen.

 

HVL Metaalbewerking

HVl Metaalbewerking uit Liessel bestaat op 5 mei 2019 25 jaar. Er werken zo’n 85 personeelsleden. Het Brabantse bedrijf is sterk in de machine- en apparatenbouw en richt zich hoofdzakelijk op de sectoren transport, logistiek, food, land- en tuinbouw, automotive en de verpakkingsindustrie. Er worden zowel onderdelen als complete machines geproduceerd. Ook kunnen projecten vanaf de ontwikkeling tot en met de stekker-klare oplevering worden verzorgd.


Digitalisering supply chain blijft vaak in pilotfase

Van de Nederlandse organisaties geeft 54% prioriteit aan digitalisering van de toeleveringsketen. Samen met het Verenigd Koninkrijk en Italië, staat Nederland bovenaan wat betreft deze prioriteit. Het gemiddelde wereldwijd ligt namelijk op 50%. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van het Capgemini Research Institute, “The digital supply chain’s missing link: focus”. Ondanks deze grote ambitie, lukt het de meeste Nederlandse bedrijven (78%) niet om initiatieven op dit gebied op te schalen.

 

Kostenbesparing belangrijkste doelstelling

De grootste drijfveer voor Nederlandse organisaties om de supply chain te digitaliseren, is kostenbesparing (86%). Dit wordt gevolgd door omzetverhoging (63%) en ondersteuning van nieuwe businessmodellen (55%).`Het enthousiasme om de supply chain te digitaliseren, kan verklaard worden door het vooruitzicht op het rendement op de investering (ROI). Uit het onderzoek blijkt dat de ROI voor automation in de toeleveringsketen en inkoop gemiddeld 18% bedraagt. Ter vergelijking: dit is meer dan initiatieven voor Human Resources (15%), Informatietechnologie (14%) en Customer Service (13%). De gemiddelde terugverdientijd voor automation van de toeleveringsketen is 12 maanden.

Opschalen van pilots blijft lastig
De onderzochte organisaties hebben gemiddeld 29 digitale supply chain projecten als idee, proof-of-concept of pilot. Slechts 22% van de Nederlandse organisaties slaagt erin om één van die initiatieven op te schalen. Dit is altijd nog meer dan het gemiddelde wereldwijd (14%). Van degenen bij wie opschaling wel lukt, geeft 94% aan dat hun inspanningen direct hebben geleid tot een hogere omzet.

 

Een reden voor het achterblijven van opschalen, is mogelijk de procedures die organisaties handhaven. De overgrote meederheid van bedrijven die hun initiatieven succesvol hebben opgeschaald, gaf aan een duidelijke procedure te hebben om deze initiatieven te evalueren (87%). Dit percentage is beduidend lager bij overige bedrijven (24%).

 

Met dank aan Dutchitchannel


Rotterdam wil uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa

In de periode tot juli 2022 veranderen 12 hectare bedrijfsterrein en 1.155 meter kade aan de Waalhaven van gebruiker. Daarnaast renoveert het Havenbedrijf Rotterdam de terreinen en haveninfrastructuur gerenoveerd. Met dit vernuftige doorschuifplan moet Rotterdam uitgroeien tot dé breakbulk-hub van Europa.

“Met deze zorgvuldig voorbereide operatie laten we zien dat we de breakbulksector in Rotterdam ruim baan geven”, aldus Emile Hoogsteden, directeur Containers, Breakbulk en Logistiek van Havenbedrijf Rotterdam. “Het gaat dan met name om heavy lift, projectlading, staal en non ferro metalen. Rotterdam is al goed gepositioneerd vanwege de unieke ligging, de verbinding met de containerlogistiek en het toenemend aantal lijndiensten voor stukgoed en zware lading. De investering die we samen met deze bedrijven gaan doen, zal nog eens een extra stimulans vormen om Rotterdam tot dé breakbulk hub van Europa te maken.”

 

De herontwikkeling gaat van start nadat empty depot MRS van de Waalhaven naar het shortsea cluster in de Eemhaven is verhuisd. Samen met een zevental doorschuifoperaties krijgen vier gerenommeerde breakbulkbedrijven ruimte om zich te moderniseren en volop verder door te ontwikkelen.

 

Vier breakbulkbedrijven

De vier breakbulkbedrijven zijn Metaal Transport (non ferro metalen en staal), Broekman Logistics (heavy lift, projectlading en offshore), J.C. Meijers (multi purpose terminal) en RHB Stevedoring & Warehousing (specialist heavy lift en projectlading). Met deze partijen heeft het havenbedrijf diverse uitgifte-overeenkomsten en intentieverklaringen ondertekend. “Momenteel hebben we een vestiging aan de Heijplaatweg en aan de Waalhaven Noordzijde”, aldus Willem-Jan de Geus, directeur Metaal Transport. “Daarnaast huren we al jaren diverse loodsen in het gehele havengebied om aan de vraag te kunnen voldoen. Met het nieuwe stuk terrein van 90.000 vierkante meter aan de Droogdokweg, kunnen we concentreren en veel efficiënter opereren.” Metaal Transport handhaaft de locatie Heijplaatweg, inclusief kantoor, en realiseert op de nieuwe locatie een loods van 25.000 vierkante meter.

 

Met dank aan Maritiem Nederland


Jan De Nul wint Award voor Duurzaamheid in Amsterdam

Jan De Nul Group wint de ‘DPC Coastal Port Dredging Project of the Year’ award voor zijn duurzame aanpak van havenbaggerwerken. Deze award werd gisterenavond uitgereikt tijdens een ceremonie in Amsterdam, georganiseerd door IHS Dredging and Port Construction, een toonaangevende publicatie in de sector. Met deze jaarlijkse awards wil DPC innovatie, efficiëntie en duurzaamheid binnen de sector promoten.

 

Van augustus 2017 tot april 2018 baggerde Jan De Nul Group 4 miljoen m³ kleisteen in de Taiwanese haven van Linkou. De gebaggerde sedimenten werden vervolgens gebruikt om de nabijgelegen haven van Taipei uit te breiden. Een mooi voorbeeld van circulaire economie en een win-winsituatie voor milieu en opdrachtgever.

 

Om de grote hoeveelheden te kunnen baggeren en opspuiten binnen de vooropgestelde deadlines, werkten twee types schepen simultaan samen: een cutterzuiger sneed eerst de harde kleisteen los, waarna een sleephopperzuiger de sedimenten kon baggeren en meteen naar de haven van Taipei kon brengen om daar op te spuiten voor de havenuitbreiding.

 

Het vooraf snijden van de kleisteen met een cutterzuiger en het daaropvolgend baggeren en opspuiten met een sleephopperzuiger werd op dergelijke schaal nooit eerder toegepast.

 

De activiteiten van beide schepen moesten perfect gesynchroniseerd verlopen om de gezamenlijke productie te optimaliseren, cruciaal om de grote hoeveelheden te kunnen verwerken en de gestelde deadline te kunnen halen.


Artificial intelligence oplossing voor hele retail keten

Ahold Delhaize gaat samen met de TU Delft, RoboValley en YES!Delft nieuwe toepassingen van robotica verkennen in de retail sector. Zij doen dit in het Artificial intelligence for Retail (AIR)Lab Delft. De samenwerking zal bestaan uit een onderzoeksprogramma naar oplossingen voor de hele retail keten, van magazijn en winkel tot klant. Daarnaast zal er een test site komen in RoboValley, waar onderzoekers met partners, studenten en start-ups robotprototypes kunnen bouwen en testen.

 

Aan de TU Delft werken onderzoekers aan een nieuwe generatie robots die ze leren om te gaan met de onvoorspelbaarheid van de ‘echte wereld’. Er liggen grote uitdagingen om robots en mensen effectief en veilig met elkaar te laten samenwerken in een ongestructureerde omgeving. In deze robots komen veel verschillende wetenschappelijke disciplines bij elkaar, zoals mechatronica, ‘control’ en kunstmatige intelligentie, maar ook mens-machine interactie, ethiek en veiligheidstechologie.

 

Professor Martijn Wisse, directeur van het TU Delft Robotics Institute, en principal investigator van AIRLab Delft: “Binnen AIRLab Delft zullen wetenschappers bijvoorbeeld onderzoeken hoe je een robot kunt leren om wisselende taken te verrichten, en zullen zij methoden ontwikkelen om de bewegingen en coördinatie van robots en bezorgwagens te optimaliseren. Door deze nieuwe samenwerking met Ahold Delhaize kunnen wij problemen in ons dagelijks leven bestuderen via fundamentele vraagstukken in de robotica, zoals hoe een robot leert en zich veilig beweegt in een onvoorspelbare omgeving, hoe een robot veilig beweegt in een omgeving met mensen, en hoe je effectieve en efficiënte routes kunt plannen voor ‘last-mile delivery’”.

Frans Muller, bestuursvoorzitter en CEO van Ahold Delhaize: “De snelle vooruitgang op het gebied van kunstmatige intelligentie en robotica maakt het doen van de dagelijkse boodschappen nog makkelijker voor onze klanten, en biedt nieuwe oplossingen voor onze magazijnen, distributiecentra en last-mile bezorging. Door samen te werken met partners als de TU Delft kunnen Ahold Delhaize en AIRLab onze technologische samenleving op een verantwoordelijke manier mede vormgeven. Het helpt ons koploper te worden in onderzoek en ontwikkeling van AI in de retail sector, en vaardigheden te ontwikkelen die schaalbaar zijn naar de hele Ahold Delhaize groep.”

 

AIRLab

Het AI for Retail (AIR)Lab is deel van ICAI – een open samenwerkingsverband van kennisinstellingen dat gericht is op AI-innovatie door middel van publiek-private samenwerkingen, gehuisvest op Amsterdam Science Park. ICAI is opgebouwd rondom industrie-labs, meerjarige samenwerkingen tussen academische en industriële partners gericht op technologie- en talentontwikkeling. Naast het AIRLab Amsterdam voor onderzoek naar maatschappelijk verantwoorde algoritmes en transparante AI-technologie, wordt nu in Delft een AIRLab opgericht op het gebied van robotica.

 

Met dank aan LinK


Bloemenveiling begint aan tweede leven, nu als opslagruimte

De bloemenveiling dreigde door de digitalisering van de handel zware klappen te krijgen. Maar de veiling is herontdekt door de sector: als opslag- en koelruimte voor verse bloemen. FloraHolland steekt vele tientallen miljoenen in de ‘hub’.

 

Royal FloraHolland, de grootste bloemenveiling ter wereld met ruim 4000 aangesloten kwekers, zat de laatste jaren vaak in het defensief. Uit de sector kreeg de fusieveiling veel kritiek te verduren. ‘Waarom was de IT niet op orde en waarom was er zo vaak vertraging in de logistieke afhandeling? Wat was de meerwaarde van het internationale handelsplatform in de snel veranderende markt?’

Het speelveld is veranderd. De kooporders worden steeds kleiner en de bloemen moeten allemaal zo snel mogelijk naar de exporteur of de bloemist. Het speelveld is veranderd. De kooporders worden steeds kleiner en de bloemen moeten allemaal zo snel mogelijk naar de exporteur of de bloemist.

 

De exporteurs vonden dat de afhandeling van aan- en verkooptransacties sneller en goedkoper moest. Er moest vaart worden gemaakt met de digitalisering van de handel. Uit ontevredenheid bouwden zij zelf een digitaal platform. En dan was er ook nog de sterke opkomst van Bloomon en andere webwinkels.

 

Lees HIER verder


Opslagcentrum voor polymeren in Rotterdam

Op de Maasvlakte wordt een logistiek knooppunt gebouwd voor de opslag en distributie van polymeren. Het krijgt een opslagcapaciteit van 550.000 ton.

 

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft hiertoe een overeenkomst getekend met Rotterdam Polymer Hub (RPH), een initiatief van het havenbedrijf zelf, de Euro-Rijn Group en ondernemer Geert Van De Ven. Het wordt het eerste logistieke knooppunt in de Rotterdamse haven dat specifiek is gericht op de opslag van polymeren.

Polymeren

Voor het vierde kwartaal van volgend jaar zullen op de Maasvlakte twee loodsen verrijzen, met een gezamenlijk vloeroppervlak van 35.000 vierkante meter. Het complex krijgt een opslagcapaciteit van 550.000 vierkante meter. De ‘hub’ zal bestaan uit een loods voor de opslag van verpakte goederen en een buitenruimte voor de opslag van containers. Op termijn, zo laten de betrokken partijen in een persbericht weten, kan het centrum worden uitgebreid met verticale silo’s voor bulkopslag.

 

Trots

De locatie op de Maasvlakte is volgens het havenbedrijf voor deze doeleinden geschikt omdat het dichtbij deepsea containerterminals ligt, over moderne infrastructuur beschikt en goede verbindingen heeft met het Europese achterland. Emile Hoogsteden, directeur Containers, Breakbulk en Logistiek van het Havenbedrijf Rotterdam: “Het idee voor een dedicated polymeren-opslag-hub in Rotterdam is ontstaan met het oog op de groeiende importstromen vanuit het Midden-Oosten en de Verenigde Staten. Ik ben er trots op dat ondernemer Geert Van De Ven samen met de Euro-Rijn Group heeft besloten om de hub te vestigen in de Rotterdamse haven.”

 

Wij lazen dit nieuws in EuropoortKringen


Vernieuwd topsectorenbeleid richt zich op maatschappelijke uitdagingen

Nederland is één van de meest concurrerende en innovatieve landen wereldwijd. Om ons land zo vernieuwend en economisch succesvol te houden heeft de ministerraad, op voorspraak van minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK), ingestemd met het nieuwe Missiegedreven Innovatiebeleid dat voortbouwt op de samenwerking uit de Topsectorenaanpak. Hierin staan economische kansen van maatschappelijke uitdagingen – zoals voldoende duurzaam geproduceerd voedsel en betaalbare en toegankelijke gezondheidzorg – centraal. Sleuteltechnologieën als fotonica en kunstmatige intelligentie krijgen een centrale rol. En innovatieve mkb’ers en startups worden actief betrokken bij de nieuwe aanpak.

Vernieuwing en innovatie

Staatssecretaris Keijzer (EZK): “In het Missiegedreven Innovatiebeleid en in het vernieuwde topsectorenbeleid staan vier maatschappelijke thema’s centraal. Landbouw, water & voedsel; gezondheid & zorg; energietransitie & duurzaamheid en veiligheid. Nederland kan op deze terreinen zorgen voor oplossingen bij wereldwijde uitdagingen. Daarmee zijn deze thema’s niet alleen belangrijk voor vernieuwing, ze zijn ook belangrijk voor onze toekomstige samenleving en economie. Bijvoorbeeld omdat we met nieuwe technologie betere diagnoses in de gezondheidszorg kunnen stellen en verder kunnen werken aan superbatterijen voor de opslag van duurzame energie.”

 

Om te komen tot innovaties voor deze uitdagingen, zijn technologische doorbraken van het grootste belang. Het kabinet richt daarom het innovatiebeleid ook op de ontwikkeling van sleuteltechnologieën als fotonica, kunstmatige intelligentie en nano-, quantum- en biotechnologie. Deze innovaties zullen de manier waarop we leven en werken gaan veranderen. Ze helpen bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een efficiënte en duurzame landbouw of CO2-neutrale energiebronnen.

 

Samenwerken aan innovatie

Voor deze maatschappelijke uitdagingen worden concrete missies opgesteld. Dit wordt door de meest betrokken ministeries opgepakt in samenspraak met relevante bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners. Voor de sleuteltechnologieën zullen door betrokken partijen meerjarige ontwikkelingsprogramma’s worden opgesteld om te zorgen dat de juiste innovaties sneller tot wasdom komen. Nieuwe bedrijven met creatieve ideeën zijn cruciaal voor onze economie. Het kabinet wil daarom nieuwe en jonge ondernemers steviger bij het innovatiebeleid betrekken. Dat biedt kansen voor mkb’ers, startups en scale-ups die hun creativiteit kunnen toevoegen. Ook maatschappelijke organisaties worden uitgedaagd om hun visie in te brengen.

 

Op basis van de missies worden vervolgens kennis- en innovatieagenda’s opgesteld. Daarin is aandacht voor dwarsdoorsnijdende vraagstukken als voldoende geschikt personeel en de exportkansen van Nederlandse bedrijven. Binnen deze innovatieagenda’s komt daarnaast sterker de nadruk te liggen op valorisatie: het benutten van de opgedane kennis en innovaties. Ook is er aandacht voor knelpunten in wet- en regelgeving, de rol van de overheid als launching customer en de aansluiting op Europese initiatieven en financiering.

 

Van agenda naar actie

Om van de samenwerkingsagenda’s een succes te maken worden ook de relevante innovatiegelden gericht op maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën. Hierbij gaat het onder andere om de onderzoekscapaciteit van de vijf toegepaste-onderzoeksinstellingen (zogenoemde TO2-instituten), de PPS-toeslag en de MKB-innovatiestimuleringsregeling (MIT). Daarnaast wordt een speciale regeling opgezet om het delen van kennis en onderzoek te stimuleren bij kennisinstellingen (de Thematische Technology Transfer Regeling).

 

Om dit mogelijk te maken wordt de rijksbijdrage aan Deltares, Wageningen Research, MARIN, NLR en TNO/ECN in 2019 verhoogd met 56 miljoen euro, en vanaf 2020 met jaarlijks 75 miljoen euro. Van dit bedrag is jaarlijks een bedrag oplopend tot 7,5 miljoen euro bedoeld voor samenwerking met het MKB. Aanvullend wordt structureel 25 miljoen euro uit de enveloppe voor toegepast onderzoek en innovatie benut om mkb’ers en startups te stimuleren. De PPS-toeslag, die dient als directe prikkel om publieke en private partijen te laten samenwerken, wordt verruimd met structureel 50 miljoen euro per jaar.

 

Bron; Topsector Logistiek


Beroepen in transitie door digitalisering

Bij verandering door digitalisering denkt men te vaak nog aan toekomstige beroepen. Het gebeurt echter nu al; digitalisering raakt mensen nu in hun werk en heeft beroepen al veel veranderd. Met de film “Beroepen in transitie” brengen de Topsectoren dit in beeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aad Veenman, boegbeeld Topsector Logistiek: “Digitalisering heeft niet alleen een grote invloed op het werk van mensen maar je kan je bijna ook geen gebied voorstellen waarbij de invloed niet groot is. Ik zie potentie om met de juiste aandacht zoveel mensen mee krijgen in het werken van de toekomst en alles wat dat vraagt. Belangrijk hierbij is dat men zich bewust wordt van de veranderingen, dat men zich gaat verbeelden wat het voor mensen betekent en dat we op zoek gaan naar werkvormen om mensen in staat te stellen een leven lang te leren en te ontwikkelen.”

Arbeidsmarktonderzoek

Wereldwijd maken ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en vergrijzing dat we opnieuw moeten nadenken over de organisatie van onze samenleving. Voor de opzet en uitvoering van effectief beleid op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt is kennis nodig van de cijfers over alle topsectoren heen. Nederland ICT laat op dit moment samen met de Topsectoren onderzoek uitvoeren door Berenschot en CenterData naar de impact van digitalisering op de arbeidsmarkt van de topsectoren.


Van Onderhoud naar Asset Management

Alweer 55 jaar brengt de NVDO het thema Onderhoud van een diversiteit aan grote en kleine bedrijven onder de maatschappelijke aandacht. Want, onderhoud betekent niet alleen behoud van machine en dergelijke, maar ook van onze levensstijl.

 

 

Dat zegt Bas Kimpel in een interview dat hij gaf aan vakblad EuropoortKringen. Kimpel is, anders dan het artikel suggereert, NVDO Voorzitter en geen directeur van Europa’s grootste branchevereniging in haar soort.

 

Je leest het artikel HIER


Resulaten Service Supply Chain report 2018

Onlangs rondde PWC een onderzoek af naar de volwassenheid van service ketens. De resultaten zijn beschikbaar gesteld voor SLF deelnemers. Conclusie van het onderzoek was: naarmate de after sales strategie verder ontwikkeld is er ook een beter financieel resultaat gehaald wordt. Via onderstaande link komt u bij het onderzoeksrapport en de bevindingen.

 

Download het rapport HIER


Uniforme datastandaard geeft extra ruimte voor innovatie

Aanjagen van innovatie: één van de doelen van TKI Dinalog. Een succesverhaal onthult zich wanneer we spreken met enkele grote spelers in de maritieme industrie: Boskalis, Damen, Van Oord en IHC hebben de handen inéén geslagen om een nieuwe wereldwijde datastandaard neer te zetten voor een aantal onderdelen in de maritieme sector. Een ontwikkeling die efficiency en kostenbesparing met zich meebrengt waardoor er meer ruimte komt voor innovatie.

 

Door het ontbreken van een datastandaard waren de afzonderlijke bedrijven in de supply chain gedwongen tot het aanleggen van eigen artikelbestanden met eigen artikelnummers. Zo ontstonden dubbelingen.

Als voorbeeld: er zitten 235.000 items in een bepaalde portefeuille van onderdelen. Althans, zoveel benamingen zijn er, want het aantal daadwerkelijke items bedraagt ‘slechts’ 55.000. Die miscommunicatie wordt aangepakt met een gloednieuwe pilot binnen een samenwerking die ontstond na een bijeenkomst van het TKI Dinalog project ‘Maselma Bridge’, onder leiding van Gordian. “De community was samengebracht, de basis voor een samenwerking was gelegd, en dus besloot een groep mensen deze stap richting één uniforme maritieme datastandaard te zetten”, aldus Joost Rijnsdorp van Boskalis.

 

Het succes van deze pilot komt doordat de grote Nederlandse maritieme bedrijven actief betrokken zijn en er daardoor direct voldoende kritische massa ontstaat. Koen Burgers van Damen: “Door met een kleine club van mensen te starten houden we de snelheid erin. En hoewel we elkaar aan de voorkant beconcurreren, werken we hierin aan de achterkant vlekkeloos samen. De uniforme datastandaard (ETIM) en een centraal artikelbestand (2BA) zijn voor ons allemaal een uitkomst. Het beperkt de foutmarge enorm en maakt het voor zowel leveranciers, reders als voor onszelf een stuk efficiënter om de hele keten te bedienen, waardoor er ruimte gecreëerd wordt voor meer innovatie.”

 

“De grote winst van de uniforme datastandaard ligt met name in de uptime die we creëren gedurende de lifecycle van een schip. Als er bijvoorbeeld verkeerde of onvolledige documentatie bij een onderdeel is gevoegd kan een container of luchtvracht dagenlang vaststaan. Daardoor is een schip mogelijk niet inzetbaar wat een enorme kostenpost met zich meebrengt. Ook het risico op levering van het verkeerde onderdeel wordt drastisch verkleint. Dit is nu grofweg 5%. Al met al is de datastandaard voor de maritieme sector een zeer belangrijke schakel om ook in een concurrerende markt rendabel te blijven.” vertelt Jorn Bertens van Van Oord.

 

Yvette Buitenhuis van IHC: “De kick off op de Europort beurs was een mooie start van de pilot. Over een half jaar kijken we gezamenlijk naar de behaalde resultaten. Maar nu, 2 maanden na de start, lijkt de pilot al erg succesvol. Juist omdat er geen commerciële partijen achter deze standaard en het artikelbestand zitten, is de kans van slagen groot.” Internationaal gezien ligt er nog geen datastandaard, waardoor deze pilot misschien zelfs doorgroeit naar een wereldwijde standaard voor de maritieme sector. En dat maakt Nederland, de Topsector Logistiek en de Nederlandse Maritieme sector, wederom de innovatiefste. Wereldwijd.

 

Met dank aan Dinalog


Interessante Factsheet

Using advance demand information in Océ’s spare parts inventory control

Onderzoeksresultaat van Marc Coumans binnen Océ Technologies, onderdeel van ProSeLoNext.

 Lees HIER verder


Open supply chain netwerk moet datadelen in industrie stimuleren

Bedrijven laten nog te vaak de kans liggen om data-uitwisseling met partners efficiënt af te handelen. Een gemiste kans meent Tonnis de Boer, ceo van Tradecloud. Hij heeft daarom zijn supply chain netwerk opengesteld.

 

‘Open supply chain netwerk moet datadelen in industrie stimuleren’ 

Slechts 10% tot 15% van de bedrijven in de industrie doet ’iets’ om data makkelijker met ketenpartners uit te wisselen. Nu de economie aantrekt moeten bedrijven investeren in  procesinnovatie in plaats van het reduceren van kosten.  Dat stelt Tonnis de Boer, ceo van Tradecloud. Het doel hierbij is om nu, maar ook straks als het weer wat minder gaat, flexibeler te kunnen reageren op de markt. De Boer: “Het openstellen van het bestaande Tradecloud supply chain netwerk kan daaraan bijdragen. Bedrijven laten nog te vaak de kans liggen om data-uitwisseling met partners efficiënt af te handelen en zo hun supply chain voorspelbaarder te maken.”

Open supply chain netwerk

Tradecloud wist in twee financieringsrondes geld op te halen die de groei van het bedrijf moeten versnellen. Een open supply chain netwerk dient hier eveneens aan bij  te dragen. “We hebben ervoor gekozen om ons vanaf 2018 te profileren als open netwerk. Dit moet het bedrijven die al gebruikmaken van Tradecloud makkelijker maken om te zien wie er nog meer aanwezig is.” Bij dit project werkt Tradecloud samen met het Brainport-project Smart Industry. “Voor gebruikers geldt: je sluit je aan op één partij en legt vervolgens koppelingen met andere partijen. We laten deelnemers tot een bepaald niveau gratis informatie delen.”

 

Tradecloud is niet de enige die gelooft in open netwerken. Simacan ging het bedrijf al voor. Simacan stelde zijn datamodel eind vorig jaar al open voor de hele transportsector.

 

Verdienmodel

Het open supply chain netwerk is volgens De Boer een logisch gevolg van een herijking van de positie waarin Tradecloud zich bevindt. “We maken vooral het verschil met onze aanvullende functies, niet zozeer met de integratielaag van ons platform. De aanvullende functies bepalen ons verdienmodel. Denk aan het managen van uitzonderingen, notificaties en ‘actionable insights’.

 

Met dank aan Logistiek.nl 


Onderhoud ontmoet Service Logistiek

In Nederland zijn rond de 300.000 medewerkers werkzaam in het onderhoud verspreid over de sectoren Food, Beverage & Farma, Manufacturing, Fleet, Procesindustrie, Infrastructuur en Onroerend Goed. De Nederlandse onderhoudsmarkt is een markt met een grootte van €31-36 miljard, wat grofweg 5% van het BBP is. De rol van onderhoud in het operationele proces is cruciaal. Zonder het juiste onderhoud, hebben assets grotere kans op downtime wat de operatie kan verstoren. Andersom geldt ook dat onderhoud afhankelijk is van diverse operationele processen (logistieke handelingen, onderhoudsschema’s, beschikbaarheid van materialen, etc.). In dit visiedocument beschrijven we hoe service logistiek bij kan dragen aan het realiseren van beter onderhoud in de keten.

 

Definitie

Service logistiek is een term die vele interpretaties kent. Zo wordt het door de een gezien als voornamelijk het managen van spare parts en door de ander als enkel het transporteren van goederen. Daarnaast zien we dat bedrijven veelal in silo’s zijn ingericht, die wellicht wel contact hebben met elkaar, maar beperkt gezamenlijk optrekken. De verschillende silo’s hebben allemaal eigen onafhankelijke verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld onderhoud, logistieke handelingen, resource management, operatie, etc.) en dit leidt ertoe dat ‘men beperkt bij elkaar over de schutting kijkt’. De aparte afdelingen hebben ieder hun eigen doelstellingen die niet altijd even goed ‘aligned zijn’. Zo wordt de onderhoudsafdeling afgerekend op kosten en beschikbaarheid, de operatie op aantal ontwikkelde producten en het voorraadmagazijn op de hoogte van de aanwezige voorraad.

 

Er wordt maar beperkt over de gehele operationele keten vastgesteld hoe elk bedrijfsonderdeel bijdraagt aan de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf. Want zou het niet beter zijn als bedrijven in staat zijn om bijvoorbeeld vast te stellen: in welke assets moet ik nu investeren, zodat ik daarmee de output van de operatie, en daarmee omzet en winst, maximaliseer? Of bijvoorbeeld: met welk minimaal voorraadniveau ben ik in staat de uptime te garanderen waarmee ik de output/winst van de operatie maximaliseer? In dit document beschrijven we een visie over hoe al deze operationele activiteiten in te richten, zodat dit bijdraagt aan het realiseren van de overkoepelende doelstellingen van het bedrijf, en in het bijzonder onderhoud in z’n kracht zet.

 

Lees verder in de bijlage

Download
20171206 Onderhoud ontmoet Service logis
Adobe Acrobat document 697.6 KB

Blokchain-technologie vraagt nieuwe business modellen

 

Zestien organisaties zijn in een grootschalig TKI Dinalog-project aan de slag met Blokchain-technologie in de logistieke sector. Het is een wereldwijde primeur dat er op dit niveau een concreet project is gestart met verschillende partijen in de sector. Blokchain-technologie zal naar verwachting zowel de financiële als logistieke wereld aanzienlijk veranderen, maar ook voor de onderhoudssector biedt deze technologie kansen.

 

In Vakblad Asset Management (VAM) lazen wij dit bijzonder interessante artikel met Martijn Siebrand.

Download
20170523 VAM2 Interview TKI Dinalog.pdf
Adobe Acrobat document 2.0 MB